Mede mogelijk gemaakt door uw pensioenfonds

Pensioenfondsen herontdekken de eigen achtertuin. Windmolens, wegen, scholen: steeds vaker steken zij er geld in. 'Volgend jaar worden de eerste grote deals gesloten.'

De verbreding van de tweebaansweg tussen Assen en Zuidbroek komt tot stand met geld van het pensioenfonds ABP. De pensioenpot van ambtenaren steekt 80 miljoen euro in dit project. In Boxmeer heeft pensioenbelegger Syntrus Achmea geld gestoken in het Maasziekenhuis. En het pensioenfonds voor het openbaar vervoer financiert de aanleg van een Rotterdamse wijk met socialehuurwoningen en twee scholen.

Gestaag steken pensioenfondsen meer geld in Nederlandse projecten. Windmolens, wegen, schoolgebouwen en misschien zelfs hypotheken betaald uit de pensioenpot. De pensioenfondsen lijken soms wel de oplossing in handen te hebben voor grotere Nederlandse problemen. Bij de vergroening van de economie, de redding van de huizenmarkt en de financiering van semipublieke instellingen kijken betrokkenen begerig naar de gelden van pensioenfondsen.

Deze beleggingen zijn nog vrij zeldzaam, maar daar komt verandering in. 'Volgend jaar worden de eerste grote deals gesloten', voorspelt Anton van Nunen, directeur strategisch pensioenmanagement bij Syntrus Achmea, een pensioenuitvoerder die de pensioengelden van tientallen fondsen belegt. 'Die deals gaan over beleggingen in Nederlandse zorgcomplexen, gevangenissen, wegen of andere infrastructuur. Door die te bundelen kunnen ook kleinere pensioenfondsen meedoen.'

Van Nunen verwacht dat pensioenfondsen op den duur 5 tot 10 procent van hun vermogen in dat soort Nederlandse beleggingen zullen steken. Dat staat gelijk aan 40- tot 80 miljard euro. 'Dat geld zit nu deels in Nederlandse staatsleningen en zal worden omgewisseld in leningen aan bijvoorbeeld woningcorporaties of bouwconsortia. Een ander deel is belegd in het buitenland en komt terug naar Nederland', zegt Van Nunen.

De aandacht voor Nederlandse beleggingen komt niet uit de lucht vallen. De afgelopen tijd wordt van alle kanten aan pensioenfondsen getrokken om meer geld binnen de landsgrenzen te beleggen. VNO-NCW-voorman Bernard Wientjes vindt dat de pensioenpot van ruim 800 miljard euro deels moet worden benut om het tekort aan spaargeld bij de banken op te lossen. Een oranje oplossing voor het gebrek aan leningen aan het mkb volgens Wientjes. Milieuclubs willen dat pensioenfondsen geld steken in windparken en de bouwsector kijkt reikhalzend naar de miljarden die de fondsen onder beheer hebben.

De druk om nationalistischer te beleggen is volgens Van Nunen een indirect gevolg van de eurocrisis. 'De Nederlandse overheid heeft minder te besteden en moet toch zorgen voor een goede infrastructuur. Pensioenfondsen zijn dan een voor de hand liggende geldschieter omdat het langetermijnbeleggers zijn. Als de overheid met een aantrekkelijk aanbod komt, zullen pensioenfondsen toehappen', aldus Van Nunen.

De fondsen zijn na aanvankelijke aarzelingen positiever geworden over beleggen in de eigen achtertuin. 'Beleggingen in verre landen zijn veel lastiger in de gaten te houden als het gaat om governance en het voldoen aan duurzaamheidscriteria', zegt Van Nunen. 'Bovendien is er ook troep verkocht aan pensioenfondsen. Bij Nederlandse investeringen is de betrokkenheid groter en kan een fonds veel meer invloed uitoefenen.'

Pensioenfondsen, die sinds de aankondiging van de pensioenverlagingen kampen met een sterk gedaald vertrouwen, zien Nederlandse beleggingen als een manier hun imago op te poetsen. De gemiddelde deelnemer heeft immers meer sympathie voor de verbreding van een Nederlandse snelweg dan voor het zoveelste Amerikaanse hedgefonds.

De Nederlandsche Bank (DNB) vindt dat de fondsen de wens van de deelnemers serieus moeten nemen. 'Als deelnemers willen dat je in Nederland belegt, is dat iets om rekening mee te houden', zei DNB-directeur Joanne Kellermann onlangs op een ABP-congres over dichter bij huis beleggen.

Pensioenfondsen kijken ook meer naar Nederland omdat de voordelen van gespreid beleggen soms vies tegenvallen. Tijdens de kredietcrisis bleek dat spreiden over regio's en beleggingscategorieën een fonds niet beschermt tegen de grillen van de financiële markten. Als de aandelen in de VS een duikeling maken, dalen ze meestal ook in China en Brazilië.

Pensioenfondsen waarschuwen wel dat ze niet opeens enorme bedragen naar Nederland zullen schuiven. 'ABP heeft al 11 procent van het vermogen in Nederland belegd. Dat is al meer dan je zou verwachten op grond van de grootte van de Nederlandse economie', zei ABP-voorzitter Henk Brouwer op het beleggingsseminar. 'Je wilt niet dat de deelnemers voor hun pensioen bijvoorbeeld te veel afhankelijk zijn van de Nederlandse huizenmarkt. Als het dan slecht gaat, wordt niet alleen hun huis minder waard maar ook hun pensioen.'

Niettemin zien pensioenbeleggers ruimte het aandeel Nederlandse beleggingen op te krikken. 'Onze opstelling is ja, mits', zegt Angelien Kemna, hoofd vermogensbeheer bij 's lands grootste pensioenbelegger APG.

Volgens Kemna, die ervaring heeft met dit soort projecten in het buitenland, zal de overheid begrip moeten hebben voor de wensen van de pensioensector, moeten de partijen elkaar vertrouwen en moet het rendement redelijk zijn. 'Alleen als de belangen van de betrokken partijen op één lijn liggen, komen projecten van de grond', aldus Kemna.

Bij grote infrastructuurprojecten draait het volgens Kemna om een redelijke verdeling van risico's. 'Het gaat bij een weg bijvoorbeeld om de beschikbaarheid. De belegger krijgt betaald als de weg beschikbaar is. Of die weg dan wel of niet wordt gebruikt, is het risico van de overheid', zegt Kemna.

Van Nunen merkt ook dat de discussies over de verdeling van risico en rendement het lastigst zijn. 'Via de overheid konden gemeenten of woningcorporaties heel goedkoop lenen. Een pensioenfonds moet een iets hogere vergoeding vragen vanwege het risico. Als het geen hoger rendement ontvangt, kan een fonds net zo goed Nederlandse staatsleningen kopen. Dit betekent dat de kosten van kapitaal hoger zijn dan bij eerdere projecten. Dat is even slikken.'

Snelwegonderhoud gekoppeld aan inflatie

De 40 kilometer lange N33 tussen Assen en Zuidbroek is een begrip in de pensioensector. De verbreding van deze 'dodenweg' is de eerste Nederlandse belegging waarbij een pensioenfonds een rente krijgt die gekoppeld is aan de inflatie. ABP heeft 80 miljoen euro geleend aan bouwbedrijf BAM, dat de weg gaat verbreden en twintig jaar gaat onderhouden.

Het bouwbedrijf ontvangt van de overheid een vergoeding die meebeweegt met de inflatie. Zo krijgt ABP via een omweg een rente gerelateerd aan de Nederlandse inflatie.

Pensioenfondsen pleiten al jaren voor inflatiegerelateerde staatsleningen zoals uitgegeven door onder meer Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië. De fondsen streven er immers naar de pensioenen te laten meestijgen met de inflatie. Ze vinden dat de overheid het inflatierisico veel beter kan dragen dan de fondsen, omdat de belastinginkomsten automatisch stijgen als de inflatie toeneemt. De Nederlandse staat, die op dit moment spotgoedkoop kan lenen, voelt echter geen enkele noodzaak inflatieleningen uit te geven.

undefined

Meer over