Marktwerking in de WAO komt nu pas echt van de grond

Nu het kabinet het bestaande plan voor de herziening van WAO en AAW heeft ingetrokken, zou ook de beoogde marktwerking voor dit gedeelte van de sociale zekerheid van de baan zijn....

HET KABINET studeert op nieuwe plannen voor de arbeidsongeschiktheidsverzekeringen AAW en WAO. Het ziet er naar uit dat de nieuwe WAO-plannen beter zijn dan de oude, al viel dat uit de berichtgeving over het besloten kabinetsberaad nauwelijks op te maken. Opting out, de veelbesproken marktwerking in de uitvoering van de WAO, zou van de baan zijn.

Het tegendeel is het geval. In de oude plannen was marktwerking een wassen neus; pas in de nieuwe opzet wordt het voor bedrijven interessant om hun WAO-risico onder te brengen bij particuliere verzekeraars - met alle positieve en negatieve gevolgen van dien.

In de huidige opzet van de WAO hebben bedrijven geen enkel financieel belang bij het voorkómen van arbeidsongeschiktheid, of het in dienst nemen van (gedeeltelijk) arbeidsongeschikten. De WAO-premie is voor alle werkgevers gelijk, ongeacht het aantal werknemers dat zij arbeidsongeschikt buiten de fabriekspoort zetten. Bedrijven maken, in overleg met de vakbeweging, al sinds jaar en dag 'gebruik' van deze opzet van de WAO. In vergelijking met de ons omringende landen is het aandeel arbeidsongeschikten in de beroepsbevolking dan ook buitensporig hoog.

Als het WAO-systeem niet wordt gewijzigd, neemt het aantal WAO'ers de komende jaren nog verder toe. De bevolking vergrijst, en ouderen zijn nu eenmaal vaker arbeidsongeschikt dan jongeren. Dat het aantal WAO'ers sinds 1993 is gedaald van 928 duizend naar 887 duizend, doet hieraan niets af. Deze daling is een tijdelijke teruggang, als gevolg van de herkeuring van de jongsten onder de oude WAO-gevallen. De daling is een dipje, geen trendbreuk, zegt bijvoorbeeld het Centraal Planbureau. Tot minimaal 2010 zal het aantal arbeidsongeschikten blijven stijgen.

Tijdens de formatie namen Kok, Van Mierlo, Bolkestein en Wallage een beleidsidee over van de Sociaal Economische Raad. Het idee was ingefluisterd door Dik Wolfson (van de WRR) en Gerrit Zalm, de huidige minister van Financieó, destijds directeur van het Planbureau en kroonlid van de SER.

Zalm en Wolfson bedachten dat er doelmatiger gewerkt zou worden als publieke verzekeraars de WAO moesten uitvoeren in concurrentie met particuliere verzekeraars. Bovendien vond het duo dat de premies gedifferentieerd moesten worden. Bedrijven met een hoge WAO-uitstoot moesten hogere premies gaan betalen dan bedrijven met een lage uitstoot.

EN ZO belandden premiedifferentiatie en opting out - de mogelijkheid voor werkgevers om uit het publieke naar het particuliere systeem te stappen - via de SER in het regeerakkoord. Het idee had als aantrekkelijk kenmerk dat 750 miljoen gulden op de uitgaven voor de WAO kon worden bezuinigd zonder aantasting van hoogte en duur van de uitkeringen. Staatssecretaris Linschoten van Sociale Zaken kreeg de taak de beleidsideeën, die werden gerekend tot het hart van het regeerakkoord, uit te werken tot wet.

Linschoten leverde slecht werk. Marktwerking werd op het eerste gezicht ruim baan gegeven: bedrijven mochten hun gehele WAO-risico bij particuliere verzekeraars onderbrengen. Maar publieke en particuliere verzekeraars moesten onder onvergelijkbare omstandigheden concurreren - concurrentie was een wassen neus.

De kern van het probleem werd gevormd door de wijze van premieberekening. Publieke verzekeraars heffen een omslagpremie: de premiebetalers betalen in elk jaar de WAO-uitkeringen van de lopende gevallen. In het eerste jaar van de nieuwe WAO-regeling zou deze premie minder dan 1 procent bedragen.

Particuliere verzekeraars vallen onder het regime van de toezichthoudende Verzekeringskamer. Deze verplicht verzekeraars een rentedekkingspremie in rekening te brengen. Deze premie dient zo hoog te zijn dat de WAO-uitkering tot aan het pensioen van de arbeidsongeschikte is veiliggesteld. De eerstejaars premie op rentedekkingsbasis beliep, volgens het Verbond van Verzekeraars - dat zich overigens in verband met de onderhandelingspositie één procentje arm rekende - gemiddeld een procent of negen. Loopt de omslagpremie gestaag op met de instroom van nieuwe WAO'ers, de rentedekkingspremie blijft gelijk.

Het verschil tussen minder dan één procent (premie publieke verzekeraars) en 8 of 9 procent (premie particulieren) is volledig te wijten aan de verschillende financieringswijzen. Linschotens gedachte dat onder deze voorwaarden concurrentie zou ontstaan, was natuurlijk potsierlijk. Opting out, gaf Linschoten toe, diende in deze opzet slechts als 'stok achter de deur' - voor het geval de publieke verzekeraars het erg bont zouden maken.

De Sociaal Economische Raad sprak vorig voorjaar unaniem schande van de misvorming van haar ideeën, maar werd door Linschoten hautain de mond gesnoerd.

En nu krijgt, als de berichten juist zijn, de SER van het kabinet alsnog gelijk - Linschoten moet door het stof. Want het nieuwe kabinetsplan lijkt als twee druppels water op een alternatief dat de SER vorig voorjaar schetste onder de weinig inspirerende noemer 'Denkmodel B'. Het is bijna identiek aan het plan dat het Verbond van Verzekeraars eind vorig jaar presenteerde. Het plan lijkt sterk op een voorstel van de werkgeverslobby VNO-NCW. Ook de andere partij in de SER, de vakbeweging, zal er goed mee kunnen leven.

FNV-voorman Johan Stekelenburg sputtert nog een beetje. Hij waarschuwde het kabinet deze week per brief voor massaal vakbondsverzet. Dit is nauwelijks serieus te nemen, aangezien de FNV-bestuurder die belast is met sociale zekerheid, Henk Muller, enkele weken geleden in Elsevier te kennen gaf dat over het huidige kabinetsplan zeer wel te praten viel. Ad Melkert, minister van Sociale Zaken, merkte dan ook terecht op dat dit 'één van de meest merkwaardige brieven is die ik ooit van mijnheer Stekelenburg heb ontvangen'.

In de nieuwe WAO-plannen komt niet het hele WAO-risico in aanmerking voor 'opting out', maar alleen de eerste jaren. Het premieverschil tussen publieke en particuliere verzekeraars wordt hierdoor belangrijk teruggebracht. Omdat de particulieren in tegenstelling tot de publieke verzekeraars bedrijven voordelige pakketten kunnen verkopen - met verzekeringen tegen het ziekterisico, ziektekosten, auto- en brandschade - krijgt (prijs-)concurrentie van het kabinet toch nog een kans.

Over de exacte vormgeving discussieert het kabinet nog. Het gaat dan om belangrijke details als de positie van artsen (wie voert de keuring uit?) en de vraag of de polisvoorwaarden van de particuliere verzekeraars identiek moeten zijn aan die van de publieke.

Welke de uitkomst van deze kabinetsdiscussie ook moge zijn, nu al staat vast dat opting out springlevend is, meer dan het tot nu toe ooit is geweest.

Meer over