Martin Horváth

Debuutroman overtuigt als aanklacht tegen het asielbeleid, maar ontspoort in de epiloog.

Een kijkje nemen in een centrum voor asielzoekers is geen vrolijke, maar wel een leerrijke ervaring. Want wat weten wij van het lot van vluchtelingen, van hun deerniswekkende verleden, hun psychische problemen en angsten?

De Oostenrijkse schrijver Martin Horváth neemt in zijn debuutroman Moorkop, of hoe ik eropuit trok om de wereld te redden de lezer mee naar een asielzoekerscentrum in Wenen. Daar wonen 130 mensen uit alle crisisgebieden van de wereld: Afrika, Afghanistan, Irak, de Balkan, Tsjetsjenië, maar Horváth schildert vooral de kleine wereld van veertien alleenstaande minderjarige asielzoekers, die huizen op de vierde verdieping. Een van hen is Ali, de ik-verteller in deze roman.

Ali is 15 jaar oud, komt uit Afrika, waar zijn moeder en zusjes werden gedood, en lijkt alwetend. Hij spreekt de talen van de asielzoekers en beheerst ook het Duits perfect. Hij jongleert met woorden en teksten, drijft de spot met de vooroordelen van Weense kleinburgers en voelt zich verheven boven zijn lotgenoten.

Ali's superioriteit is niet erg geloofwaardig, maar draaglijk zolang hij zich beperkt tot de alledaagse beslommeringen, zorgen en angsten van zijn medebewoners. Waar mensen uit uiteenlopende culturen dicht bijeen wonen, blijven spanningen en conflicten niet uit. Maar er zijn ook blije momenten, mede dankzij de voorbeeldige inzet van de leiding en de begeleiders van de jeugdige asielzoekers.

Ali wil dat de jeugdige asielzoekers hun droevige levensverhaal vertellen. Zwijgen helpt niet, houdt hij hun voor. Jullie moeten vertellen wat je hebt meegemaakt, anders blijft het voor altijd in jullie gevangen zitten. De plek waar de meeste verhalen worden verteld, is de kamer van Pitra, de zwarte kokkin, waar iedereen in ruil voor een verhaal een bord heerlijk eten krijgt.

Op het moment dat Ali's alwetendheid begint te irriteren, slaat de roman een totaal andere weg in. Plotseling heeft Ali geen superieur, maar vooral een verward brein. Zijn wijze raad je van je verleden te verlossen door erover te vertellen, heeft Ali zelf genegeerd. Het advies een psychiater te consulteren wees hij hooghartig af.

Nadat de regering het asielbeleid heeft aangescherpt en steeds meer bewoners van het centrum worden uitgewezen, betreedt Ali het revolutionaire pad. Hij smeedt plannen om asielzoekers uit een detentiecentrum te bevrijden en een minister te ontvoeren, maar dan blijkt spoedig dat Ali het meest getraumatiseerd is van al zijn lotgenoten. Hij raakt in een diepe geestelijke crisis en moet worden opgenomen.

Als Horváth het hierbij had gelaten, was zijn roman een overtuigende aanklacht geweest tegen de vreemdelingenhaat in Oostenrijk en het strenge asielbeleid. Maar hij heeft nog een epiloog geschreven, waarin een Weense furie zich meester maakt van de asielzoekers. Deze worden mishandeld, gedood of in kooien opgehangen. Het zijn apocalyptische taferelen die zich in Wenen afspelen. Aan de bloedige razernij komt een einde als Pitra op het Rathausplatz gaat koken en autochtonen en allochtonen zich vreedzaam verzamelen rond haar fornuis.

Het een noch het ander is geloofwaardig. Dat dit alles ontsproten is aan Ali's verwarde brein, is geen excuus.

Martin Horváth: Moorkop, of hoe ik eropuit trok om de wereld te redden

***

Uit het Duits vertaald door Annemarie Vlaming.

Anthos; 324 pagina's; euro 19,95.

undefined

Meer over