Medicijnkastjes staan vol met belladonna

Niet élke Nederlander ligt hethomeopathisch credo similiasimilibus curentur - het gelijke wordt met het gelijkende genezen - voor op de tong....

Van onze verslaggever Bert Wagendorp

De Nederlandse doe-het-zelfdokter trekt zich weinig aan van de wetenschappelijke scepsis jegens de homeopathie. In een meerderheid van de huishoudens geldt het principe van de huis-tuin-en-keuken-empirie: volgens mij werkt het, dus ik gebruik het. Wat de minister, de inspecteur-generaal en de medisch wetenschapper beweren maakt weinig indruk.

Voor vele miljoenen euro's gaan arnica, belladonna, calendula en tientallen andere middelen over de counter van apotheek, drogist en supermarkt. Tientallen goedverkochte boeken over homeopathie wijzen de leek de weg.

VSM in Alkmaar (270 werknemers) en Biohorma in Elburg (150) zijn de twee grootste fabrikanten van homeopathische middelen voor zelfzorg. Zij beheersen ongeveer 80 tot 90 procent van de Nederlandse markt, die op ongeveer 96 miljoen euro wordt geschat. Met Roche (Rennie, Supradyn) en Chefaro (Davitamon, Chefarine) behoren VSM en Biohorma - dat producten verkoopt onder de naam A. Vogel - tot de vier grootste spelers op de landelijke zelfzorgmarkt.

Een aantal van de bekendstehomeopathische medicijnen behoort al decennia tot de vaste inventaris van het gemiddelde Nederlandse medicijnkastje.

'Sommige producten zijn al zo gewoon, dat veel mensen zich niet eens meer realiseren dat ze homeopathisch zijn', zegt Jan Zwoferink, directeur van VSM.

Het kroonjuweel van VSM is Spiroflor, het meest verkochte spierpijnmiddel van Nederland. Spiroflor is bijvoorbeeld zeven keer zo groot als de bekende niet-homeopathische concurrent Midalgan. Elk jaar worden er 800 duizend tot één miljoen verpakkingen van verkocht.

Spiroflor hoort bij de homeopathische middelen die ook door niet-homeopathische artsen worden voorgeschreven - in de periode dat het nog in het ziekenfondspakket zat zelfs door 95 procent van de huisartsen, volgens Zwoferink.

De historie van zijn VSM loopt deels parallel met de geschiedenis van de homeopathie in Nederland, die in 1827 begon met de vertaling van Samuel Hahnemanns Organon, de bijbel van de homeopathie. De V in VSM staat voor Voorhoeve, de naam van de Haagse apotheker die in 1910 als eerste in Nederland homeopathische middelen ging maken. Hij stamde uit een Dordrechtse patriciërsfamilie die een vooraanstaande rol speelde in de ontwikkeling van de Nederlandse homeopathie en die overigens ook oud-VVD-voorman en ex-minister Joris Voorhoeve voortbracht.

N.A.J. Voorhoeve vestigde zich in 1881 als homeopathisch arts in Rotterdam. Hij richtte in 1886 de Vereniging tot Bevordering der Homeopathie in Nederland op. Zijn neef J. Voorhoeve publiceerde in 1905 Homeopathie in de praktijk, nog steeds een standaardwerk waarvan inmiddels tienduizenden exemplaren zijn gedrukt en dat in 1995 de 22ste druk beleefde.

Echinaforce, van Biohorma, is het bekendste homeopathische middel van Nederland. Vanaf de introductie in 1955 was het door de Zwitser Alfred Vogel ontwikkelde middel een succesverhaal. Hele generaties Nederlanders zijn inmiddels, versterkt met Echinaforce, lange koude winters doorgekomen. Tot een jaar of tien geleden de opmars van de vitaminepreparaten begon, was Echinaforce het meest verkochte zelfzorg-medicijn van Nederland.

Nu staat het nog in de topdrie, na Otrivin en Bisolvon. In driekwart van alle Nederlandse huishoudens is het middel aanwezig - of op zijn minst aanwezig geweest. Elk jaar gaat het rond één miljoen keer over de toonbank.

VSM onderzoekt drie tot vier keer per jaar de marktpenetratie van haar producten. Daaruit blijkt dat in ongeveer 60 procent van de Nederlandse huishoudens een of meer homeopathische producten van het bedrijf aanwezig zijn. Daaronder ook vaak Nisyleen, een van de twee meestverkochte producten op de griepmarkt.Nisyleen - een mix van homeopathische verdunningen - is veel groter dan bekende reguliere griepbestrijders als Anti-grippine en Hot Coldrex.

Sandra Stroeve van Biohorma weet zeker dat steeds meer huisartsen - ook niet homeopathisch geschoolde - homeopathische middelen voorschrijven. 'Die groep is inmiddels veel groter dan die van de tegenstanders vanhomeopathie die dat principieel weigeren.' Volgens Stroeve wordt bijvoorbeeld Cinuforce (bij holte-ontstekingen) ook door de reguliere geneeskunde breed voorgeschreven. Jan Zwoferink - afgestudeerd als apotheker - noemt het middel Chamodent (tegen tandgroeipijn bij kleine kinderen) als voorbeeld van een door dereguliere gezondheidszorg geaccepteerd medicijn. 'Dat wordt gewoon geadviseerd door consultatiebureaus.'

'Een klap in het gezicht', zegt Zwoferink over de opmerkingen van minister Hoogervorst van Volksgezondheid aan het adres van de homeopathie. Maar echt druk maakt hij zich niet om de ophef. De homeopathie is kennelijk onvermijdelijk om de zoveel jaar onderwerp van debat, 'maar ik verwacht daardoor niet direct een kopersstaking.' De omzetcijfers zijn stabiel, het percentage huishoudens waarin homeopathische middelen aanwezig zijn groeit nog altijd.

Biohorma heeft de minister inmiddels een brief gestuurd met het vriendelijke verzoek zijn opmerkingen te nuanceren. Maar ook in Elburg liggen ze niet wakker van alle ophef. Sandra Stroeve van Biohorma: 'We weten al lang dat de gebruikers zich daar niets van aantrekken.'

Meer over