Column

Marteling in de media als troefkaart

Het is eigenlijk heel simpel

Hubert Möllenkamp Beeld anp
Hubert MöllenkampBeeld anp

Hubert Möllenkamp, de man die de woningcorporatie Rochdale vakkundig in het verderf stortte in een affaire die aan elkaar hangt van steekpenningen en patserauto's, mocht afgelopen week het laatste woord voeren in de rechtszaal. Möllenkamp stond voor de rechter als hoofdverdachte in een groot corruptieproces - ingrediënten: renteloze privéleningen van zakenpartners, een 'toppietop' verbouwde Spaanse villa, voornoemde patserauto's - en de Volkskrant drukte donderdag zijn laatste woorden af.

Die gaan volledig over hoe zijn leven kapot is gemaakt door 'de media'. De Mercedes- en Maserati-man 'ging door een hel' wegens 'televisieploegen door de straat' en 'veel krantenknipsels', waardoor een dochter haar achternaam heeft veranderd om aan de publieke hoon te ontkomen en Möllenkamp zelf tot in Spanje 'met de nek wordt aangekeken'.

Er is ongetwijfeld een lange psychologische analyse te maken van het type mens dat liegt, steelt, bedriegt, door roekeloos en egocentrisch handelen talloze anderen in de ellende stort, en wanneer hij daarvoor ter verantwoording wordt geroepen zich luidkeels beklaagt over de eigen sores.

Toch is het, wanneer elke andere geloofwaardige verdedigingslijn is weggevallen, niet onverstandig 'de marteling in de media' als troefkaart uit te spelen. Het gebeurt met enige regelmaat dat advocaten in hopeloze zaken hun cliënt trachten te redden door te stellen dat hij al 'voldoende is gestraft door de excessieve media-aandacht'. Soms nemen rechters dat element mee in hun overwegingen.

Maar om dat laatste te bewerkstelligen is het wel handig als de verdachte niet alleen huilt over cameraploegen in de bosjes, maar ook spijt betuigt over de eventuele ellende die hij anderen heeft berokkend. Dat laatste was Möllenkamp vergeten. Toch dom.

Meer over