Medicijnsector slikt bittere pil

De sluiting van het voormalige Organon is niet alleen een klap voor de werknemers. Het medicijnonderzoek raakt een geldschieter, een afzetmarkt en een kweekvijver kwijt....

Door Peter van Ammelrooy

‘Doodzonde’, zegt Clemens van Blitterswijk, hoogleraar weefseltechnologie in Twente. ‘Dramatisch’, zegt Harry Struijker Boudier, hoogleraar farmacologie in Maastricht. ‘Intriest’, zegt Daan Crommelin, wetenschappelijk directeur van het Top Institute Pharma in Leiden.

De reden van hun treurnis: de teloorgang van een belangrijke Nederlandse farmaceutische icoon door de sluiting van het voormalige Organon in Oss. Betrokkenen noemen het een aderlating voor de academische wereld en voor de kennissector in het algemeen. ‘Je verliest een potentiële werkgever voor afgestudeerden en promovendi’, zegt Struijker Boudier. ‘En een kweekvijver waaruit nieuwe kleine bedrijfjes kunnen voortkomen’, vult Van Blitterswijk aan.

De bijl voor het voormalige Organon viel precies een dag voordat het bedrijf zijn 87ste verjaardag zou vieren. Al een week deden in de pers hardnekkige geruchten de ronde over een drastische reorganisatie. Wat de Amerikaanse eigenaar MSD uiteindelijk op 8 juli aan plannen ontvouwde, bleek niet minder te zijn dan een halvering van het bedrijf.

Van de 4.500 banen gaan er de komende twee jaar 2.175 verdwijnen. Dat is eenzevende van wat MSD wereldwijd op het hakblok legt. Het concern sluit op acht locaties een deel van zijn 34 laboratoria. Zo hopen de Amerikanen de voordelen te verzilveren van de fusie die vorig jaar november werd bezegeld met Schering-Plough, de farmaceutische reus die Organon in 2007 kocht van Akzo.

De zwaarste klappen vallen in de onderzoekstak. De activiteiten van research & development hevelt MSD volledig over naar de Verenigde Staten. Slechts een gering aantal werknemers zal kunnen meeverhuizen, zegt het bedrijf. Voor het gros van de 1.100 onderzoekers die in Oss werkzaam zijn, dreigt een zwart gat.

De gevolgen van de sluiting zijn voor Nederland vérstrekkender dan een overschot aan werkloze academici in Oss en omstreken. In de bijna negentig jaar dat Organon daar actief was, sloeg het bedrijf zijn tentakels uit in de academische wereld. Er is geen universiteit, onderzoeksinstelling, laboratorium of instituut op het terrein van life sciences, of ze werken samen met Organon. De pijn van de sluiting wordt breed gevoeld.

Doodklap
Uit een onvolledig overzicht – de concurrentie leest mee – blijkt hoe stevig de research & development van het vroegere Organon is verstrengeld met Nederlands medicijnenonderzoek elders. De reorganisatie zet alleen al in Nederland tachtig projecten op de tocht.

De meeste van deze onderzoeken worden voor drie tot vier jaar gefinancierd. Veelbelovende projecten moeten daarna opnieuw op zoek naar geld. Onderzoek naar nieuwe geneesmiddelen strekken zich met gemak over tien jaar uit. Het wegvallen van een grote financier kan de doodklap betekenen.

Van de Nederlandse universiteiten zijn er twaalf die werken aan opdrachten die mede door Organon worden betaald. Tien medewerkers van MSD danken hun benoeming tot hoogleraar aan het bedrijf, vier van hen zijn verbonden aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Bijna twintig Nederlandse ziekenhuizen verliezen een belangrijke opdrachtgever voor klinische studies.

Een andere prominente betrokkene is het Top Institute Pharma. Deze organisatie werd in 2006 opgericht om farmaceutisch en biomedisch onderzoek te bevorderen. De overheid (voor de helft), bedrijfsleven en universiteiten (elk voor een kwart) zegden voor het instituut gezamenlijk 260 miljoen euro toe, waardoor het nu voor 49 projecten een financieel fundament kan bieden.

Schering-Plough, MSD’s voorganger, tekende destijds op maar liefst zeventien projecten van TI Pharma in. Het is een breed palet aan research, variërend van de zoektocht naar biomarkers die helpen chronische longaandoeningen in een vroeg stadium op te sporen, tot de ontwikkeling van gepersonaliseerde medicijnen – afgestemd op genetische afwijkingen – voor patiënten met psychotische stoornissen.

‘Die projecten gaan gewoon door’, verzekert Daan Crommelin, wetenschappelijk directeur van TI Pharma. Het wegvallen van een grote partner is niet prettig, erkent hij, maar ook geen alles wegvagende ramp. ‘We hadden een plafond gesteld aan hoeveel afzonderlijke bedrijven als Organon financieel mochten bijdragen aan het instituut. Dat is maximaal 10 procent.’

In de tweede helft van 2010 lopen de eerste projecten af. TI Pharma hoopt dat de overheid snel over de brug komt met een tweede financieringsronde. ‘Daarin mikken we voor de helft op de voortzetting van veelbelovende onderzoeken. De rest van het geld gaat naar nieuwe research. Daarvoor kan iedereen nieuwe plannen indienen’, zegt Crommelin.

De wetenschappelijk directeur heeft geen idee of MSD zijn participatie in TI Pharma op het huidige niveau zal voortzetten. Hij erkent dat farmaceutische bedrijven de neiging vertonen om deelonderzoeken te gunnen aan lokale universiteiten en contractanten. Maar, zegt Crommelin, ‘voor goed onderzoek is dit soort bedrijven bereid ver te vliegen.’

Kansen
Die conclusie wordt onderschreven door Harry Struijker Boudier van de Universiteit Maastricht. ‘Nederland heeft een grote wetenschappelijke reputatie op het terrein van life sciences. We zijn internationaal gezien de nummer 3 of 4.’ Hij roemt het kennisniveau in Nederland en de goede infrastructuur. Dat academici hun Engels goed beheersen, is ook een pre.

Door dit alles liggen er kansen voor Oss en Nederland, meent Struijker Boudier. ‘Grote farmacieconcerns besteden een steeds groter deel van hun onderzoek uit aan externe partijen.’ De ontwikkeling van een nieuw geneesmiddel kost algauw een miljard euro, zegt de hoogleraar. Farmaceuten spreiden het risico door onderdeeltjes van hun productontwikkeling door anderen te laten doen. Hij ziet sinds een aantal jaren een nieuwe rolverdeling ontstaan. ‘De universiteiten speuren naar de targets, de bedrijven naar de stofjes om die targets te behandelen.’

Er blijft, denkt Struijker Boudier, nog genoeg bedrijvigheid voor life sciences over om onderzoekers aan het werk te houden. Bedrijven als DSM, Unilever, Philips, Crucell, Solvay, Galapagos en Prosensa blijven volop investeren in onderzoek. De farmaceutische sector zit nu misschien in de hoek waar de klappen vallen, zegt de hoogleraar, maar dat wil niet zeggen dat alles en iedereen nu in de rouw moet. Denk aan een gigant als Glaxo Smith Kline; die laat de helft van zijn research buiten de deur uitvoeren.

De trend dat grote farmaceuten de jacht op nieuwe medicijnen gedeeltelijk uitbesteden is niet nieuw. Organon stak al 20 tot 30 procent van zijn R & D-budget in onderzoek dat buiten de bedrijfspoort werd verricht. MSD liet vorige maand nog weten dat het zijn pijplijn – de lange weg die een veelbelovend stofje moet gaan om het tot een succesvol medicijn te brengen – voor een kwart met externe vondsten wil vullen. Dit betekent wel dat partners grotere risico’s moeten nemen, zei Hans Boström, destijds nog directeur scientific liason van MSD. Ze zullen de werkzame bestanddelen van medicijnen sneller op de markt moeten brengen.

Starters
Daar liggen de kansen voor de werknemers van MSD die straks zonder werk zitten, denkt Clemens van Blitterswijk. De Twentse hoogleraar is zeer te spreken over het voornemen van MSD om de af te stoten onderzoeksfaciliteiten voort te zetten in de vorm van een science park, waar spin-offs en startende bedrijfjes zich kunnen gaan toeleggen op nieuwe, onontgonnen terreinen.

‘Toen ik afstudeerde, kon je gaan lesgeven of in dienst treden van een groot bedrijf als Organon, of bij DSM en Gist-Brocades. Tien jaar geleden is daarin een ommekeer gekomen en zijn er meer studenten voor zichzelf begonnen. In dat opzicht is het gunstig dat het doek voor Organon nu pas valt, en niet al tien jaar terug.’ Toch ziet Van Blitterswijk de huidige onderzoekstak in Oss niet in zijn geheel overleven. ‘Je spreekt van een onderzoeksorganisatie ter grootte van de Universiteit Twente. Die mensen hou je niet allemaal aan het werk.’

Onduidelijk is nog wat MSD precies aan onderzoek binnenboord wil houden en wat het bedrijf gaat afstoten. Voor het personeel zal de onzekerheid over de toekomst nog wel even voortduren, waarschuwt Ton Rijnders, vice-president Onderzoek en Ontwikkeling in Oss. ‘Binnen MSD moeten we nog bekijken wat de waarde is van alle projecten waarbij we zijn betrokken. De details zijn nog lang niet uitgewerkt. Het enige dat we aan onze partners hebben gemeld, is dat we ons op de toekomst beraden.’

MSD heeft niet al zijn onderzoeksterreinen afgestreept, zegt Rijnders. ‘Maar de visie op hoe MSD research inricht, is wel veranderd. We zetten zwaarder in op onderzoeken waarvan de kans groter is dat we er succes mee boeken. We doen minder probeerseltjes. Je kunt bij wijze van spreken tien onderzoekers op tien kleine projecten zetten. MSD zet er liever tien aan het werk op een groot, veelbelovend onderzoek.’

Kleintjes kunnen groot worden, zegt Daan Crommelin van Top Institute Pharma. Hij wijst op de wederopstanding van de Nederlandse lucht- en ruimtevaartsector, die na na het bankroet van vliegtuigfabrikant Fokker in 1996 volledig leek afgeschreven. ‘Daar zijn tal van kleinere bedrijven ontstaan die samen een sector vormen die een internationale markt bedient.’

De kans dat er een medicijn komt dat voor honderd procent Made in Holland is, is dus nog niet verkeken? Struijker Boudier: ‘Nee, ik denk het niet. Er blijven genoeg niches over waarin de kans op de vondst van een nieuw middel blijft bestaan. Dat zal dan komen van een klein of middelgroot bedrijf. Organon is ook klein begonnen.’

Van stierentestikels tot urine van zwangere vrouwen
Varkens vormden in 1913 de basis van het succes van Organon. Of liever gezegd: de alvleesklier van varkens. Daaruit wisten wetenschappers enkele jaren daarvoor het eiwit insuline te isoleren. Van insuline was toen al bekend dat het baatte bij suikerziekte.

Salomon (Saal) van Zwanenberg, eigenaar van een slachterij in Oss, zag in dierlijke insuline een nieuwe inkomstenbron. Samen met de farmacoloog Ernst Laqeur zette hij Organon op om na te gaan welk dierlijk afval in Zwanenbergs nog meer kon worden gebruikt om werkzame stoffen te winnen.

Niet alleen stierentestikels, schapenhersenen en paarde-urine bleken bruikbaar. Al decennialang zeeft Organon uit de plas van zwangere vrouwen een hormoon waarmee onvruchtbare vrouwen worden behandeld.

Een grote slag sloeg Organon begin jaren zestig van de vorige eeuw met de uitvinding van Lyndiol, een van de eerste anticonceptiepillen. In 1967 fuseerde het bedrijf met de Koninklijke Nederlandse Zoutindustrie, en twee jaar later met de Algemeene Kunstzijde Unie. Gedrieën vormden ze Akzo. Dat zou in 2007 afstand doen van Organon, vlak voordat het bedrijf met een beursgang zelfstandig zou worden.

Al in 2007 was het voor veel kenners duidelijk dat de Amerikanen vooral aasden op de medicijnen die Organon in de pijplijn had. De hoofdprijs was Saphris, ook wel asenapine genoemd, dat artsen voorschrijven tegen schizofrenie en manische depressiviteit. Het is vorig jaar goedgekeurd voor de Amerikaanse markt en kan miljarden in het laatje brengen. Het laatste medicijn dat volledig in Oss is bedacht en ontwikkeld is Elonva, een middel dat de eicelgroei bevordert bij vrouwen die een ivf-behandeling ondergaan.

Meer over