Marxistisch bevlogen 'tante Jet' en stokebrand 'beste Henk'

OP HET EERSTE gezicht is er geen groter contrast denkbaar dan tussen Henriette Roland Holst-van der Schalk (1869-1952) en Henk Sneevliet (1883-1942)....

Een opmerkelijk duo, die twee. Hij een proletarische stokebrand die zijn leven lang wijdde aan de klassenstrijd in vakbonden en revolutionaire partijen, die hij steevast domineerde. Zij een schrijfster die haar pen en intellect vooral als strijdmiddelen voor het marxisme inzette. Talloze theoretische, strategische en historische beschouwingen produceerde ze. Maar daarnaast was ze vooral literator.

Als veelbelovend schrijfster was de notabelendochter tenslotte begonnen. In de literair-intellectuele kringen waarin ze zich eind vorige eeuw bewoog, ontwaakte de belangstelling voor socialisme en marxisme; een bewustwordingsproces dat ze deelde met andere schrijvers en kunstenaars van haar generatie.

Sneevliet's privé-leven paste op z'n zachtst gezegd naadloos bij het enerverende bestaan van een praktizerend revolutionair. Een zwerftocht over de wereld, gevangenisstraf wegens opruiing, vier huwelijken en evenveel scheidingen, de dramatische zelfmoorden van twee zoons en een leven dat - geheel in stijl zou je cynisch kunnen zeggen - ten slotte, in 1942, eindigde voor een Duits vuurpeloton. Hij werd geëxecuteerd wegens oprichting van en deelname aan een verboden organisatie: het Marx-Lenin-Luxemburg-Front.

Henriette van der Schalk kende een vrijwel windstil en kinderloos huwelijksleven met de schilder, glazenier en ontwerper Richard (Rik) Roland Holst. Zo verknocht was ze aan haar Rik dat ze zijn geringe interesse voor het communisme op de koop toenam. Vertederd schreef ze in 1920 aan historicus en schrijfvriend Johan Huizinga: 'Rik is helemaal geen communist, maar een lieve oude Chinees.'

Henriette was wel een communist. Al vroeg trad ze toe tot de SDAP, maar ze volgde uiteindelijk de radicale communistische afsplitsing. In de jaren tien en twintig liep en schreef ze zich het vuur uit de sloffen voor de Nederlandse en internationale communistische beweging. Tot haar uitgebreide netwerk van contacten behoorden Rosa Luxemburg, Lenin, Trotski en een keur van intellectuelen en marxistische theoretici met wie ze zich moeiteloos verstond. In de jaren dertig zou ze haar socialisme met mystiek-godsdienstige gevoelens vermengen.

Voor haar ideaal offerde ze al haar werkkracht (wie de lijst van haar gepubliceerde werken in ogenschouw neemt, weet dat die overdonderend was) en ook de lieve duiten die zij en Rik uit erfenis en arbeid vergaarden. Met de welgestelde magistraat en wethouder Wibaut was zij wellicht een van de voornaamste financiers van het Nederlands socialisme.

Sneevliet was een van degenen die zelden vergeefs een beroep deden op 'tante Jet'. Waarom is, ook na lezing van 'Waarom schrijf je nooit meer?', niet helemaal duidelijk. Moedergevoelens van de kinderloze Henriette voor de getalenteerde jonge revolutionair speelden zonder twijfel een rol. Niet voor niets omschreef ze hem in het uitvoerige herdenkingsgedicht dat ze na zijn executie in 1942 schreef, als 'een moederlooze knaap'.

Maar de meest waarschijnlijke verklaring is dat zij in Sneevliet de praktische arbeidersleider zag die ze zelf niet kon zijn. Hoezeer ze ook haar best deed, helemaal op haar gemak voelde ze zich nooit tussen de mannen en vrouwen voor wie ze streed.

Honderden arbeidersvergaderingen sprak ze toe, tientallen cursussen bereidde ze voor, maar tussen de grofbesnaarde bonken en de volksvrouwen bleef ze altijd de frêle dame die in haar Larense villa of het buitenhuis De Buissche Heide in Zundert fraaie verzen dichtte. In 1926 smeekte ze 'beste Henk' gevrijwaard te blijven van propagandistisch huisbezoek voor de partij. Ontmoedigd was ze geraakt door een vrouwenvergadering die was ontaard in 'gekijf, wantrouwen, gekrakeel; enfin weerzinwekkend'.

Sneevliet voelde zich juist in dat gekonkel en gekrakeel als een vis in het water. Maar daarnaast bezat hij het talent om vanuit een diepgewortelde socialistische overtuiging te organiseren, zelfs - en dat maakt hem voor Nederlandse begrippen, en zeker ook voor Henriette, uniek - in internationale context.

Als een van de eersten onderkende hij het revolutionaire belang van het ontwakende nationalisme en anti-kolonialisme in Azië. Na zijn activiteit voor de Nederlandse vakbond voor spoorwegpersoneel verwierf hij zijn eerste faam in Nederlands-Indië door de Indische Sociaal-Democratische Vereeniging op te richten, de voorloper van de communistische partij PKI.

Begin jaren twintig was hij voor de Komintern (de door de kersverse Sovjet-Unie geleide communistische Internationale) actief in China. Zijn opereren tussen de nationalistische Kwomintang van Soen Jat-sen, de sektarische Communistische Partij China en de steeds duidelijker vanuit het Russische staatsbelang opererende Komintern behoort tot de boeiendste episoden uit de geschiedenis van het internationale communisme.

Helaas werpt de briefwisseling van Henk en tante Jet hierop geen enkel licht, omdat brieven uit deze tijd ontbreken. Deels is dat te wijten aan het zwervend bestaan van Sneevliet, maar ook aan de gewoonte van Roland Holst om brieven na lezing weg te gooien. Omdat Sneevliet doorslagen van eigen brieven ging bewaren, is de periode 1923-1930 het meest uitvoerig gedocumenteerd.

Sinds mei 1924 leidde Sneevliet, gedesillusioneerd uit Moskou teruggekeerd, de vakbondskoepel NAS. Hij gebruikte dit 'proletarische bastion' als basis voor politieke ontplooiing, die vooreerst was gericht op de CPN, maar vanaf 1929 op de eigen Revolutionair Socialistische Partij.

In de zeldzame mengeling van revolutionair sentiment, gedreven organiseren en publiceren, en internationale oriëntatie op het hoogste niveau vonden Sneevliet en Roland Holst elkaar. Het is bewonderenswaardig te zien hoe ze eind jaren twintig alles gaven voor de toch bescheiden communistische beweging (in 1926 waren er slechts 965 leden), die bovendien door afsplitsingen en ruzies in steeds grotere onoverzichtelijkheid ontaardde.

Sneevliet had daar vrede mee. Sterker nog, hij werkte zelf duchtig aan de broedertwisten mee. Van Henriette werd alle hoop die de naoorlogse revolutionaire woelingen hadden opgeleverd, stukje bij beetje de bodem in geslagen. In de Sovjet-Unie kreeg de autoritaire richting de overhand en haar ethisch moralisme verhield zich niet met de soms barre methoden die Sneevliet erop nahield om tegenstanders uit te schakelen of strategisch voordeel te behalen. Toen hij medio 1927 de CPN-leden uit het NAS werkte, riep tante Jet hem vertwijfeld maar tevergeefs op te stoppen met die 'ketterjagerij'. Bij alle botsingen is het wonderlijk te zien dat pas na 1930 de breuk werkelijk tot stand kwam.

De brievenuitgave geeft, mede door het uitvoerige notenapparaat, een fraai inzicht in de geschiedenis van het communisme in de tweede helft van de jaren twintig. Het is een van de meest boeiende, maar tevens onbekende perioden. In dat opzicht is het jammer dat de samenstellers van de uitgave geen aparte chronologie van de voornaamste hoofdrolspelers en partijen hebben opgenomen. Dat had een hoop bladerarbeid kunnen schelen, want nu is de wanhopige lezer die naar weer een nieuwe club, persoon of tijdschrift zoekt, aangewezen op de annotatie, het register of het inleidende artikel van Fritjof Tichelman. Het is slechts een klein minpuntje in een verder voorbeeldige uitgave.

Huub Wijfjes

'Waarom schrijf je nooit meer?' - Briefwisseling Henriette Roland Holst - Henk Sneevliet.

Bezorgd door Nico Markus, met een inleiding van Fritjof Tichelman.

Stichting Beheer IISG, Amsterdam; ¿ 75,-.

ISBN 90 6861 104 6.

Meer over