MEDISCHE ONGEHOORZAAMHEID?

DE GEMEENTEN Leiden en Nijmegen hebben aangekondigd bij de uitvoering van de Koppelingswet uitzonderingen te maken voor uitgeprocedeerde asielzoekers die niet naar hun land terug kunnen keren....

De Koppelingswet wil het gebruik van collectieve voorzieningen zoals huisvesting, sociale uitkeringen, medische hulp en onderwijs door illegalen onmogelijk maken. Illegaliteit is kennelijk iets dat met inzet van alle mogelijke middelen bestreden moet worden.

Het is verbazingswekkend hoe in zeer korte tijd het begrip illegaliteit in na-oorlogs Nederland van een geuzenterm veranderd is in een heksenterm. Het verzet in de Tweede Wereldoorlog kwam voort uit 'de illegaliteit'. Dat had nog lang een positieve klank. Thans moet alles wat illegaal is uitgebannen, weggesnoeid of uit het zicht verdreven worden. Door de Koppelingswet wordt het opsporen van illegalen aanzienlijk vereenvoudigd.

Bovendien wordt de medewerking gevraagd van officiële hulpverleners, bijvoorbeeld artsen, die allemaal in een moreel dilemma komen te verkeren: universele beginselen volgen of je neer leggen bij een collectief politiek besluit ter bevordering van een collectief belang. Persoonlijke moraal botst op een juridische verplichting. Wat weegt hierbij zwaarder? Collectiviteit of universaliteit?

Het weigeren van medewerking door ambtenaren of burgers kan juridisch pas worden gerechtvaardigd indien er op een of andere manier universele waarden, neergelegd in internationale verdragen en rechtspraak, in het geding zijn. De cruciale vraag is dus of dat het geval is bij de uitvoering van de Koppelingswet.

Het stopzetten van een sociale uitkering aan iemand die geen wettelijke verblijfstitel heeft, komt niet gauw in strijd met de rechten van de mens, hoewel het een vreemd en dubieus beleid blijft als zo'n illegaal en officieel niet bestaande persoon wel vijf jaar lang volgens wettelijke regels sociale premies en belasting heeft betaald. Dit is het probleem van de 'witte' illegalen.

Het onthouden van recht op huisvesting en onderwijs - vooral van belang voor uitgeprocedeerde asielzoekers en hun kinderen - ligt al een stuk moeilijker. Staan die niet met zoveel woorden in artikel 25 en 26 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens? Alle artikelen van die Verklaring zijn gegoten in de ambitieuze vorm van 'een ieder', 'alle' of 'niemand'. Zij zijn absoluut geformuleerd.

Blijft dit 'een ieder' slechts beperkt tot erkende leden van een erkende politieke gemeenschap of gaat het ook op voor vreemdelingen en vluchtelingen zonder wettelijke verblijfstitel? Zijn statenloze mensen of mensen zonder paspoort helemaal rechteloos?

De moderne illegaliteit roept nieuwe en pertinente vragen op over de reikwijdte van de universele ambities en over de grondslagen van een politieke gemeenschap. Wie hoort hier nog wel bij en wie niet meer? Bestaan er blijvende verplichtingen jegens diegenen, die er toch (net) niet meer bij horen, maar er wel zijn, letterlijk hier ter plekke aanwezig zijn?

De politieke theorie en de rechtsfilosofie hebben nog nauwelijks een goed antwoord gevonden op deze vragen van legaliteit en territoriale gebondenheid van rechten in een wereld waar miljoenen mensen op de vlucht zijn of op zoek zijn naar enige bestaanszekerheid. Politici al evenmin.

Er is echter in elk geval één plicht die niet aan politieke of territoriale grenzen gebonden is: de plicht tot medische hulpverlening. Artsen hebben als een van de weinige beroepsgroepen een waarlijk universele plicht.

In tijden van oorlog zijn zij niet gebonden om alleen maar de goede partij te helpen. Zij zijn partijloos en kunnen en mogen geen personen van hun hulp uitsluiten om politieke of financiële redenen. Het collectieve belang heeft bij hun geen voorrang boven een individuele vraag om hulp. Tijdens de bezetting stuitte de poging (in 1943) om de hulpverlening van artsen ondergeschikt te maken aan de politieke machthebbers op hevig massaal verzet van de artsen zelf.

Wordt het nu weer tijd voor medische ongehoorzaamheid? Er is een principiële en een pragmatische kant aan deze zaak. De wet biedt de mogelijkheid tot medische hulpverlening aan illegalen in acuut gevaar en als er gevaar is voor de volksgezondheid (bijvoorbeeld bij besmettingsziekten). De goede medische controle op drugverslaafden in Nederland is juist mogelijk omdat men niet hoeft te vragen naar herkomst of politieke status. Dat zou zo moeten blijven.

De vele medische consulten van illegalen in de grote steden betreffen - zo blijkt uit onderzoek bij De Witte Jas in Amsterdam - gewone, maar noodzakelijke gevallen. Bevallende moeders zonder verblijfsvergunning verdienen medische bijstand. Het zou mooi zijn als de wetgever principieel de universele belangen van medische zorg zou stellen boven zijn behoefte aan collectieve controle.

Meer over