Media & Maxima

Uitbundige aandacht voor de nieuwe vriendin van de kroonprins in de media. Wordt royalty-verslaggeving een serieus vak of blijft het bij verlovingsjournalistiek?...

OVER DE manier waarop de pers over het koningshuis bericht, worden sinds de jaren '60 met enige regelmaat schampere opmerkingen gemaakt waarin steevast bijvoeglijke naamwoorden als 'kruiperig', 'onderdanig' en 'laf' terugkeren. In Nederland, schreven Gerard Mulder en Hugo Arlman in Luizen in de Pels (1984), werd de journalistieke aandacht voor het koningshuis jarenlang gekenmerkt door een 'eigenaardige, haast schaapachtig te noemen blijheid' waarmee journalisten bijkans nog harder hun best deden saillante gebeurtenissen geheim te houden dan de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD).

Veel genoemd in dat verband is de wijze waarop begin jaren vijftig werd gereageerd op het uitlekken via het Duitse Der Spiegel van de Greet Hofmansaffaire. De Nederlandse journalistiek toonde zich diep gegriefd; niet omdat de koningin zich politiek liet beïnvloeden door een zweverig type, maar omdat de buitenlandse bladen zo vervelend waren geweest daarover te berichten.

De buitenlandse pers, aldus Mulder en Arlman, zag het Nederlandse koningshuis gewoon als een onderwerp waar nieuws uitkomt: niet meer en niet minder. 'En in principe is alles nieuws: vanaf de winkels waar de Oranjes hun kleren kopen tot en met de politieke invloed die ze uitoefenen, met wie ze trouwen en in wat voor schandalen ze verwikkeld zijn. Overwegingen van Nederlands staatsbelang en Nederlandse fatsoensnormen spelen daarbij geen enkele rol. Punt uit.'

Maar de gemiddelde degelijke Hollandse journalist wilde helemaal niet opschrijven met wie een Oranje op een feestje stond te zoenen of in welke winkel hij zijn sportschoenen kocht. Hij koesterde het idee dat hij wel wat beters te doen had dan hijgerig achter vriendjes en vriendinnetjes aan te hollen.

Van die houding lijkt deze week niet veel meer over. Zonder uitzondering - zelfs NRC Handelsblad ging woensdag overstag - berichtten de landelijke dagbladen over de nieuwe vriendin van de kroonprins, in de meeste gevallen op de voorpagina én boven de vouw. De stukken waren dit keer niet overgeschreven uit buitenlandse of roddelbladen, maar sproten voort uit eigen speurwerk. Rechtstreeks gevolg van die benadering was de historische bevestiging van de koninklijke vriendschap door de RVD.

Een deel van de verklaring voor die opvallende mediabelangstelling ligt ongetwijfeld verborgen in bredere tendensen als de algehele verleuking van de journalistiek en de verharde strijd om de gunsten van de lezer/kijker. Maar zou het ook niet zo kunnen zijn dat de Nederlandse royalty-journalistiek gewoon volwassen is geworden? Dat kruiperig, onderdanig en laf hebben plaatsgemaakt voor hard, kritisch en dapper?

Daniela Hooghiemstra van NRC Handelsblad die voor haar krant over de nieuwe vriendin schreef, zoekt de verklaring in de almaar groeiende aandacht voor het persoonlijk leven van mensen. 'Het is door programma's als Catherine en All You Need is love volkomen normaal geworden om in het openbaar over iemands privé-leven te praten, dus ook over dat van de kroonprins.'

Van een kritischer houding ten opzichte van het koningshuis is volgens haar geen sprake: 'Daar zie ik weinig van. In het Volkskrant-verhaal van woensdag, waarin werd gezegd dat de vader van Maxima Zorreguieta géén vuile handen maakte, klinkt nog steeds iets door van 'het koninklijk huis val je niet aan'.

Hooghiemstra vindt niet dat royalty-verslaggeving tot een volwassen specialisme is uitgegroeid. 'De portefeuille wordt in principe niet belangrijk gevonden, tenzij er iets speelt: dan doet iedereen er ineens enorm druk over. Het is ook een ráár soort journalistiek. Je kan niet op een normale manier aan informatie komen; zelfs de meest elementaire zaken, zoals de naam van een persoon en de correcte spelling van die naam, zijn moeilijk te achterhalen.'

Vandaar dat NRC Handelsblad dinsdag nog niet over Zorreguieta berichtte. 'We wilden het nieuws over de nieuwe vriendin van de kroonprins pas brengen als we de correcte naam hadden. Toen de Volkskrant met de primeur kwam, wisten we dat de spelling niet klopte, maar hoe je de achternaam wél schreef, wisten we niet. Dus deden we niks. Waarom zou je ineens andere maatstaven gaan aanleggen als het koningshuis in het geding is?'

Bij NRC Handelsblad zijn verschillende redacteuren met het koningshuis belast: naast Hooghiemstra is ook een politiek verslaggever inzetbaar, maar voor geen van beide is de royalty een dagelijkse bezigheid. Met uitzondering van De Telegraaf, die Rob Knijff als fulltime royalty-verslaggever heeft, is de portefeuille bij kranten ondergebracht bij een verslaggever die ook nog andere bezigheden heeft. Van de weekbladen weet alleen Elsevier het Koningshuis als onderwerp op waarde te schatten. VN doet er zeer sporadisch iets aan, HP/De Tijd alleen als er sappige details te melden zijn. Bij de NOS is sinds kort Maartje van Weegen met het specialisme belast.

Volgens Jan Tromp, die voor de Volkskrant over koninklijke zaken schrijft, is de Nederlandse royalty-journalistiek 'iets zakelijker' geworden. 'Maar goeie, doortrapte, nietsontziende royalty-journalistiek die erop gericht is het de leden van het Koninklijk Huis zuur te maken, bestaat hier niet. De Nederlandse variant van de paparazzi is slappe thee, de royaltywatchers bij de dagbladen zijn braaf: elke keer verbaas ik me over datgene waarover die mensen zich verbazen; dat ze in het spoor van Majesteit een hartstochtelijke belangstelling aan de dag kunnen leggen voor de batikcultuur in West-Soerabaja en daarover vellen vol naar Nederland sturen. De derde categorie is de journalistiek die probeert het koningshuis te volgen vanuit zijn politieke en staatsrechtelijke betekenis: Harry van Wijnen van NRC, Remco Meijer van Elsevier. Die invalshoek is de meest interessante, want daarbij gaat het om de vraag naar de rol van het staatshoofd in het politieke machtsspel.'

Toch zijn beschouwingen over de inrichting van de constitutionele monarchie, de adviseurs van de Koningin en de invloed van Hare Koninklijke Hoogheid op de politiek dun gezaaid. Nog steeds kruipen de Nederlandse royalty-journalisten pas uit hun holen als de vorstin een ver reisje naar een interessant land maakt, om daarvan in ironisch bedoelde bewoordingen verslag te doen. Écht actief worden de meeste kranten en weekbladen pas als het om trouwen of rouwen gaat, is de ervaring van Remco Meijer (Elsevier). Van hem verschijnt volgende week het boek 'Aan het hof. De monarchie onder Beatrix'. Een 'bedrijfsportret', aldus Meijer - het woord 'royalty-journalistiek' gebruikt hij liever niet. 'Vanwege de connotatie met de biografische handel en wandel van het koningshuis. Bij Elsevier vinden we het koningshuis interessant vanwege de functie die het heeft binnen ons staatsbestel. Onderwerpen als de kosten van de monarchie of het kabinet van de koningin vinden we boeiender dan die biografische aspecten. Daarmee zijn we heel terughoudend. Tenzij, zoals nu, een staatsrechtelijk aspect wordt geraakt doordat er sprake is van mogelijk de nieuwe koningin. Bij de beoordeling van de relatie speelt de leeftijd van de prins mee - hij heeft de jaren des onderscheids bereikt.'

Om die reden vindt Meijer de royale aandacht voor Maxima in de media gerechtvaardigd. 'Er is minder terughoudendheid dan vorig jaar met Emily, maar dat de journalistiek beter en volwassener is geworden, kan ik niet zeggen. Daarvoor ben ik net iets te vaak gebeld door tv-rubrieken die me vanuit een zeer beperkte kennis van zaken het hemd van het lijf vroegen. De belangstelling is gegroeid, maar geldt toch vooral eventuele verlovingen. Van een werkelijk andere journalistieke benadering is geen sprake.'

Meer over