Meistersinger ****

FRITS VAN DER WAA

Opera

Die Meistersinger von Nürnberg, van Richard Wagner, door DNO, o.l.v. David Alden en Marc Albrecht.

4/6, Muziektheater, Amsterdam. Herh.: 7, 10, 13, 17, 20, en 23/6. Radio 4: 29/6

De muziek van Wagner is in tegenstelling tot het kletskoeklibretto merendeels geniaal.

Er valt bitter weinig te lachen in Die Meistersinger von Nürnberg, en dat is een zorgelijke kwestie, want Richard Wagner had toch echt de bedoeling een geestige opera te schrijven. De componist was als altijd zijn eigen librettist, maar helaas was zijn gevoel voor humor hiervoor ontoereikend. Dat is de onontkoombare slotsom van de enscenering die De Nederlandse Opera in het kader van het Holland Festival en Wagners 200ste geboortedag op de planken brengt.

Het is een gelukkige greep geweest de vormgeving in handen te leggen van David Alden en zijn overwegend Britse team ontwerpers. Ze voorzien Wagners gemankeerde meesterwerk van een plezierige distantie, door de handeling te stileren en een vleugje absurdisme toe te voegen. Ze situeren het verhaal in een kaal en bijna abstract decor met wanden en elementen die vernuftig kunnen bewegen.

Minstens zo listig is de bewegingsregie: kleine details op de achtergrond houden het beeld levendig en Alden slaagt erin het toneel sluipenderwijs vol met mensen te krijgen zonder dat je er erg in hebt. De fraaie kostuums zijn geïnspireerd op de mode anno 1900, maar bieden ook absurde accenten, zoals groteske mombakkesen en de Kabouter Plopbuik die Alastair Miles in zijn rol van Veit Pogner voorgehangen heeft gekregen. Misschien is dat wel een hint dat het langdradige muziekdrama (vijfeneenhalf uur inclusief pauzes) niet meer om het lijf heeft dan een oubollig tv-programma voor kinderen.

De kern van Die Meistersinger is een artistiek statement: vooruitgang in de kunst bereik je niet door simpelweg te breken met regels, je moet de regels kennen om te weten hoe, wanneer en waarom ze te negeren. Wagner illustreert dit met een zangwedstrijd met een nobele ridder Walther (fraai gezongen door tenor Roberto Saccà), een wijsneuzige rivaal, Sixtus Beckmesser (niet minder welsprekend vertolkt door bariton Adrian Eröd) en een wijze mentor, Hans Sachs (een even omvangrijke als indrukwekkende rol van bas James Johnson).

Het paradoxale is dat de muziek van Die Meistersinger, in tegenstelling tot het kletskoeklibretto, merendeels geniaal is en door het blijspelkarakter vrij sterk afwijkt van die van Wagners overige opera's.

Dirigent Marc Albrecht en het Nederland Philharmonisch Orkest klaren de titanenklus op heroïsche wijze, of het nu gaat om de breed opgezette instrumentale tussenspelen, de onverwacht dunne texturen van het tweede bedrijf of de overweldigende climax aan het slot.

undefined

Meer over