Marokko populair onder filmmakers

Tussen het Atlasgebergte en de Sahara kunnen uitstekend opnamen worden gemaakt voor films die spelen in de Middeleeuwen. In ‘Ouarzawood’ wordt aan die industrie en het ermee verbonden toerisme soms een aardige boterham verdiend.

Van onze correspondente Greta Riemersma

Saïd Khali is een Marokkaan, maar in de film Kundun speelde hij een vechtende Tibetaanse soldaat. Hij moet nog lachen bij de gedachte. Maar zo gek was het niet, want Khali heeft een breed, bruin, verweerd gezicht. Je ziet hem zo rondlopen in de bergen van Tibet. En Khali hoor je niet klagen, want met zijn figurantenrol verdiende hij een maand lang 11 euro per dag. ‘Fantastisch’, zegt Khali.

Nu bewaakt hij de Ka’aba, het islamitische heiligdom in Mekka – althans een nagemaakte versie even buiten zijn Marokkaanse woonplaats Ouarzazate. De nep-Ka’aba werd gebruikt voor een film over de ontdekkingsreiziger Ibn Battuta en is na de opnamen blijven staan. Alles aan de hoge, zwarte doos lijkt echt: de afmetingen, de Koranteksten, de voetstappen van Abraham die even verderop in beton zijn gevat.

In Ouarzazate en omgeving, in het zuiden van Marokko, zijn veel dingen nep: de slaapkamer van Cleopatra, het bloed van Jezus Christus op de grond, een complete stad die het oude Jeruzalem moet voorstellen. Het zijn de decorstukken en rekwisieten van een bloeiende filmindustrie. Vier à vijf films per jaar komen hier tot stand en daar zitten niet de minste tussen: Gladiator; The Passion of the Christ; Kingdom of Heaven; Babel.

‘Ouarzawood’ wordt het gebied in Marokko al genoemd. ‘Het licht is hier geniaal’, verklaart Imad Qaddi van de Atlas Corporation Studios, die in 1983 in Ouarzazate werden gevestigd. De plaats ligt net onder de Hoge Atlas, het gebergte waarvan je in de verte de besneeuwde toppen ziet liggen. Tegelijkertijd is dit het begin van de Sahara, een garantie voor volop zon.

Ook het landschap trekt de filmwereld, aldus Qaddi. Het is hier kaal en uitgestrekt, wat ruimte biedt aan groots opgezette scènes met veel troepenbewegingen. Producties die zich afspelen in de Middeleeuwen of verder terug in de tijd, kunnen hier bovendien goed terecht, want Ouarzazate wordt omringd door lemen dorpen waarin soms nog maar net elektriciteit is aangelegd.

Neem Aït Benhaddou, iets ten noorden van Ouarzazate, waar Gladiator is opgenomen. Het oudste deel van het dorp stamt uit de 13de eeuw en is veertig jaar geleden door de bewoners verlaten. De filmploeg hoefde alleen maar een arena te bouwen, en toen konden de verwikkelingen in de Romeinse tijd worden gedraaid. Bijna de hele bevolking van het nieuwe deel van Aït Benhaddou deed mee als figurant.

‘Het heeft ons veel goed gedaan’, zegt Hossni Issmail, die voor zijn figurantenrol bijna 25 euro per dag kreeg. In Aït Benhaddou valt normaal gesproken niet veel te verdienen. ‘Je hebt hier nog maar een beetje landbouw; dadels, olijven. De rest komt van toeristen’, zegt Issmail. Op vierwielige motoren crossen ze door het watertje dat door het dorp kabbelt. Het maakt een hoop herrie, maar Aït Benhaddou accepteert veel van de buitenlanders die inkomsten genereren.

En wat voor dit dorpje geldt, gaat op voor de hele omgeving van Ouarzazate. De dadel- en olijventeelt is niet meer wat het decennia geleden was, doordat er te weinig regen valt, afgezien van de afgelopen twee jaar. Het zuiden van Marokko droogt uit en de woestijn rukt op. Toeristen die in landrovers tochten maken en de lemen dorpen bezoeken, compenseren de geslonken verdiensten. Maar de filmindustrie is een nog lucratievere aanvulling.

Jaarlijks hebben zo’n 90 duizend inwoners van Ouarzazate en omstreken werk als decor- en rekwisietenbouwers, technici en figuranten. Zodra er een nieuwe filmproductie gaat komen, staan de bewoners tot ver buiten Ouarzazate in de startblokken om zich te melden. Ze bieden zich aan voor een steeds lager bedrag, zo graag willen ze een baantje, vertellen Saïd Khali en Hossni Issmail.

Zo had Khali eerst gedacht dat hij 45 euro per dag zou krijgen voor zijn rolletje in Kundun. Dat was beloofd, maar doordat zijn mededingers bereid waren het bedrag te laten zakken, werd het 11 euro. ‘Jullie maken zelf het salaris laag’, zei de productieleider. En toen had Khali het wel best gevonden. ‘Wij zijn blij met de filmindustrie. Als die hier niet was, was hier niets.’

Want de filmindustrie trekt ook weer extra toeristen. Volgens Imad Qaddi bezichtigen 150 à 200 bezoekers per dag de Atlas Corporation Studios. Er wordt nu gebouwd aan een Romeinse poort voor de opnamen van Ben Hur – een Canadese versie van de klassieker – die in mei moeten beginnen.

Dankzij de filmindustrie is er leven in Ouarzazate en omstreken, en vallen er bovendien mooie verhalen te vertellen. Imad Qaddi hoorde dat Brad Pitt veel geld heeft uitgedeeld in de dorpen waar Babel werd opgenomen. Ali Azouzi, die ook bij de studio’s werkt, meldt trots dat hij op de foto staat met Leonardo DiCaprio en nog wat sterren. ‘Het is normaal om beroemdheden hier boodschappen te zien doen’, zegt hij.

En dat figuranten in diverse films altijd het Marokkaanse dialect praten, in plaats van het hoog-Arabisch dat het moet voorstellen, ach. ‘Dat hebben de Amerikanen en de Europeanen toch niet door’, lacht Imad Qaddi.

Meer over