McMuseum

De rollatorparade door museumzalen komt ten einde. De nieuwe kunstconsument wil een 'event'. En om hem te blijven prikkelen, moeten museum en theater de concurrentie aangaan met bijvoorbeeld een reis naar Peru....

Zomerse house klinkt van het balkon van de Utrechtse Stadsschouwburg. In het nieuwe theatercafe Zindering warmt een huis-dj het theaterpubliek op voor een avondje hoogcultuur. Een bordje tapas, vegetarische barbecue, fancy biertje, en na afloop dansen in de 'culinaire en culturele ontmoetingsplek'.

Een experiment van een deftig kunstbolwerk? Nee: de Stadsschouwburg Utrecht zal dit vanaf nu veel vaker doen.

In Amsterdam, in het cafp de elfde verdieping van het Stedelijk Museum Centraal Station, hangen goedgeklede en fitte mensen in lounge-kussens. Een enkele onwennige oudere doet hier nog aan koffie met een appelpunt, maar verder is het bier uit de fles en de onvermijdelijke rosTwee draaitafels staan klaar voor het museum dansant. Totdat er een nieuw gebouw voor het Stedelijk Museum is maakt het museum dankbaar gebruik van Club 11. De nieuwe formule vergroot de aantrekkingskracht: niet alleen door de hippe lounge, maar ook door avonden met film en debat.

En buiten de Randstad? Het museumcafan het Maastrichtse Bonnefantenmuseum heet sinds enkele maanden heel kek 'Ipanema' en is volgens de organisatie in no time uitgegroeid tot place-to-be. 's Avonds gaan de tussendeuren naar het museum dicht, en zijn er dj's. Tijdens 'Cinema Luna' worden films vertoond in de openlucht.

Er broeit iets bij de kunstinstellingen. Suffige museumcafveranderen in strakke loungeplekken met designmeubilair. En op plaatsen waar vroeger werd gecontempleerd, wordt ineens ijverig gezocht naar 'interdisciplinaire activiteiten'.

Eerst leek het nog beperkt. Zo was er de formule van het GEM in Den Haag: een museum voor actuele kunst dat tot tien uur zou openblijven, het museumcafrnaast tot middernacht, en een programma van filmavonden en snel wisselende tentoonstellingen. De Amsterdamse Stadsschouwburg heeft plannen voor een grand cafn foyer waar het publiek kan dansen na de voorstelling, en komt dit seizoen al met het programma Expanding theatre, waarin het aftasten van de grenzen tussen muziek, theater en kunst voorop staat.

Vraag een museum-of theaterdirecteur naar het waarom van de dj's en de experimenten, en hij gebruikt een nieuw toverwoord: ontmoetingsplek. En daar valt alles onder: ontmoeten van nieuw en traditioneel publiek, ontmoeten van functies een lounge naast de expo-zaal en ontmoeten van traditioneel gescheiden disciplines.

'Wat al jaren gaande is in de samenleving, dringt nu pas door bij culturele instellingen', zegt Stephan Hodes, adviseur bij het consultancy bureau voor de culturele sector Leisure & Arts. Er is volgens hem een nieuwe kunstconsument ontstaan, en de culturele instellingen, zo merkt hij in zijn eigen praktijk, volgen daar gestaag op.

De twintiger en dertiger is 'sociaal veranderd'. Het percentage goedverdienende singles is flink gestegen. De potenti museum-of theaterbezoeker is een 'culturele omnivoor' geworden. Hij consumeert van Schubert tot dj Tio, wil cabaret, maar ook opera. En dus wil hij m dan alleen kunst tot zich nemen. Hij wil van kunst een 'event' maken. En om de nieuwe kunstconsument te blijven prikkelen, moeten museum en theater de concurrentie aangaan met bijvoorbeeld een reis naar Peru.

Het is niet louter marktonderzoekerstaal. De

Raad voor Cultuur constateerde in 2002 al in haar 'Adviesaanvraag Publieksbereik hedendaagse kunst en vormgeving' dat musea deel uitmaken van de 'beleveniseconomie', of ze dat nu leuk vinden of niet. En daar past de traditionele instelling, met haar scheiding van functies en disciplines, niet bij.

Over de grens gaat de transformatie van museum of theater tot multifunctionele ontmoetingsplek veel verder. In Berlijn wordt voor 2,1 miljard dollar het Museuminsel verbouwd, mopenbare filmlocatie. In Spanje, Italin Engeland komen er restaurants, winkels en studiecentra bij. In het kleinschaliger Palais de Tokyo in Parijs is het restaurant even belangrijk als de expo-ruimte, die op zichzelf weer snel wisselende tentoonstellingen en een actuele invalshoek heeft. Maar is het wel hetzelfde, de verhipping van de ruimte en de meer op inhoud gerichte mix van disciplines? Het lokken van een nieuw publiek lijkt immers het voornaamste doel van deze kunstinstellingen in beweging. Of zoals uitbaatster Sanne Ruers van het museumcafpanema in Maastricht het stelt: 'Het moet maar eens afgelopen zijn met de rollatorparade die zich doorgaans naar de museumzalen begeeft.'

Niet voor niets worden de museumnachtorganisaties gretig binnen de muren van de instellingen gehaald. Het concept, afgekeken van Berlijn, werd in 2000 in Amsterdam geroduceerd en daarna snel georteerd naar Rotterdam, Utrecht en nu ook Groningen. Inmiddels is in Amsterdam het tweemaandelijkse avondevenement De Nachtsalon in het leven geroepen.

Ook in het Rotterdamse museum Boijmans van Beuningen kreeg de museumnachtorganisatie een permanent vervolg: Arts & Pleasure. Zo werd in het museum een Rubensbal met diner gehouden: bourgondisch eten en dansen op z'n Rubens tussen de Rubensen. 'Een totaalbeleving', aldus Valentijn Webbers van Boijmans. Dit seizoen start een compleet Arts & Pleasure-programma en zet de verjongingskuur voor Boijmans definitief in. Binnenkort komen jonge Rotterdamse kunstcollectieven naar Boijmans, om zalen op geheel eigen wijze in te richten. Met ontwerpen, tijdschriften, performances, muziek. 'Zo komt er weer culturele dynamiek het museum in.'

Maar vooral in de wereld van beeldende kunst gaat de zoektocht gepaard met angst. McMuseum, heet het donkere visioen, en het ruime aanbod van tijdschriftthemanummers en discussieavonden met een bezorgde inslag zegt genoeg. Tempel of pretpark, ronken de aankondigingen.

Want het binnenhalen van jong publiek klinkt nobel, maar de aanleiding is pragmatisch. De kunstinstellingen zijn door economische tegenwind gedwongen zich concurrerend op de markt te begeven. 'Subsidiegevers en besturen dwingen tot een bedrijfsmatige aanpak', schreef de Raad voor Cultuur in zijn advies. In Utrecht ging de gemeenteraad pas akkoord met de grootscheepse verbouwing van de Stadsschouwburg, nadat ze ervan overtuigd was geraakt dat het theater op den duur succesvoller zou worden en minder afhankelijk van subsidie.

De zoektocht naar het nieuwe publiek botst dan ook nogal eens met de traditionele grenzen. Het Boijmans ondervond dat te wezensvreemde elementen het museum kunnen schaden. Tijdens een museumnachten draaide dj en feestgoeroe Ted Langenbach in het museumcafOnder de dansvloer stond de zestiende-eeuwse glascollectie te trillen in de vitrines. De volgende dag werd geconstateerd dat het glas was verschoven.

Het museum beschouwde de bijna-ramp als een vingerwijzing van de collectie. En dus benadrukt men ijverig dat het steeds om de collectie gaat, dat een trendy cafiet genoeg is, dat het oude publiek niet van het museum mag vervreemden.

Een bezoeker, 50-plus of niet, die in alle rust wil napraten over een schilderij of een voorstelling, stuit immers op een dj. Maar, zo zegt Astrid van Zon, manager van het Utrechtse theatercaf'als er een operavoorstelling is geweest past de dj zijn platenkeuze wel aan, zodat het publiek niet gelijk keiharde beats om de oren krijgt.'

Brengt de economische realiteit de culturele instellingen in een spagaat? Volgens Dirk Noordman, docent kunstmarketing aan de Erasmus Universiteit, is de tegenstelling tempel retpark 'onzin'. Het is vooral het gevolg van een strijd die zich de laatste jaren afspeelt binnen de instellingen. 'Tussen de geschiedenismensen conservatoren die willen laten zien wat zij interessant vinden en de marketingmensen die willen doen wat ze denken dat het publiek goed vindt.'

Cafn evenementen zijn marketingtools, zegt Noordman, en daar is niets mis mee. 'Het is net als met educatie in de jaren zeventig. Dat leidde ook tot conflicten en nu heeft iedereen een educatieve dienst.'

'Tempel retpark' is een ouderwetse manier van denken, meent marktonderzoeker Hodes. Het sluit het ander niet uit: 'Ik zie juist twee gelijke ontwikkelingen. Verpretting verstilling. De onzekerheid van het bestaan wordt alleen maar groter. Dus zal de vraag naar contemplatie en verstilling alleen maar toenemen.'

Verstilling past uitstekend in het concept van de beleveniseconomie. Het is zelf een event geworden. 'Het zou beide in hetzelfde gebouw moeten kunnen bestaan. In het zwembad zie je toch ook naaktzwemmen baantjeszwemmen? Je moet alleen conflicten tussen verschillende soorten publiek vermijden.'

Volgens Reningen, conservator van Museum Jan Cunen in Oss, is het huidige museaal experiment geheel in de geest van de kunst zelf. Museum Jan Cunen is door de Raad voor Cultuur uitgeroepen tot voorbeeldmuseum op het gebied van educatie. Onder andere werd een dj ingehuurd om met behulp van het sampelen uit te leggen waarom in de negentiende eeuw schilderijen uit de Gouden Eeuw werden gekopieerd. Volgens hem staan de huidige veranderingen in het museum land niet los van de ontwikkelingen in kunsten. 'Kunstenaars zoeken zelf ook buiten de traditionele grenzen. Overal zie je mixen en vermenging ontstaan. Dus is het logisch dat musea dat ook doen.'

'Het komt allemaal wel goed', sust wetenschapper Noordman. De twisten en uitwassen zijn logische groeipijnen. Je kan het zelfs een 'dialectisch proces' noemen: een strijd tussen tegenstellingen, die uiteindelijk zal leiden tot een nieuwe status quo, geheel aangepast aan de nieuwe tijd: 'We zitten in een testfase'.

Meer over