Mateloos mens

'Hardcore Troubadour, The Life and Near Death Of Steve Earle' is hét voorbeeld van een ideale biografie. Lauren St John plaatst singer/songwriter Steve Earle nergens op een voetstuk....

Door Gijsbert Kamer

In de zomer van 1994 is Steve Earle zo goed als opgegeven. Niet alleen heeft zijn heroïneverslaving hem in artistieke zin uitgeput, zijn fysieke gesteldheid is minstens zo slecht. Wanneer zijn jongere zus Stacey hem op een avond bezoekt, vindt ze een laveloos hoopje mens, dat geen teken van leven vertoont. Ze houdt hem, zoals ze wel vaker doet, een spiegeltje voor zijn mond om te kijken of hij nog ademt. Dit keer vertrouwt ze het niet, ze blijft die nacht bij hem en vraagt zich af of het voor iedereen niet beter zou zijn als hij voorgoed zou inslapen.

Stacey kon het niet langer meer aanzien, met een schietgebedje vroeg ze om zijn heengaan. 'Maar natuurlijk, het gebeurde niet', zegt ze in Hardcore Troubadour, The Life and Near Death Of Steve Earle, 'en tot op de dag van vandaag voel ik me schuldig dat ik dat gewild heb.'

Met Steve Earle ging het daarna snel beter. Hij stemde in met een ontwenningskuur en zou zelfs weer een paar liedjes gaan opnemen. Zijn eerste plaat in vijf jaar, Train A Comin' (1995), werd destijds beschouwd als zijn beste sinds zijn debuut-lp Guitar Town uit 1986. Er zou met platen als I Feel Alright en El Corazón nog veel moois volgen. En de Steve Earle die vanaf dit weekend weer op de Nederlandse podia te zien is, is volkomen clean.

Een klein wonder, zoveel wordt wel duidelijk na lezing van Lauren St Johns biografie. Want met dat Near Death in de titel is niets teveel gezegd. Steve Earle kent geen maat. Hij is één en al rusteloosheid. Hij trouwt zes keer, waarvan twee keer met dezelfde vrouw. En wanneer hij drinkt of 'gebruikt', dan gaat dat in enorme hoeveelheden.

Earles moeder is ervan overtuigd dat haar zoon pas tot bloei kon komen wanneer de chaos in zijn eigen leven compleet was. Wat Steve zelf beaamt. Met zijn beschermde middle class achtergrond móest hij wel enige spanning in zijn leven creëren, zodat hij in elk geval iets had om over te schrijven.

Het is Lauren St John gelukt Earle in al zijn onhebbelijkheden en egoïsme toch als een buitengewoon interessant mens neer te zetten, zonder naar de ander kant door te slaan. Het romantische beeld van de gekwelde kunstenaar die zo slecht wordt begrepen dat hij wel naar harddrugs móet grijpen, kom je bij haar niet tegen.

Opmerkelijk genoeg is het boek niet, zoals dat heet, geautoriseerd, maar het is wel met de volle medewerking van Steve Earle (1955) tot stand gekomen. Dat zie je zelden. Of de artiest weigert medewerking, waardoor de biograaf is aangewezen op verhalen van derden (zie recente boeken over Dylan en Van Morrison). Of de hoofdpersoon is gewillig en claimt meteen ook het recht op het laatste woord; ongewenste passages moeten dan worden geschrapt.

Steve Earle liet zich voor Hardcore Troubadour uitvoerig en onvoorwaardelijk interviewen, net als alle andere betrokkenen; het levert soms schitterende lectuur op. Vooral omdat de auteur tegenstrijdige verhalen alle ruimte geeft. Keer op keer blijkt dan de versie van Steve Earle zelf het minst geloofwaardig. IJdelheid is dus niet het belangrijkste motief voor Earle geweest. Het siert hem.

Uit het boek komt hij naar voren als een lastig, nogal trouweloos mens, die hardwerkende managers rustig aan de dijk zet wanneer hem dat uitkomt. Ook zijn moeizame verhouding met zus Stacey, die hij verwijt niet goed voor hem te hebben gezorgd, maakt hem niet direct sympathiek.

Maar hij is ook iemand die heel geëngageerd kan zijn. Sinds hij in de jaren zestig de verfilming van Truman Capote's In Cold Blood zag, is hij bijvoorbeeld fel tegen de doodstraf.

Lauren St John beschrijft al deze kanten zonder partij te kiezen. Steve Earle krijgt van haar geen voetstuk, ze maakt een echt mens van hem. Een mens dat - en daar gaat veel aandacht naar uit - vooral prachtige liedjes kan schrijven.

Hoe de ambitieuze maar rusteloze Earle door zijn mentoren Guy Clark en Townes Van Zandt werd gecoacht; hoe hij vergeefs leurde met zijn liedjes en hoe in 1986 met het verschijnen van Guitar Town alles op zijn plaats valt: het verhaal over de totstandkoming van dit meesterwerk alleen al maakt Hardcore Troubadour de moeite waard. Daarnaast is er het dramatische reliëf van de talloze crises, zijn bijna-dood en herstel. Hardcore Troubadour is een schitterend boek dat zo verfilmd zou kunnen worden.

Meer over