Meneer m/v

Een van de 'têtes ramollies' (verweekte koppen) van Pol Dury in het tijdschrift Raster...

Meneer m/v

'Meneer', 'mevrouw' - het zijn woorden die nauwelijks nog passen bij de in zwang zijnde omgangsvormen. In hun ouderwetserigheid doen ze denken aan iets gerantachtigs in een verkeerd hotel, waar met de van Gerard Reve bekende 'geilmakende' dienstbaarheid op de cliëntèle wordt ingepraat. Het zijn woorden die in de lijst met in onbruik geraakte woorden van het tijdschrift Raster (waaraan het Vergeetwoordenboek ontsproot) niet zouden hebben misstaan. Maar de reden dat ze in de nieuwste aflevering van Raster voorkomen, is een andere.

Eerder dit jaar wijdde de redactie een nummer (77) aan 'Meneer & Co.'. Daarin werd aandacht besteed aan bekende meneren (en mevrouwen) in de literatuur, zoals Meneer Teste, Plume, Keuner, Cogito, Palomar en zo nog wat aandoenlijke of tragikomische mannetjes (en vrouwtjes).

Waren er meer? Zeker waren er meer: de meneertjes en mevrouwtjes tieren welig in de letteren, maar het plan de voorraad uit te breiden met Nederlandse soortgenoten (Meneer Tienoppen van Harry Mulisch bijvoorbeeld, of Meneer Foppe van Wim de Bie) liet de redactie varen. Men had een beter idee. Men vroeg een aantal Nederlandse en Vlaamse schrijvers nieuwe meneren en mevrouwen te scheppen en dat werd de inhoud van het 79ste nummer van Raster, dat uiterlijk meer weg heeft van een boek, maar naar inhoud altijd een écht tijdschrift is gebleven: een proeftuin.

Deze aflevering bewijst dat het tot iets kan leiden als een redactie schrijvers een opdracht verstrekt. Bij sommigen roept dit het beste in henzelf te voorschijn en voel je hoe hun vingers moeten hebben gejeukt om aan de slag te gaan, toen ze eenmaal wisten wat het onderwerp was. 'Mevrouwen' en 'meneren' dus. Om en nabij de dertig auteurs hebben de gelegenheid te baat genomen zo'n type gestalte te geven.

Het is niet goed mogelijk ze allemaal te noemen, maar wie met Maarten Asscher en Meneer Lambol (die rare krantenberichten spaarde) aan de kennismaking met dit gezelschap begint, krijgt vanzelf zin door te gaan naar J. Bernlef (en Meneer Toto), Nicolaas Matsier (en de heer Kortom), Doeschka Meijsing (en meneer Poer) en zo verder.

Denk niet dat je op de 216 bladzijden van Raster veel grote meneren (m/v) tegen zult komen. Maar ook geen tobbende randfiguren. De Nederlandse meneer, zoals hij tamelijk collectief wordt geportretteerd, is een genoeglijke dreutelaar, niet dom, maar bepaald geen spectaculaire persoonlijkheid. Zijn kracht, of die van de wat ondervertegenwoordigde mevrouw, schuilt in de kleine ambities die zijn leven vullen. Door zijn afzijdigheid en anonimiteit straalt het licht van geringe genoegens, die verrassend genoeg zijn om hem niet vervelend of kleurloos te maken.

Maar het aardigste van dit Raster-nummer (De Bezige Bij; ¿ 29,50) is nog wel dat je de geportretteerden enigszins met elkaar kunt vergelijken en daarmee hun verhalen en vooral hoe die in de vorm zijn gestoken. Dat laatste brengt afwisseling. Telkens weer ben je benieuwd: hoe gaat de volgende het aanpakken? Dat gebeurt vaak heel inventief, en op dat punt van de evaluatie aanbeland, ben je geneigd aan één auteur de erepalm uit te reiken.

Erg rechtvaardig is dat niet - want zeer grote verschillen doen zich meestentijds niet voor -, maar het kan nooit kwaad man en paard te noemen. Voor mij overtrof Cyrille Offermans zichzelf (en daarmee enigszins de anderen) door de wijze waarop hij zijn meneer, Monsieur Chrono, door zijn biotoop laat fietsen. Zonder Raster zou deze Monsieur Chrono niet geworden zijn wat hij is. 'Hoe hij als Monsieur Chrono werd toegejuicht als hij, op kracht én souplesse, de beslissende tijdrit van Etampes naar Parijs (49,6 kilometer) won in een droomtijd (1 uur, 5 minuten, 12 seconden).

Een winnaar, deze meneer - in gedachten.

Willem Kuipers

Meer over