Mark Rutte

.

RAOUL DU PRE en PHILIPPE REMARQUE

De nieuwjaarswens van Mark Rutte aan de lezers van de Volkskrant: 'Een goed, gezond jaar. Laten we ons realiseren dat het in het leven niet draait om banen, posities en ego's maar om familie, vrienden, persoonlijke groei en gezondheid.

'Voor wat betreft het land: er komt een moeilijk jaar aan, met veel tegenwind. De economie krijgt klappen en dat gaan we merken. Ik begrijp de zorgen van de mensen. Maar laten we ons wel realiseren dat we in een van de sterkste economieën wonen. In een van de leukste landen ter wereld! We hebben het goed. En als we koers houden, hard blijven werken, komen we hier sterker uit.'

In het Torentje aan de Hofvijver blikt Mark Rutte terug op zijn eerste jaar als de eerste man van het land. Erg veranderd is het niet, zijn leven, zegt hij. Koken voor zichzelf doet hij nauwelijks, maar dat was al zo. Eten is 'eigenlijk altijd buitenshuis' en liefst 'gewoon Indisch in Den Haag'. En elk weekeinde probeert hij met zijn moeder te eten. Een vrouw is er nog steeds niet in zijn leven. Zijn immer zonnige humeur begint nog niet te lijden onder het moordende werkritme. 'Dat hoort erbij. Ik ga daar niet over lopen zeuren.' Hij ontspant 's avonds braaf met boeken en muziek.

Heeft u niet wat meer drank nodig dan voorheen om bij te komen?

'Ik heb dat misschien wel nodig, maar ik doe het niet. Hooguit één glas rode wijn. Twee maximaal in het weekend.'

Hij gaat wel uit met vrienden, zoals die septemberavond in Amsterdam, na de Algemene Beschouwingen in de Kamer, toen iedereen hem toeriep: 'doe eens normaal man'. Dat vindt hij best. 'Lachen, toch?'

Kunt u nog gewoon over straat?

'Natuurlijk man, ik heb een gewoon leven, hoor. Ik doe boodschappen, ik kom nog overal. Er zijn weleens schoolklassen die met me op de foto willen, dat is prima. En laatst was er een man die riep: zakkenvuller! Ik hield hem staande en vertelde wat ik had verdiend bij Unilever en wat ik nu verdien. Oké, zei hij, maar al die anderen zijn wél zakkenvullers. Nee, zei ik, die verdienen allemaal minder.'

Over zijn eerste jaar is Rutte zeer tevreden: 'We liggen volledig op koers. We opereren effectief in de Kamer, ook met de partijen waarmee we geen gedoogakkoord hebben.'

In het kabinet is het prettig werken. Daar let hij nogal op. 'Dat is de taak van een leider: weten wat je wilt, een team samenstellen en de cultuur in dat team bepalen. Openheid. Alles uitspreken. Iedere vrijdag in de ministerraad moet alles op tafel, meteen alles uitwisselen, zodat er geen gesmoes ontstaat bij de koffieautomaat.' Of het moeilijk is, premier zijn? 'Het is niet makkelijk. Wel heel motiverend.'

En alweer bent u de politicus van het jaar. Dankzij uw optimisme, uw welsprekendheid, uw vermogen te blijven lachen. Maar snapt u de mensen die daar toch ook een beetje genoeg van beginnen te krijgen? Altijd dat optimisme, altijd die duimen omhoog, dat krijgt iets vlaks.

'Ik ben wie ik ben. Ik heb geen talent voor het sombere. Ik speel geen rol en ik hoop dat de mensen dat zien. Pas als mijn optimisme zou omslaan in een blinde vlek voor de dingen die niet goed gaan, zou het een probleem zijn. Maar ik denk dat niemand me dat kan verwijten. Ik praat niet weg wat niet goed gaat.'

Kunt u zich voorstellen dat mensen denken: waar is zijn verdriet?

'Dat is er óók. Als ik familieleden verlies, als dingen niet goed gaan. Ik kan somber zijn. Maar ik zie ook snel weer de goede dingen.'

Die eeuwige lach valt niet altijd te rijmen met het kabinetsbeleid. Voor velen bent u de man die de cultuur afbreekt, die de natuur de vernieling in helpt, die persoonlijke zorgbudgetten afpakt van hulpbehoevende mensen en die jonge asielzoekers terugstuurt naar landen waar hun een onzekere toekomst wacht.

'Het is mijn ambitie ook hun minister-president te zijn. Ik ken de zorgen. Maar daar staat de stellige maatschappelijke overtuiging van dit kabinet tegenover: wij geloven in een overheid die heel precies afbakent waar ze zich wel en niet mee bezighoudt. In de cultuursector moet men nu nadenken over wat men wel of niet doet. We houden de infrastructuur overeind en 90 procent van de kunstuitgaven, maar we veroorzaken wel een systeemcrisis. De sector is hard bezig zichzelf opnieuw uit te vinden. Ik spreek nu al mensen die zeggen dat er heel veel nieuwe energie vrijkomt. Hetzelfde geldt voor de natuur. En als het gaat om het asielbeleid: dit land zal altijd een land zijn waar iedereen die in de ellende zit naartoe kan blijven komen. Maar daarin willen we wel scherp zijn: veel eerder een uitspraak of je een echte asielzoeker bent of niet. En als mensen dan geaccepteerd worden, dan gaan we er ook alles aan doen om ervoor te zorgen dat zij - niet wij! - een succes maken van hun bestaan in dit land.'

Is het niet ook de toon die de muziek maakt? Bleker met zijn elitenatuur, de PVV met linkse hobby's, de haast waarmee de snelheid op de wegen omhoog moet. Het is soms triomfantelijk, bijna revanchistisch.

'Nee, niet. Wilders kiest zijn eigen woorden. Dat zijn meestal niet mijn woorden. Maar kijk naar staatssecretaris Zijlstra van Cultuur: die spreekt met iedereen, gaat zeer respectvol met die sector om. Daar zit niets revanchistisch in. En Henk Bleker die eens een keer in een praatprogramma...tja, daar bezondig ik me ook wel eens aan.'

Maar het eerste jaar is gekenmerkt door die toon.

'Nee, dat vind ik echt niet. Die toon zit vooral in de reacties. Het zijn etiketten die op het kabinet worden geplakt door tegenstanders. Zij zeggen dat wij een hekel hebben aan cultuur of de natuur. Wij moeten gewoon heel rustig blijven uitleggen waarom we het wél doen, al wordt dat in de kakofonie van het protest vaak niet gehoord.'

Nog niet zo heel lang geleden was u een behoorlijk linkse jongen die vond dat ook de minima zich aangetrokken zouden moeten voelen door de VVD...

'Dat vind ik nog steeds. Iemand met een bijstandsuitkering zou VVD of CDA moeten stemmen. Want tegen de mensen die echt in de ellende zitten zegt het kabinet: u krijgt een uitkering. Daar wordt voor gezorgd. En tegen de rest zeggen we: u gaat aan het werk omdat dat beter is voor u. Dat is een diepe overtuiging.'

...en nu bent u de aanvoerder van een rechts kabinet.

'Centrum-rechts! Kijk, ik weet hoe het werkt. Als je de mensen 's nachts wakker maakt en vraagt of Rutte links of rechts is, zegt 99 procent: rechts natuurlijk. Maar ik vind die begrippen zo lastig. Ik ben rechts als het gaat om de beperkte rol van de overheid, om de staatsschuld die onder controle moet blijven, om de banen die we moeten scheppen. Maar op heel veel andere punten ben ik links. Ik sta voor alles dat mede dankzij de VVD is bereikt in de abortuswetgeving, de euthanasie, het homohuwelijk, de gelijke behandeling. Dat zijn allemaal linkse, liberale onderwerpen. Daar ben ik ontzettend trots op.'

Maar die liberale erfenis staat wel onder druk. Geen extra koopzondagen, geen maatregelen tegen trouwambtenaren die homo's weigeren, geen vooruitgang bij de medisch-ethische vraagstukken. U geeft veel weg in ruil voor de macht.

'We kunnen minder voortgang boeken dan ik zou willen. Dat heeft te maken met PVV, CDA en SGP. Die hebben we nodig. Maar er is meer in het leven. Dit is een typisch liberaal/christendemocratisch kabinet omdat we drie dingen doen. Eén: we willen een kleine overheid die niet als een geluksmachine over de mensen heen rolt, maar die bescheiden is en zegt: wát we doen om te zorgen dat de mensen zelf iets van hun leven kunnen maken, doen we dan ook echt op topniveau. onderwijs, gezondheidszorg, sociale zekerheid, de wegen.

Twee: we zetten de banenmachine aan. En drie: we zorgen voor meer veiligheid. Zodat die mevrouw van 75 's avonds gewoon haar hondje kan uitlaten, ook in Amsterdam, ook in de Haagse Schilderswijk. Dat zijn allemaal punten die in de kern van de VVD zitten.'

En het vierde, de immateriële agenda, geeft u op.

'Zeker niet. We gaan minder snel dan we zouden willen, maar we gaan ook geen stap terug. En ter relativering wil ik zeggen dat we daarmee in Nederland nou niet bepaald op nul staan. De grote stappen zijn allang gezet.'

Er zijn VVD'ers uit de paarse periode die vinden dat u te veel met de macht bezig bent, die teleurgesteld in u zijn.

'Daar weet ik helemaal niets van. Maar als het zo is, is het bewijs weer eens geleverd: de VVD is een echte debatpartij. Wij lopen niet met z'n allen achter de leider aan.'

Intussen wordt u al een jaar op de been gehouden door de PVV die u in verlegenheid brengt in het buitenland, die u belachelijk maakt bij elke stap in Europa, die de islam een fascistische ideologie noemt. U legitimeert de radicale standpunten van Wilders door met hem in zee te gaan.

'Ik legitimeer niks. Anders hadden we wel een gewone coalitie gevormd. De PVV zit niet in de coalitie. Als je met Wilders samenwerkt, weet je twee dingen. Eén: hij houdt zich aan zijn woord, tot de laatste komma en jota. Twee: waar geen afspraken over zijn gemaakt, beschouwt hij als vrij terrein en daar gaat hij er vol in. Dat is Wilders. Hij staat aan of uit. En als hij aan staat, staat hij ook echt aan.'

Roept u hem soms tot de orde?

'Niet achter de schermen. Soms in het openbaar. Dat is bekend. Over de islam verschillen we fundamenteel van mening. Als hij daarin te ver gaat, zal ik steeds weer duidelijk maken dat mensen die in dit land de islam aanhangen een even belangrijk deel zijn van de Nederlandse droom als alle anderen.'

In dat opzicht was u wel blij met dat 'doe-eens-normaal-man-incident' in de Kamer?

'Ach, er valt weleens een pak melk om. Hij ontspoorde. Ik reageerde fel. Vier dagen later las ik in de krant wat ik had moeten zeggen. Prachtige woorden! Maar wel vier dagen te laat, haha. Zo'n incident zegt niets over de onderlinge verhoudingen. Geert en ik liepen die dag samen de zaal uit en zeiden tegen elkaar: nou, dat zal wel even een dingetje worden, vanavond in het journaal. Ik heb er geen spijt van. Ik debatteer met passie. Dan kan het een keer ontsporen.'

Uw eerste jaar is overschaduwd door de eurocrisis. Waarom lukt het u en uw Europese collega's maar niet de indruk te wekken dat u meester bent over de situatie?

'Het lijkt op de processie van Echternach: twee stappen vooruit, een stap terug. Maar wel de goede kant op. In oktober en december zijn belangrijke stappen gezet. Nu moeten we zorgen dat die fondsen sterk genoeg zijn, dat we landen kunnen dwingen om aan de strengste voorwaarden te voldoen. Dat er ook sancties komen voor landen die de regels ontduiken. En we moeten nu ook zorgen voor groei: wat gaan we doen om het vrij verkeer van diensten echt goed te regelen?'

Merkel en Sarkozy maken samen de dienst uit. Nederland heeft daar toch niets te vertellen?

'Ik ben daar buitengewoon bescheiden in, maar we spelen onze rol achter de schermen. In de zomer hebben we op papier gezet waar we zelf wilden uitkomen. Die brief wordt nu overgenomen door steeds meer landen. De eurocommissaris met bijzondere bevoegdheden is er inmiddels. Nu komt er een afspraak waardoor die ook echt macht heeft. Het gaat vooruit.'

Dat betekent meer macht voor Brussel. Toch blijft u maar volhouden dat we geen soevereiniteit overdragen.

'Ja, omdat het zo is. Die soevereiniteit hebben we allang overgedragen toen we de euro invoerden. We regelen nu alleen dat landen zich aan de afspraken gaan houden.'

De eurocrisis bedreigt inmiddels de schatkist. Van Geert Wilders mag het niet, maar steeds luider klinkt het koor van politici en economen die vinden dat u het nu niet mag laten bij een paar kale bezuinigingen. Echte hervormingen zijn nodig. Het IMF, de OESO, De Nederlandsche Bank en vele anderen dringen aan op het aanpakken van de hypotheekrenteaftrek. Nederlanders hebben veel te veel schulden opgebouwd. Is het niet gewoon onbehoorlijk bestuur om al die waarschuwingen te blijven negeren?

'Nee. De aftrek is een heel goed instrument. Eén: het corrigeert de veel te hoge belastingen in Nederland. Twee: het stimuleert de bezitsvorming. En over die vermeende schulden: ja, wacht eens even, het gaat niet om vakanties. Onder die schulden liggen stenen, grond - een huis dat gewoon waarde heeft... Bovendien staan tegenover die schulden onze pensioenpotten met 700 miljard. Er is geen land ter wereld met zoveel spaargeld.'

De waarde van die huizen vermindert met de dag.

'Ja, nadat die waarde jarenlang enorm is gestegen. Er loopt nu lucht uit de markt. Dat is onvermijdelijk. Huizenprijzen kunnen niet altijd blijven stijgen.'

Hoe verklaart u dat u zo'n beetje de laatste Nederlander bent die het probleem niet ziet?

'Ik denk dat heel veel Nederlanders het met mij eens zijn. Misschien niet in de hoogste lagen, misschien niet de deskundigen, maar wel de bevolking.'

U bent bang voor de kiezers en De Telegraaf.

'Nee. Nee. Oprecht niet. Ik ben echt overtuigd dat de aftrek een goede maatregel is. Ik zie niet in waarom ik met al die anderen mee zou moeten rennen naar die rode lap van de aftrek. Ik zie het echt niet.'

Zes jaar geleden hadden we het met u in de Volkskrant over uw leefstijl: alleen in dat kleine appartement, met een kleine hypotheek, aan niets of niemand gebonden, altijd klaar om uw spullen te pakken en elders het geluk te zoeken. Voelt dat nou nog steeds zo?

'Geluk zit voor mij niet in grote materiële dingen. Ik ben in de gelukkige situatie dat ik een cd of een boek kan kopen als ik dat wil. Dat ik een paar keer per jaar met vakantie kan. Dat is enorme rijkdom. Ik heb het heel erg goed. Verder zijn er geen voorwerpen die ik zou willen hebben. Daarbij vind ik het prettig om financieel onafhankelijk te zijn. Ik heb niet veel geld, dus ik moet mijn uitgaven laag houden.'

Is het lastig in het buitenland, al die bezoeken zonder first lady aan uw zijde?

'Nee zeg, jongens, totaal niet. Nog nooit iets over gehoord. We zitten niet meer in de jaren vijftig.'

Destijds zei u ook dat u de machtsdrang en de drive miste om een toppoliticus te worden. U had niet de gemeenheid die nodig is om tegenstanders het mes in de rug te zetten. Met uw concurrente van toen in de VVD, Rita Verdonk, rekende u daarna rigoureus af. En nu zit u op de top van de apenrots. Wanneer heeft u de vereiste gemeenheid gevonden?

'Die heb ik niet gevonden. Rita en ik zijn een eerlijke strijd aangegaan. Die won ik. Daarna probeerde zij toch nog de leider te worden en de manier waarop zij dat deed, was schadelijk voor de VVD. Daarom heb ik gezegd dat ze weg moest. Daar ben ik volstrekt open en eerlijk in geweest. Een mes in de rug was niet nodig. '

Het bleek er ook van voren in te kunnen.

'Ik ben trouw aan mezelf gebleven. Er is niets achterbaks aan geweest. Het kan kennelijk ook op mijn manier.'

Makkelijk is het niet, premier zijn, wel motiverend, zegt hij. Mark Rutte blikt tevreden terug op zijn eerste jaar: 'We liggen volledig op koers.' Wel geeft hij toe minder vooruitgang te kunnen boeken dan hij als liberaal zou willen. Reden: PVV, CDA en SGP. 'Die hebben we nodig.'

undefined

Meer over