Marrakech 'verliest zijn ziel' aan de Europeanen

Het is het omgekeerde van wat in Europa gebeurt: Europeanen vestigen zich in het centrum van Marrakech. Marokkanen trekken naar de buitenwijken....

Van onze correspondente Greta Riemersma

Marrakesh Vijf jaar geleden wilde Bernard Pasqualini weg van Corsica, het Franse eiland waar hij woonde. Hij had er een restaurant en bewerkte er marmer, maar werd gek van de hoge belastingen en salarissen. ‘In Europa verdwijnt de passie voor het werk, je bent alleen nog maar bezig met geld.’

Buiten Europa wilde hij op zoek naar een zonnige plek waar hij opnieuw zou kunnen beginnen. Het eerste land dat hij aandeed was Marokko, de eerste stad Marrakech. Drie dagen later besloot hij te blijven. Hij had nog naar Azië en Latijns-Amerika gewild, maar hij ging nooit meer weg.

In het moderne centrum van de stad begon hij Le chat qui rit, een restaurant dat intussen beroemdheden van over de grenzen trekt. ‘Je hebt hier een nonchalance en een levensvreugde die veel Europeanen niet meer kennen. De mensen zijn aardig en kalm. Nee, ik heb mij die eerste dagen niet vergist.’

Mentaliteit
Bernard Pasqualini, een vrolijke vijftiger, is een van 8 duizend buitenlanders die de laatste jaren in Marrakech zijn neergestreken. Het zijn ondernemers of bejaarden die komen voor de schoonheid van de roodbruine stad en voor de mentaliteit; in Marokko zijn agenda’s en horloges schaarse artikelen. De lage belastingen en lage salarissen – het minimuminkomen is 200 euro per maand – zijn mooi meegenomen.

Het gevolg is dat in Marrakech precies het omgekeerde gebeurt van wat in Europese steden aan de hand is. In Marrakech zijn het de Marokkanen die op een dag ontdekken dat ze worden omringd door vreemde bevolkingsgroepen, hoofdzakelijk Fransen, maar ook Italianen, Spanjaarden, Duitsers en Engelsen.

‘Twee jaar geleden nog hadden we alleen Marokkanen om ons heen’, zegt parfumverkoper Youssef Ouinkhir, die met zijn ouders, broers en zussen in het hart van de oude medina woont, met uitzicht op het koninklijk paleis. ‘Nu zijn wij de enige Marokkanen tussen Europeanen. Onze buren zijn Duitsers.’

Voor het huis van de Ouinkhirs, 160 vierkante meter, is 190 duizend euro geboden, voor Marokkaanse begrippen een behoorlijk bedrag. ‘Maar dat gaan we nooit doen. Waar moeten we naartoe? Naar een flat in een buitenwijk? Ik moet er niet aan denken’, zegt Youssef Ouinkhir.

Maar zijn familie is een uitzondering. De meeste Marokkanen verkopen hun huis. Zo ontstaat in Marrakech een nieuwe indeling: de Europeanen betrekken het centrum, want daar staan de traditionele Marokkaanse huizen die zij mooi vinden. De Marokkanen gaan naar de randen van de stad, waar overal appartementen worden gebouwd.

Veel Marokkanen formuleren dit anders. ‘De Europeanen nemen onze stad over’, zeggen ze. Bernard Pasqualini begint meteen te steigeren als hij dit hoort. ‘Het zijn de Marokkanen zelf die hun huizen verkopen, bij wijze van spreken met hun familie erin. De band die Marokkanen met geld hebben, is ongelooflijk. Het choqueert me soms. Denk je dat wij op Corsica onze oude huizen zouden verkopen? Natuurlijk niet.’

Een ton
Pasqualini heeft gemakkelijk praten, is daarop het antwoord van Marokkanen als Abdfetah Oueld Rahhal. Zijn vader verkocht hun huis in hartje Marrakech in 2003 voor een ton. Het stond op instorten en een ton was voor zijn vader zo veel geld, dat hij geen nee kon zeggen. ‘De Europeanen kunnen zich bedragen permitteren die Marokkanen nog nooit bij elkaar hebben gezien’, zegt Oueld Rahhal.

De transactie heeft voor- en nadelen gehad. Op een industrieachtig terrein aan de rand van Marrakech kocht zijn familie een nieuwe flat én een ruimte voor een garage, waar Abdfetah als zelfstandig ondernemer nu meer verdient dan bij een baas. ‘Maar ik mis de gezelligheid van het centrum. Marrakech slaapt nooit.’

Auto
Nou ja, Marrakech slaapt wel in de buitenwijken. In de buurt van de familie Oueld Rahhal is geen enkele faciliteit, afgezien van wat winkeltjes. Voor dokters, scholen, kledingzaken, en cafés moeten de bewoners de auto pakken. ‘Maar goed, je hebt hier wel rust’, zegt Abdfetah Oueld Rahhal.

Op 1 miljoen inwoners is 8 duizend buitenlanders niet veel, maar hun aanwezigheid valt op. Het moderne centrum van Marrakech heeft een Frans-Spaans-Italiaans tintje gekregen, met kledingwinkels als Zara en Etam waar een overwegend Europese clientèle rondloopt. Je hebt er een McDonald’s en een Pizzahut, voor een café staat een beeltenis van Charlie Chaplin.

Ook de jetset heeft Marrakech ontdekt. Acteur Alain Delon en mode-ontwerper Yves Saint Laurent hadden er een huis. Voetballers Zidane en Raúl hebben er een. Nicolas Sarkozy en Hillary Clinton hebben er geen huis, maar komen er graag. Mede hierdoor heeft Marrakech het odium van glitter en glamour gekregen, waar de prijzen nooit te hoog kunnen zijn.

‘Alles is duurder geworden’, zegt Youssef Ouinkhir, de parfumverkoper. Zijn bazin is een Française die in Marrakech werd geboren. Ze is het van harte met Ouinkhir eens. ‘Alles is vijf keer duurder geworden. Tomaten kosten ruim 2 euro per kilo!’

Huizenprijzen
Ook de huizenprijzen gaan elk jaar omhoog, omdat steeds meer Europeanen oude huizen kopen, opknappen en verkopen, een mode waaraan rijke Marokkanen zijn gaan meedoen. Ook lucratief: elk gat dat in Marrakech valt, opvullen met een flat. Die verandering vindt de Franse bazin nog het ergst.

Ze loopt haar zaak, L’Artisan Parfumeur, uit en wijst op een roodbruine villa die staat te verpauperen. ‘Zo was vroeger Marrakech, vol villaatjes’, zegt ze. Dan richt ze haar vinger op een amorf appartementencomplex in dezelfde straat: ‘Dat is Marrakech nu.’ Ze gaat weer achter de toonbank in haar winkel staan en mompelt: ‘Marrakech heeft zijn ziel verloren.’

Overdreven, vindt de Corsicaan Bernard Pasqualini. De Europeanen brengen toch ook goede dingen? Hijzelf heeft met zijn restaurant twintig mensen werk bezorgd. Hij betaalt hen het dubbele van wat zou moeten en een van zijn werknemers leende hij geld voor een brommer zodat hij de twintig kilometer naar zijn huis niet meer lopend hoefde af te leggen.

‘Als ze een Marokkaanse baas zouden hebben, werken ze drie maanden en krijgen ze twee niet betaald. Ze worden als honden behandeld. Dat de Europeanen hier zijn komen wonen, is een ontwikkeling waar beide bevolkingsgroepen iets aan hebben.’

Dat moeten veel Marokkanen toegeven. ‘De Europeanen zorgen voor werkgelegenheid’, zegt automonteur Abdfetah Oueld Rahhal. ‘En het is ook wel gezellig dat ze er zijn.’

Meer over