Meent

De Meent is een straat in het centrum van Rotterdam, tussen de Coolsingel en de Goudsesingel, vlak bij de Laurenskerk....

Martin Bril

Ook aan de Meent ligt restaurant Amarone – in de tophonderd van de nieuwe Lekker eergisteren binnengekomen op 54. Behalve dat je daar bijzonder goed kunt eten, is het er leuk toeven vanwege het uitzicht op de straat. De complete voorgevel van het restaurant bestaat namelijk uit glas. Vraag om een tafeltje bij het raam, en Rotterdam komt je voorbijlopen – zeker op een dinsdag als het markt is. Ook zijn er mooie parkeertaferelen te zien.

Goed.

Een nadeel van het naar buiten kijken, is dat voorbijgangers natuurlijk ook naar binnen kunnen kijken. Daar moet je tegen bestand zijn. Zo werd ik gisteren minutenlang aangestaard door een verwilderde man die met een fles bessenjenever stond te zwaaien. Zijn gulp stond open en uit zijn jaszak stak een oude krant waarin een vis zat gewikkeld; de staart stak er bovenuit. Toen hij wankel zijn weg vervolgde, passeerde een vrouw die me een knipoog gaf – iets dat ik al jaren niet had meegemaakt. Het gekste was nog dat het een dame op leeftijd was, met een kek hoedje van Burberry op en een witte poedel in haar kielzog, die in dezelfde kleuren een kleedje droeg. Toch kreeg ik er een goed humeur van.

Toen arriveerde een zwarte jongen met een oude gitaar, een wieldop en een tas van Albert Heijn. De man had duidelijk plannen met de wieldop, maar welke richting die plannen uitgingen, was een andere zaak; daar was hij nog niet uit. Er moest, zag je hem denken, een samenhang zijn te verzinnen tussen gitaar en wieldop, maar hoe, en waartoe?

Hij stak slingerend over naar een straatje dat Oppert heet, en botste op de hoek bijna tegen een grote, over de Meent hangende plataan aan. Intussen passeerde een jong Aziatisch stelletje; zij hield een verfomfaaid parapluutje in de lucht en hij drukte een gegrilde kip in een plastic zakje tegen zijn borst – alsof het een pasgeboren baby was, zo verliefd keek hij er op neer.

Even was er niets.

Toen strompelde een jongen op krukken voorbij. Daarna kwam een oude dame in een elektrische rolstoel, gevolgd door een paar Antilliaanse meiden die er een punt van maakten opzichtig met hun kont te schudden. Aan de overkant van de straat, tussen een reisbureau en een Italiaans restaurant, stond een grote steiger. Een schilder was er eenzaam op bezig. Een oude Chinees, met een bril als die van Lee Towers, kwam voorbij en bestudeerde uitgebreid de gasten van restaurant Amarone. Het scheelde weinig of hij was gaan zwaaien. Uiteindelijk verdween hij.

Daar was de zwarte jongen met de gitaar en de wieldop weer. Met grote, langzame, dromerige passen stak hij de Meent over, en hoe dichterbij hij kwam, hoe meer snaren er aan de gitaar bleken te ontbreken. Een blonde jonge moeder met een kind in een karretje en twee vollen tassen van de Hema versnelde haar pas om een botsing te vermijden, maar dat had niet gehoeven. De zwarte jongen hield tussen de auto’s halt om haar ruim baan te geven. Daarna keek hij peinzend en zeer langdurig naar zijn wieldop, alsof het een object uit een andere wereld was.

Meer over