Meisje onder zware jongens ROMAN DOCUMENTEERT HET LEVEN IN DE STRAFKOLONIE VEENHUIZEN

MINSTENS zo groot als de stad Groningen was de strafkolonie Veenhuizen, toen Mariët Meester (1958) er in de jaren zestig en zeventig opgroeide....

In haar vierde, autobiografische roman De eerste zonde beschrijft Mariët Meester het leven in deze kolonie, en dat doet ze mooi. Los van z'n literaire kwaliteit is haar boek een geslaagd documentair portret van Veenhuizen in de jaren zeventig: je krijgt de neiging er meteen naartoe te rijden, om te kijken hoe het er nú is. Meester beschikt over een beeldende en directe reportagestijl, zoals ze eerder bewees in het reisverhaal De stilte voor het vuur, over de zigeuners in Roemenië.

In De eerste zonde vertelt ze met een scherp oog voor details over een gemeenschap waarin iedereen 'binnen de muren' woont. De twee categorieën bewoners zijn in feite elkaars gevangenen. Voor de hoofdpersoon Tulp, 12-jarige dochter van een van de directeuren, hebben alle regels en verboden te maken met de alles dominerende gevangenis: waar je wel en niet mag spelen, waar je in je eentje mag fietsen; dat je altijd je fiets op slot moet zetten, buiten geen kleren mag laten slingeren, nooit een gevangene mag aanspreken, en verdacht gedrag moet melden. En achter de raampjes van de gebouwen schuiven de huiveringwekkende wezens voorbij die ooit een kind hebben verkracht, hun vrouw van het balkon hebben geduwd of erger.

Meester geeft ook overtuigend de verwarring weer van de moderne tijd in de kolonie. Tulp is een puber als in Nederland alle instituties worden gedemocratiseerd, ook Veenhuizen. Daar werden de directeuren die het vak nog 'binnen de muren' geleerd hadden - mannen van het 'streng doch rechtvaardig', zoals Tulps vader -, vervangen door 'gogen en logen' , de 'zegmaarjij-types' met een rotsvast geloof in het alibi van een moeilijke jeugd, in begripvolle gesprekken en een maakbare toekomst.

Geestig toont Meester het onvermogen en de naïviteit van deze 'begeleiders' naar wie de zware jongens natuurlijk een lange neus maken. Zij gaan rustig door met 'pedofielen pakken'. En op de echte problemen in de gevangenis hebben deze softies geen vat: de toenemende drugshandel en de corrupte bewakers. Thuis bij Nora, Tulps vriendinnetje dat dochter is van een bewaker, staan steeds duurdere bankstellen en wandmeubels; Nora's gereformeerde vader verdient een centje bij.

Het eigenlijke verhaal in De eerste zonde steekt een beetje magertjes af bij deze mooi geschilderde setting. Tulp heeft haar eerste, schokkende liefdeservaring met een gedetineerde. Tussen de uitgaande post die haar vader moet censureren, treft zij een brief aan van een gevangene, die zich 'Danilo' noemt. Deze lijkt haar 'anders' dan de gemiddelde boef, slimmer, gevoeliger. Zij zoekt, aanvankelijk met Nora als bondgenoot, contact met de man. Ze bedenken een eigen, geheime taal en voeren toneelstukjes op voor zijn raam. Ten slotte helpen ze de man te ontsnappen; hij brengt een nacht met de meisjes door in hun hut in het bos.

Bij zijn onvermijdelijke terugkomst in de gevangenis wordt Danilo door Tulps vader streng gestraft. Hij wordt half gek en projecteert al zijn fantasieën en verlangens op het meisje dat voor zijn raam argeloos stripteases opvoert - ook bij haar zijn de hormonen zich gaan roeren. Een medegevangene ziet dat, Danilo wordt als pedofiel aangemerkt en zijn leven in de gevangenis wordt ondraaglijk.

Bij Tulp thuis weten ze inmiddels ook van haar dubieuze gedrag. Het betekent het einde van haar eerste liefde, en van haar eerste goede daad voor de mensheid. Later zou zij tegen de rechter zeggen: 'Hij heeft mij nooit gebruikt of misbruikt, alles is altijd van mij uitgegaan. (. . .) Tulp redt boef, begrijpt u?' Het hielp niets. Ze vonden het een onwaarschijnlijk verhaal.

Een onwaarschijnlijk verhaal, dat is het in Meesters weergave nu juist niet. Eerder kun je zeggen dat er te veel voorspelbare gegevens in zitten. De seksueel uitgehongerde boef en de prille maagd, de twee typen directeuren, de directeursdochter die opgroeit met de dochter van de bewaker totdat ze puber worden, en de gymnasiumleerling die brieven schrijft aan haar geliefde terwijl het huishoudschoolmeisje zich door pummels uit het dorp laat grijpen. Al deze tegenstellingen werken illustratief in de documentaire die dit boek ook is - zo zal het ongetwijfeld geweest zijn -, maar ze zijn te stereotiep voor een psychologisch interessante roman.

Daarbij komt dat het gegeven, de eigenlijk 'plot', te dun is voor een roman van bijna tweehonderd pagina's. Het geheime contact tussen Danilo en Tulp wordt breed uitgemeten en de brieven van Danilo zijn erg lang, omdat hij, die binnen de muren zit, precies moet uitleggen hoe het allemaal in elkaar steekt. Je zou graag willen weten wat 'Veenhuizen', die afwijkende jeugd, met de hoofdpersoon gedaan heeft, hoe haar kijk op liefde, gezin en samenleving erdoor is gevormd.

Als onderwerp voor een novelle of lang verhaal zou deze onmogelijke liefde wél geschikt zijn. Dan had er minder uitgemolken hoeven worden en was er meer aan de verbeelding overgelaten. In al zijn explicietheid heeft De eerste zonde nu nog het meeste weg van een roman voor pubermeisjes - maar dan wel een heel aardige. En we zijn een mooi portret van de gevangeniskolonie Veenhuizen rijker. Dat is ook wat.

Aleid Truijens

Mariët Meester: De eerste zonde.

Meulenhoff; 194 pagina's; ¿ 34,90.

ISBN 90 290 5516 2.

Hij heeft er nooit spijt van gehad dat hij met muziek maken is gestopt. 'Ik herinner me leuke dingen uit die periode. Maar je moet er op tijd mee stoppen. Je moet niet oud, krom en grijs op het podium gaan staan. Dikke mannen die zwetend staan te blazen in een overhemd met beestjes dat over de buik spant: verschrikkelijk.'

Meer over