Meijling legt zaak asbest Cannerberg deels bij NAVO

Staatssecretaris Gmelich Meijling van Defensie acht de NAVO in hoge mate zelf aansprakelijk voor eventuele gezondheidsproblemen van de honderden buitenlandse militairen die in de Maastrichtse Cannerberg hebben gewerkt....

Van onze correspondent

André Lammerse

DEN HAAG/MAASTRICHT

In het Joint Operations Centre (JOC) van de NAVO werkte tussen 1965 en 1992 een internationaal gezelschap van duizenden militairen. De oud-medewerkers hebben nu een verhoogde kans op long- en buikvlieskanker, omdat ze jarenlang aan te hoge concentraties asbest zijn blootgesteld.

Voor zover bekend is er één dodelijk slachtoffer. Het gaat om iemand die zeven jaar in het JOC werkte. Hij overleed in 1989 aan mesothelioom, een vorm van longvlieskanker die onomstotelijk wordt toegeschreven aan het inademen van asbestvezels.

Meijling erkent dat Defensie 'nalatig' en 'verwijtbaar' heeft gehandeld in het onderaards gangenstelsel bij Maastricht. Die schuldbekentenis doet Meijling voorlopig alleen aan de Nederlandse werknemers van de JOC. Als zij het verband kunnen aantonen tussen hun verblijf in de Cannerberg en hun aan asbest gerelateerde ziekte, komen ze in aanmerking voor een schadevergoeding.

Omdat asbestziekten zich nog tot veertig jaar na blootstelling kunnen openbaren, wil Meijling de wettelijke verjaringstermijn van dertig jaar (van een schadeclaim) naast zich neer leggen. De staatssecretaris heeft dat vrijdag toegezegd in een brief aan de Tweede Kamer.

Meijling vindt dat de NAVO verantwoordelijk is voor de buitenlandse militairen. De NAVO huurde tussen 1965 en 1992 de Cannerberg van Defensie: in de beheersovereenkomst was de NAVO de leidinggevende. Het ministerie van Defensie onderzoekt nu in hoeverre de NAVO aansprakelijk kan worden gesteld voor eventuele schadeclaims van buitenlandse militairen. 'De aansprakelijkheid wordt in het komende reguliere NAVO-overleg aan de orde gesteld', aldus een woordvoerder op Defensie.

Vooruitlopend daarop stelt Meijling al vast dat zijn ministerie 'met betrekking tot bedrijfsvoeringsaspecten, zoals het dragen van maskers, alleen kon adviseren.' 'De uiteindelijke beslissing lag bij de NAVO-commandant.'

In zijn antwoord aan de Tweede Kamer kenschetst Meijling de rol van Defensie nadrukkelijk als adviserend in plaats van beslissingsbevoegd. Het dragen van beschermende maskers kon Defensie alleen verplicht stellen voor Nederlandse militairen. Voor het doorvoeren van een uniforme regelgeving was toestemming nodig van de NAVO.

Toch erkent Meijling dat ook zijn eigen ministerie slordig is omgesprongen met de gezondheidsrisico's in de Cannerberg. Zo had het personeel dat onderhoud verrichtte aan de met asbest beklede luchtkanalen beter voorgelicht moeten worden en beschermende kleding moeten krijgen.

Meer over