Meeste Turken willen soepeler hoofddoekverbod

Een ruime meerderheid van de Turken is voor versoepeling van het hoofddoekverbod. Van hen vindt 65 procent dat het dragen van een hoofddoek op universiteiten moet worden toegestaan.

Van onze verslaggever Eric Outshoorn

In het parlement heeft de regerende Gerechtigheids- en Ontwikkelingspartij (AKP) van premier Tayyip Erdogan voor het debat van morgen een verbond gesloten met de extreemrechtse Nationalistische Actiepartij (MHP) van Devlet Bahceli, de kleinste oppositiepartij. Daardoor ontstaat de benodigde tweederde meerderheid die nodig is om de grondwet te wijzigen.

Beide partijen – gewoonlijk elkaars tegenpolen op ideëel en economisch vlak – hebben elkaar op dit punt gevonden, doordat ze beide een traditionele, conservatieve achterban hebben, die het dragen van een hoofddoek als volstrekt normaal beschouwt.

Tegen
De grootste oppositiepartij, de Republikeinse Volkspartij (CHP), geleid door Deniz Baykal, is fel tegen elke versoepeling van het verbod. Ze vreest dat die zal leiden tot een totale afschaffing van het verbod en zo de seculiere republiek zal ondermijnen. Zaterdag demonstreerden zo’n 120 duizend Turken in enkele grote steden tegen versoepeling van het hoofddoekverbod.

De streng seculiere kemalist Baykal verdenkt de AKP ervan een geheime agenda te voeren die leidt tot invoering van de sharia in Turkije. Daarin wordt hij gesteund door het establishment in Turkije, voor een groot bestaande uit de rechterlijke macht, een flink deel van de ambtenarij en niet te vergeten de strijdkrachten.

Juist de strijdkrachten, de zelfbenoemde hoeders van het gedachtegoed van Mustafa Kemal Atatürk, volgen Erdogan en zijn partij met groot wantrouwen. Niettemin hebben zij aan zeggingskracht verloren na de verpletterende verkiezingsoverwinning van de AKP vorig jaar juni. Zo wist opperbevelhebber generaal Yasar Büyükanit – die vorig jaar voor de verkiezingen nog waarschuwde tegen het veronderstelde islamistische gevaar dat de AKP met zich meebracht – vorige week weinig meer te verklaren dat ‘men weet hoe de strijdkrachten over deze zaak denken’.

President Abdullah Gül, mede-oprichter en eerste premier van de AKP, moet elk aangenomen wetsvoorstel voorzien van zijn handtekening. Dat kan hij weigeren, zoals zijn voorganger Ahmet Necdet Sezer herhaalde malen deed met AKP-wetten die hem niet bevielen. In zo’n geval moet het parlement opnieuw over de wet stemmen. Wordt deze opnieuw aangenomen, dan kan de president niet voor de tweede keer zijn contraseign weigeren.

Referendum
Gül verklaarde vandaag vlak voor zijn vertrek naar de Golfstaat Qatar dat hij niet van zins is een referendum over het hoofddoekverbod te houden. ‘Een volksraadpleging over grondrechten hoort niet. Politieke partijen, politici en vertegenwoordigers van non-gouvernementele organisaties discussiëren over deze zaak. In ons land heerst een dynamische sfeer van debat, daarom is een referendum onnodig’, aldus Gül.

De leider van de Partij voor Democratisch Links (DSP), Zeki Sezer, waarschuwde dat de voortdurende discussie over de turban zal leiden tot toenemende spanningen in de maatschappij. ‘De discussie in de politieke arena heeft zich uitgebreid tot universiteiten en andere segementen van de samenleving. Daardoor loopt de spanning op en daar zijn we bezorgd over.’

Overigens heeft Atatürk het dragen van de turban wel geprobeerd te ontmoedigen, maar hij heeft deze nooit verboden. Dit in tegenstelling tot het dragen van de fez door mannen. Pas in 1989 werd een grondwettelijk verbod op het dragen van de turban in publieke instellingen afgekondigd.

Meer over