Melkert zit voor dubbeltje op eerste rij

Minister Melkert wil het salaris voor de naar hem vernoemde banen verhogen, omdat het hier 'regulier werk' betreft. Volgens Herman Lelieveldt wordt hiermee onbedoeld het failliet van de gesubsidieerde arbeid geïllustreerd....

DE GESUBSIDIEERDE arbeid lijkt zo langzamerhand uitgegroeid tot de wonderolie van het paarse kabinet. Het voorstel van het Kamerlid Zijlstra (PvdA) om gevangenen door middel van een Melkert-baan te resocialiseren, is nog maar het begin van deze triomftocht. Binnenkort mogen banenpoolers in Groningen verwaarloosde kinderen naar school brengen, terwijl de VVD in Delfshaven met behulp van Melkert-banen 'Naaldwachten' wil aanstellen, die de speelpleinen vrij moeten houden van drugsnaalden.

Minister Melkert heeft twee weken geleden het voorstel gedaan om het maximumsalaris voor de Melkert-I banen (de banen in de non-profit sector) te verhogen van 120 naar 130 procent van het minimumloon. Zowel in de media als in de politiek is hier enthousiast op gereageerd. De Volkskrant en Trouw schreven lovende commentaren, terwijl op het Binnenhof alleen bedenkingen van de kant van de VVD te horen waren.

Na jaren waarin smalend over 'M-banen' gesproken is (als ware het een gevreesde ziekte), lijkt het tij nu gekeerd. De Melkert-banen hebben de ooit zo verguisde werkgelegenheidsprojecten - waartoe men ook de banenpool en het Jeugdwerkgarantieplan mag rekenen - uit het slop getrokken.

Wie zich verdiept in de uitvoeringspraktijk, moet concluderen dat de jubelstemming op zijn minst overtrokken is. Melkert's recente voorstel is geen reden tot vreugde, maar onderstreept juist het failliet van de gesubsidieerde arbeid.

Allereerst is het goed om in herinnering te roepen dat de verschillende regelingen bedoeld zijn voor werklozen met geen of weinig scholing. Uit onderzoek van de Algemene Rekenkamer blijkt echter dat deze mensen nauwelijks aan de slag komen. De Rekenkamer concludeert dat in veel gevallen de functie-eisen voor de verschillende banen veel te hoog zijn.

Niemand kijkt meer op van banenpoolende kunsthistorici in het Centraal Museum in Utrecht of het Allard Pierson in Amsterdam. Hetzelfde geldt voor de professionele dansers en muzikanten van de Haagse theatergroep Pandora die tot voor kort jaarlijks 200 voorstellingen verzorgden. Het is fijn dat zij hun geliefde vak kunnen uitoefenen, maar eigenlijk horen zij gezien hun opleiding niet in deze regeling thuis. Voordat men over succes kan spreken, moet Melkert eerst de laag opgeleiden aan de bak zien te krijgen, en dan in grotere aantallen dan nu het geval is.

Maar als hem dat al zou lukken, doemt onmiddellijk het probleem van de verdringing op. Verdringing houdt in dat de gesubsidieerde arbeid de plaats inneemt van reguliere arbeid. Per saldo wordt zo geen extra werk gecreëerd.

Het allergrootste probleem van de gesubsidieerde arbeid is en blijft echter het gebrek aan doorstroming. Wie eenmaal in een of andere regeling zit, komt er nauwelijks meer uit. Perspectief op een echte baan is er niet. Niet meer dan 10 procent van de banenpoolers slaagt er in zo'n baan te vinden. De overigen vallen terug in de bijstand of komen in een ander werkgelegenheidsproject terecht.

Zo ontstaat een steeds grotere groep werknemers die volwaardig werk verricht tegen inferieure arbeidsvoorwaarden: minder loon en geen perspectief op salarisverhoging of pensioenopbouw. Dit alles onder het mom van activerend arbeidsmarktbeleid. Op de lange duur zal dit probleem het stelsel van gesubsidieerde arbeid opblazen.

Uit onderzoek van de AbvaKabo blijkt dat banenpoolers over de inhoud van het werk doorgaans heel tevreden zijn, maar dat zij zich beklagen over het gebrek aan doorstroming en over de abominabele arbeidsvoorwaarden. Een fastfood-medewerker bijvoorbeeld, verdient met zijn beginsalaris al 400 gulden meer dan een banenpooler, en is daarnaast ook nog eens verzekerd van pensioenopbouw. Vanuit het perspectief van de banenpooler zijn de echte hamburgerbanen dus zo slecht nog niet.

Voor de Melkert-banen gelden vergelijkbare problemen, waaronder ook hier het geringe aantal mensen dat doorstroomt. Dat is in dit geval een stuk problematischer, omdat de Melkert-baan - in tegenstelling tot de banenpool - nooit als eindstation bedoeld is. Werknemers mogen eigenlijk maar twee jaar een Melkert-baan hebben, en moeten dan regulier werk vinden.

Maar doordat er nauwelijks echte banen in de publieke sector vrijkomen, komt er ook hier van de tijdelijkheid niets terecht. De Melkert-baan is in de praktijk hetzelfde lot beschoren als de banenpool. De arbeidsvoorwaarden zijn wel wat beter, maar de uitzichtloosheid is vergelijkbaar. Melkert's voorstel tot loonsverhoging vormt een impliciete bevestiging van het gebrek aan perspectief dat door de gebrekkige doorstroming veroorzaakt wordt.

Een van Melkert's argumenten om te pleiten voor de loonsverhoging is dat er in zijn ogen sprake is van 'regulier werk'. Als dat inderdaad het geval is, dan is zijn voorstel letterlijk en figuurlijk een goedkope oplossing. Juist nu we van alle kanten horen dat het zo goed gaat met Nederland, is het uitgerekend de overheid zelf die voor een dubbeltje op de eerste rang wil zitten. Dankzij het grote reservoir werkwilligen hoeft men het daarbij met de beloning niet zo nauw te nemen.

Melkert moet het failliet van de gesubsidieerde arbeid durven erkennen. Er rest hem niets anders dan een ouderwets pleidooi voor uitbreiding van de collectieve sector - met echte banen die netjes betaald worden volgens de geldende CAO's.

Zo'n uitbreiding - eerder op deze pagina's bepleit door de Amsterdamse hoogleraar Van Praag - vereist meer dan het blindelings aan de slag helpen van zoveel mogelijk mensen. In plaats van eenzijdig de nadruk te leggen op de aantallen werklozen die weggewerkt moeten worden, moet een inhoudelijke discussie op gang komen over het soort werk waar behoefte aan is.

Door middel van een uitbreiding van de collectieve sector zou Melkert twee vliegen in één klap slaan. De gesubsidieerde arbeid kan op de schroothoop, terwijl de publieke voorzieningen weer op een acceptabel niveau komen. Er gaat niets boven een echte baan.

Herman Lelieveldt is politicoloog.

Meer over