Maxime doet New York

Maxime Verhagen rent zich rot bij de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. ‘Tien minuten en je regelt heel veel....

10.00 uur
De agent is fors, nors en zeker niet van plan om Maxime Verhagen door te laten. Een konvooi van limousines en politiewagens passeert. Het kan president Barack Obama zijn. Niemand mag de hoek van 1st Avenue en 45th Street passeren.

Deze week overkomt het bewoners van Manhattan voortdurend. Straten zijn afgesloten. Verkeer zit vast. Overal staan dranghekken en bewakers vanwege het hoge bezoek aan de Verenigde Naties.

Minister van Buitenlandse Zaken Verhagen (CDA) smeekt: ‘Kan ik er niet even langs glippen?’ Dan berust hij in zijn lot, maar mokkend. Op zo’n donderdagmorgen midden in de ‘ministeriële week’ zijn twee minuten wachten op de stoep gewoon zonde.

10.10 uur.
Het oponthoud blijkt gelukkig uit te pakken. Verhagen komt twee straten verder zijn Zweedse collega en EU-voorzitter Carl Bildt tegen. Druk pratend doorkruisen zij Manhattan, om bij het Waldorf Astoria-hotel uit te komen.

Aan de gelaatsuitdrukkingen is te zien dat ’t niet over voetbal gaat. Verhagen vertelt later dat ze over Syrië spraken. De CDA’er is als enige in de EU kritisch over de Europese toenadering en wil meer Syrische toezeggingen over de mensenrechten. Zo bepraatten ze hun wederzijdse belangen op Park Avenue.

In zulke toevallige ontmoetingen gaat het geheim van New York schuil. ‘Tien minuten, en je regelt veel. Dat is het mooie van hier. Je spreekt twintig, dertig collega’s. Daar doe je normaal een half jaar over.’

In het Waldorf verdwijnt Verhagen in een high level event over Pakistan: een vergadering op het hoogste niveau, waar hij met onder anderen Obama, de Brit Gordon Brown, de Pakistaan Asif Zardari, de Italiaan Silvio Berlusconi, de Fransman Nicholas Sarkozy spreekt over het kernwapenbuurland van Afghanistan.

Terugwandelend is het bellen, de agenda bekijken, vragen beantwoorden en denken over zijn te houden speech. ‘Je gebruikt elk moment.’

Verhagen ‘doet’ New York. De Algemene Vergadering van de VN trekt dit jaar een recordaantal regeringsleiders en staatshoofden door de aanwezigheid van Obama en minister Hillary Clinton van Buitenlandse Zaken.

Donderdagmorgen zit Obama als eerste Amerikaanse president een zitting van de Veiligheidsraad voor, over ontwapening. Verhagen is erbij en noemt de dag ‘werkelijk historisch’. In zijn speech – uitzonderlijk kort en bondig – voor een halfvolle conferentiezaal roept de Nederlander later op tot een ‘wereld vrij van atoomwapens’. Zijn optimisme is onmiskenbaar. ‘Ik geloof dat we dit voor elkaar kunnen krijgen. Dit is het moment.’

Zo’n VN-week is topsport, zegt Verhagen. Klimaatverandering, Iran, armoede, Afghanistan, kernwapens, Soedan – alles komt voorbij. Alles verdient een topontmoeting, of een ‘bilateraaltje’ met één ander land, of een lezing, conferentie of side event’, zoals de bijeenkomst met Hillary Clinton om wereldwijd geweld tegen meisjes te bestrijden.

In hoog tempo loopt de 53-jarige minister door het VN-gebouw, een vervallen doolhof aan de East River dat dit jaar eindelijk wordt opgeknapt. Verhagen lijkt iedereen te kennen, en iedereen hem. Hij spreekt even met een Noor, Zuid-Koreaan, Pakistaan. Nog geen drie jaar minister en toch oogt Verhagen als een veteraan die het spel beheerst.

Tussen zeven uur ’s ochtends en ver na middernacht zal hij handen schudden, toespraken houden, toespraken aanhoren en tweets versturen. Op Twitter wordt hij gevolgd door meer dan twintigduizend mensen. Verhagens entourage en de fotograaf moeten soms rennen om de minister bij te houden.

‘Je bent aan het einde van zo’n week kapot’, meldt hij opgetogen. ‘Maar het loont.’ De internationale politiek is voor een belangrijk deel symboolpolitiek. Je moet er zijn, en Verhagen is er, altijd. Als een van de topbetalers aan het VN-budget heeft Nederland een zware stem. En die stem heeft deze week de zachte g van Verhagen, ondersteund door de nieuwe VN-ambassadeur Herman Schaper.

Verhagen: ‘Nee, de VN is niet perfect. Maar het is de enige plek waar we samenkomen om te praten over wereldproblemen die alleen maar op wereldniveau kunnen worden opgelost.’ Met open handpalmen: ‘De enige plek.’

‘How ARE you?!’ Wie deze kreet met overtuiging kan slaken, vergezeld door een lach en een amicale klap op de schouder, heeft in de diplomatie een gave. Gewapend met vriendelijkheid en discretie – hij heeft volgens de mensen om hem heen nooit het vertrouwen van een internationale collega geschonden – is Verhagen in de VN dan ook als een vis in het water.

14.15 uur.
Bij de in- en uitgangstent komt en gaat het hoge bezoek in geblindeerde limousines. Terwijl de Venezolaanse president Hugo Chavez omstandig zijn entree maakt, staat Verhagen tien meter verderop rustig te bellen. De ene hand in de zak, iPhone in de andere hand.

Hij hangt op als een Duitse topambtenaar voorbijkomt. De begroeting is warm, Chavez wordt genegeerd, alsmede de Russische minister Sergei Lavrov, die net vertrekt. ‘Je boekt vooruitgang als je elkaar even persoonlijk spreekt.’

Verhagen verblijft in het Barclays Intercontinental Hotel. Zo kan hij de Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad in het oog houden, want ook hij logeert hier. Tegenover het hotel demonstreren elke dag Iraniërs tegen Ahmadinejad, die volgens hen de verkiezingen stal, zijn volk onderdrukt, opponenten monddood maakt en over het algemeen een ‘klootzak’ is. Zo biedt New York wat in Iran ondenkbaar is: massale, vreedzame protesten die Ahmadinejad onmogelijk kan onderdrukken.

Het is wel duidelijk dat Verhagens hart bij de demonstranten ligt. De minister is een zelfbenoemde aartsoptimist. Die levenshouding deelt hij met Obama. Geen wonder dat het voor Verhagen vooral de week van Obama is; de rede waarin de Amerikaan een lans brak voor de internationale samenwerking was een hoogtepunt. Maar het is – Verhagen moet het toegeven – ook de week van Iran.

De woorden van Ahmadinejad waren voor hem een dieptepunt. Niet voor niets stuurde Nederland geen minister, maar een lagere diplomaat, die net als andere collega’s de zaal verliet toen Ahmadinejad woensdagavond zijn voorspelbare, anti-Israëlische, antisemitische tirade afstak.

15.30 uur
Op een terras op een wolkenkrabber geniet Verhagen van een moment rust en een glas mineraalwater. De nazomerse hitte doet hem goed: ‘Je kunt mij zo in Afrika neerzetten.’ Maar we zijn in New York, waar de VN onder leiding van Obama eindelijk een min of meer gesloten front tegenover Iran lijkt te sluiten.

Het woord ‘isoleren’ vindt Verhagen niet gepast. Maar het tweesporenbeleid lijkt vruchten af te werpen. Het ene spoor: overleg, dialoog, een ‘positief pakket’ om het regime te bewegen mee te werken aan VN-inspecties van nucleair materiaal. Spoor twee: een aanscherping van de sancties als Iran de collectieve handreiking weigert.

In de stem van Verhagen klinkt de vrees door dat een wissel naar het tweede spoor eraan komt. ‘Die uitgestoken hand is alleen maar groter, en dan toch weer zo’n speech, totaal niet VN-waardig.’

Met een priemende blik: ‘Je hebt als lidstaat rechten. Maar dan ook je plichten nakomen, zeker als je de verdragen hebt ondertekend.’

Spoor twee wordt voor landen als China en Rusland aanvaardbaar, omdat de VS bereid zijn spoor één te volgen, legt Verhagen uit. De ‘toenemende bereidheid om samen op te trekken’ is niet uitsluitend een Amerikaans resultaat waar Obama trots op kan zijn, zoals de lokale media deze week melden. Maar de nieuwe koers van Washington draagt er wel aan bij, vindt ook Verhagen.

Hij is gesteld op de volkerenorganisatie, maar is kritisch. De Veiligheidsraad reflecteert de verhoudingen in de wereld niet goed, vindt hij, met permanente zetels voor de overwinnaars van de Tweede Wereldoorlog. Nederland dringt aan op hervorming, compromissen en tussenoplossingen, maar ‘het zit wat vast’.

Ook de zogeheten Mensenrechtenraad (in Genève) is hem een doorn in het oog – een ‘bron van zorg’, zegt Verhagen, diplomaat immers. Deze raad dreigt volgens Verhagen een ‘one issue-orgaan’ te worden, of beter: te blijven; een plek waar Israël om de haverklap wordt veroordeeld, terwijl niet-democratische landen er niets hoeven te vrezen.

‘Je moet er wel bij zijn om invloed uit te oefenen’, vindt Verhagen vooralsnog, een opstelling die Obama navolgt.

Met het rapport-Goldstone van de Mensenrechtenraad is Verhagen niet per se blij. Nederland was tegen het mandaat om met name Israëls optreden in de Gaza-oorlog te onderzoeken. Richard Goldstone veroordeelt Israël inderdaad in zijn zojuist verschenen rapport, maar ook het Palestijnse Hamas krijgt er van langs. Verhagen is, net als de VS en Israël, tegen een doorverwijzing naar de VN als geheel. ‘Het onderzoek kwam uit Genève en moet daar worden besproken.’

Verhagen wil in New York laten zien dat ‘het beleid van de uitgestoken hand’ werkt. Daarin staat hij dicht bij Obama en Clinton, de minister met wie hij in korte tijd een nauwe band heeft opgebouwd. De aanwezigheid in Afghanistan voedt die band.

In navolging van premier Balkenende en collega-minister Koenders, die beiden ook een deel van de week in New York doorbrachten, ontkent Verhagen de geluiden dat een verlenging van de missie in Uruzgan dreigt. De regeringlijn blijft: in 2010 komt een einde aan ‘de leidende rol’ van Nederland, zeggen de door deze vraag zichtbaar geïrriteerde bewindslieden in New York.

17.00 uur
Niet veel mensen zeggen ‘nee’ tegen Verhagen. Hij is direct zoals Nederlanders dat zijn, maar niet bot. Vriendelijk, soms joviaal kan hij de waarheid goed overbrengen. Ook de Wit-Russische evenknie Sergei Martynov, een hoekig type omringd door duistere adviseurs, kan de kritiek op het Wit-Russiche mensenrechtenbeleid hebben.

Na hun privéontmoeting is de Wit-Rus in de lift nog steeds de vriendelijkheid zelve. Hij vraagt Verhagen een toezegging, die de Nederlander beleefd doch duidelijk weigert. Op de begane grond drukken ze elkaar amicaal de hand, waarna Verhagen prompt de Serviër Vuk Jeremic tegenkomt. Ook met hem is de verhouding ‘soms wat moeizaam’, meldt Verhagen later. Van een afstandje is het niet zien. De twee grappen en lachen. Hun handdruk heeft iets van een broederlijke gebaar tussen twee blanke rappers in pak.

Hier is te zien dat Verhagen bovenal politicus is. Hij houdt van campagnes, mensen, contact. Komt hij twee Nederlandse toeristen tegen, dan maakt hij ontspannen een praatje. ‘Het contact met de mensen is essentieel, en leuk.’ De stijfheid van protocollen en de formele afstandelijkheid van collega’s zijn Verhagen vreemd.

18.30 uur
De dag begon om 07.00 uur, nadat Verhagen de nacht ervoor tot 02.00 uur had zitten werken. Zijn wandeltempo is nog steeds New Yorks hoog, en hij heeft zin in de receptie bij de Indiase collega, het diner met de Franse evenknie Bernard Kouchner, gevolgd door nog een diner bij een denktank, waar onder meer de Amerikaanse legende Henry Kissinger zal verschijnen.

Terug in het hotel wachten hem papieren, die hij zal lezen. Verhagen ondertekent anders dan veel collega’s niets zonder dat hij het zelf heeft doorgenomen.

Maar medelijden hoeven we niet te hebben. Zijn ogen lichten op. ‘Het proces kan ik als politicus waarderen. Altijd kijken wat je kunt realiseren. In het buitenlandbeleid gaat het om kleine stapjes. Dat vind ik prima, vind ik goed, vind ik fijn.’

Verhagen verdwijnt in halve looppas tussen de zwaarbewapende agenten. Ze laten hem door na een blik op de pas op het revers: ‘Ga u gang, Mister Ambassador.’

Meer over