Medicijnen doorgedrukt

Zware jongens moet je soms met zwaar geschut te lijf. Dat geldt niet alleen voor leger en politie, maar ook in de journalistiek....

In de Verenigde Staten beseffen sommige kranten wat dat betekent. De Los Angeles Times wilde in 1997 weleens weten waarom de Food and Drug Administration (FDA), het overheidsorgaan dat nieuwe geneesmiddelen keurt die fabrikanten op de markt willen brengen, sinds enkele jaren versnelde procedures hanteert. En wat daarvan de gevolgen zijn. De krant nam geen halve maatregelen.

Meer dan twee jaar lang mocht journalist David Willman zijn gang gaan, ondersteund door twee onderzoekers. Hij interviewde meer dan zestig deels voormalige medewerkers van de FDA en ploegde duizenden overheidsdocumenten door. De resultaten publiceerde hij op 20 december 2000 in een serie artikelen van in totaal twaalfduizend woorden. Maandag won hij daarvoor de prestigieuze Pulitzer Prijs voor onderzoeksjournalistiek, groot 7500 dollar plus de eer.

Geheel terecht, zo blijkt na lezing van de stukken. Op evenwichtige wijze, uitgebreid gebruik makend van hoor en wederhoor, schetst Willman een onthutsend beeld van een integere overheidsinstelling die zich sinds 1993 meer en meer door de politiek en de farmaceutische miljardenindustrie onder druk heeft laten zetten om medicijnen snel vrij te geven.

Met waarschijnlijk dodelijke gevolgen. Willman ontdekte zeven geneesmiddelen die sinds 1993 in de markt werden gezet, maar na meldingen van ernstige en soms fatale complicaties bij patiënten werden teruggetrokken, vaak met grote tegenzin bij de FDA en de fabrikanten. Nog nooit zijn er zoveel medicijnen in zo'n korte tijd teruggehaald, aldus Willman.

Van veel middelen, tegen aandoeningen als griep, brandend maagzuur, pijntjes en hoge bloeddruk, waren de bijwerkingen al bekend bij de FDA. Sommigen waren zelf afgekeurd door adviescommissies van de FDA, maar kwamen na ingrijpen door het hogere kader toch vrij. Bijwerkingen van andere verschenen in de kleine lettertjes op de bijsluiter. Enkele testresultaten die op serieuze bijwerkingen duidden, werden verzwegen of niet nader onderzocht, omdat de onderzoeken niet betrouwbaar zouden zijn geweest. Later bleken die tests toch te kloppen.

Hoe zijn die dubieuze praktijken ontstaan? Willmans antwoord op die vraag is even onthutsend als tragisch. Want het begon met goede bedoelingen. In 1988 bezetten aidsactivisten het hoofdkantoor van de FDA in Rockville, Maryland. Ze eisten dat veelbelovende medicijnen tegen de dodelijke ziekte niet pas na twee jaar onderzoek werden vrijgegeven, zoals gebruikelijk was, maar veel eerder. Velen waren bereid de ernstige complicaties op de koop toe te nemen.

Het signaal werd snel opgepikt door de politiek. Het Congres begon druk uit te oefenen op de FDA. Een commissie van de regering-Clinton, geleid door Al Gore, eiste begin jaren negentig dat de FDA de keuringstijd voor 'belangrijke nieuwe medicijnen' met gemiddeld een jaar zou verkorten. En zo geschiedde, aldus de cijfers die Willman boven tafel kreeg.

Alleen: die term 'belangrijke nieuwe medicijnen' werd onder druk van de farmaceutische industrie nogal opgerekt. Na veel gelobby kregen de fabrikanten voor elkaar dat niet alleen de procedures voor middelen tegen dodelijke ziektes werden versneld, maar ook die tegen 'serieuze' aandoeningen. Dat vage woord zette de deur wijd open voor pijnstillers en middelen tegen hoge bloeddruk.

Het onderzoek van Willman heeft effect gehad. Het anti-diabetesmiddel Rezulin werd vorig jaar van de markt gehaald na zijn eerste publicaties. De zeven medicijnen die zijn teruggetrokken, hadden inmiddels voor vijf miljard dollar aan inkomsten gegenereerd.

Meer over