Mega-universiteit

UNIVERSITEITEN en hogescholen mogen voortaan fuseren, zo heeft minister Hermans van Onderwijs aangekondigd. Meteen lieten de Universiteit en Hogeschool van Amsterdam weten dat zij binnen twee jaar zullen samengaan in een mammoetinstelling met 40 duizend studenten....

Universiteit en hogeschool zouden de slag om de student kunnen staken, kondigden bestuurders van beide instellingen aan. De universiteit zou kleiner en selectiever kunnen worden, beroepsgerichte studenten zouden naar de hogeschool verwezen kunnen worden. Dat zou een mooie uitkomst van de fusie zijn: het onderscheid tussen universiteit en hogeschool wordt aangescherpt.

Dat onderscheid zit niet in de vaak geopperde, maar al te simplistische tegenstelling tussen wetenschappelijk en beroepsgericht. Slechts een handjevol studenten heeft belangstelling voor de wetenschap. Daarnaast bestaat een veel grotere groep die buiten de universiteit emplooi zal vinden, maar wel behoefte heeft aan een academisch denkniveau. Al eeuwenlang leidt de universiteit op voor de hogere regionen van de arbeidsmarkt, van geneeskunde tot openbaar bestuur en management.

De afgelopen decennia hebben de universiteiten het echter wel erg bont gemaakt met het bedenken van allerlei zeer concrete en beroepsgerichte opleidingen, teneinde maar zo veel mogelijk studenten te trekken. Het zou een goede zaak zijn om flink te wieden in deze zogeheten 'kundes'. Op papier biedt de fusie hiertoe zeker interessante mogelijkheden.

Toch moet het plan met de nodige scepsis worden bezien. Ten eerste bevestigt het hierboven geschetste scenario de hoge status van wetenschappelijk onderzoek ten opzichte van onderwijs. Binnen de nieuwe instelling - de Amsterdam Hoger Onderwijs Groep? - zal lesgeven nog meer met het hoger beroepsonderwijs worden geassocieerd. Het gevaar bestaat dan ook dat op den duur alle studenten, van sterke vwo'er tot matige havist, in een hbo-achtige eerste fase worden ondergebracht. Wetenschappers kunnen dan hun aandacht geven aan een handjevol knappe koppen in de tweede fase. Dat zou een enorme verschraling van het universitair onderwijs betekenen.

Bovendien zijn fusies in het onderwijs zelden een onverdeeld succes. Een prachtige blauwdruk voor een gestroomlijnde, reuze efficiënte onderwijsinstelling leidt in de praktijk vaak tot bureaucratisering en anonimisering. Nu al klagen veel studenten over het feit dat zij verloren rondlopen in hun massa-instelling. Studeren aan een instituut dat 40 duizend studenten opleidt, zal hier geen verbetering in brengen.

Minister Hermans kan daarom niet volstaan met een opheffing van het fusieverbod. Hij zal er ook op moeten toezien dat een eventuele samensmelting tot het gewenste resultaat leidt.

Meer over