Analyse

Mark Rutte maakt van zijn debat een therapiesessie

Demissionair premier Rutte op dag twee van de algemene politieke beschouwingen. Beeld Freek van den Bergh
Demissionair premier Rutte op dag twee van de algemene politieke beschouwingen.Beeld Freek van den Bergh

Demissionair is hij al tijden, van de formatie brengt hij tot nu toe weinig terecht. Maar Mark Rutte weet van geen wijken. De Algemene Beschouwingen, die eigenlijk gaan over de begroting voor komend jaar, waren voor hem een podium om te laten zien dat hij het nog steeds wil en kan: opnieuw premier worden. Is hij erin geslaagd de Kamer te overtuigen?

Aan zijn vorm ligt het niet. Wie er gevoelig voor is, treft op dag twee van de Algemene Politieke Beschouwingen (APB, het belangrijkste debat van het jaar ) een minister-president zoals hij die de afgelopen elf jaar had kunnen leren waarderen. Goedgemutst, energiek, empathisch, optimistisch van aard en oplossingsgericht van instelling. De gedroomde leider, man om te koesteren. Een man ook die, zoals Henk Kamp opmerkte kort voordat hij tot minister werd bevorderd, ‘nog wel acht jaar zou kunnen aanblijven’.

Gaat dat ook gebeuren? Die vraag hangt boven de plenaire zaal, waar de vertegenwoordigers van de 78 procent van de kiezers die niet op de VVD hadden gestemd, zich hebben voorgenomen Mark Rutte het leven niet lichter te maken. Formeel is de rijksbegroting het onderwerp van dit debat. Maar aangezien die weinig meer dan een verlengstuk is van de vorige – ‘beleidsarm’ heet zoiets – gaat het debat ook over de regering die deze begroting zou moeten uitvoeren. Er hangt chagrijn in de Kamer. Een deel van zijn krediet heeft Rutte op 1 april (het debat waar hij een motie van afkeuring kreeg) verspeeld. Nadien deed hij weinig moeite dat weer te herstellen.

Zodoende zijn het andere Beschouwingen dan anders. Vandaag niet Rutte de dompteur, of Rutte de bovenmeester. Hier staat een politicus die moet overleven, en dat moeilijk vindt. Zijn grapjes vallen dood, zijn complimenten worden niet beantwoord. Aan metabeschouwingen, een ander geliefd stijlmiddel om zich boven de mêlee te verheffen, waagt hij zich niet. Geen opmerkingen over de eikeltjespyjama van Klaver, geen grappen over wat ze in Nieuw-Zeeland vonden van de prachttrekkers bij het boerenprotest, zoals vorig jaar.

Motto op scheerspiegel

Hier staat een deemoedige premier die maar één ding wil: duidelijk maken dat hij door wil, zoals altijd. Comfort bieden! Dat zal als motto van de dag op de scheerspiegel hebben gestaan. Vandaar ook zijn openingszet: een preambule waarin hij via de tranen die hij plengde bij het nieuwe Holocaustmonument subtiel Baudet een sneer geeft, die de Holocaust tussen aanhalingstekens had gezet. Daarna volgen lovende woorden voor Dassen van Volt, en Segers van de ChristenUnie, die laat blijken daarvoor gevoelig te zijn. Een eerste massage om de geesten soepel te maken.

Een strijd om vertrouwen, dat is dit debat. En – bij gebrek daaraan – ook een strijd om de macht. Bijna Kamerbreed wordt sinds het ‘functie-elders-debat’ van 1 april het gezag van Rutte in twijfel getrokken. Vandaag noemt men hem ‘arrogant’ (Lilian Marijnissen, SP) of ‘hautain’ (Esther Ouwehand, PvdD). ‘U zei op 1 april uw stinkende best te gaan doen het vertrouwen te herstellen’, brengt Geert Wilders (PVV) in herinnering. ‘Mevrouw Kaag stak zes messen in uw rug, het brede midden wil u niet meer, 56 procent van de kiezers wantrouwt u. Waarom blijft u nog zitten?’ Dat wil ook Marijnissen weten: ‘Hoe lang geeft u zichzelf nog de tijd voordat u zegt: het is niet gelukt.’ Farid Azarkan (Denk): ‘Wanneer heeft de heer Rutte door dat hij zelf het probleem is?’ Wilders, wat later: ‘U heeft hier met iedereen ruzie.’

Lesje staatsrecht

Tot zover het vertrouwen. Dan die andere kwestie: wie heeft nu eigenlijk de macht? Is het de zoals Pieter Omtzigt (Groep Omtzigt) het noemt ‘superhyperdemissionaire regering’? Of toch de zoals Lilianne Ploumen (PvdA) niet nalaat te benadrukken, ‘missionaire Kamer’? Aan twee kanten wordt aan het kleed getrokken. De oppositiepartijen oordelen dat een demissionair kabinet het niet kan maken een motie van de Kamer – over meer salaris voor zorgmedewerkers – naar eigen inzicht te interpreteren. ‘U heeft dit verzoek uit te voeren’, vindt Klaver.

Daar trekt de minister-president een grens, die hij verpakt in een lesje staatsrecht. Het is niet zo dat de Kamer de opdrachtgever van het kabinet is, legt hij omzichtig uit: als controleur bent u onze baas, maar wij zijn als kabinet geen uitvoeringsteam van de Kamer. De Kamer neemt daar geen genoegen mee. Omtzigt wil een brief van de Kamervoorzitter dat de regering moties moet uitvoeren.

Blijft de vraag hoe het verder moet. Rutte zet zijn voorkeuren op een rijtje. Snel formeren om zo de begroting ‘beleidsrijker’ te maken, dat is wat hem betreft het beste. Hij geeft aan daartoe mogelijkheden te zien. Zoiets kan wellicht in de openbaarheid met de Kamer via moties en amendementen, al denkt de premier dat er ook in vertrouwelijkheid gesproken moet worden. Een regering met de VVD maar zonder hem is ondenkbaar, geeft hij aan; wel kan er uiteraard ook zonder de VVD een formatiepoging worden gewaagd. Pas daarna komen de nieuwe verkiezingen in beeld waar met name Wilders op aandringt.

Publieke therapiesessie

Naarmate de dag vordert, lijkt de Kamer vaker genoegen te nemen met de plooibaarheid van de premier, die van deze APB een publieke therapiesessie wil maken, waarin hij volop meebeweegt en ieders pijn en teleurstelling lijkt te willen omarmen. Wat helpt is dat er wisselgeld is om uit te delen – wel twee miljard euro – aan onderwijssalarissen, verhuurderheffing, veiligheid, energierekeningen. Desnoods haalt Rutte zijn grootste troefkaart uit de mouw: Nederland als best presterende economie van de westerse wereld. Kom daar maar eens overheen.

Of het genoeg zal zijn om door te kunnen? Segers (ChristenUnie), die eerder had laten weten zich geen coalitiepartner meer te voelen, toont zich vandaag bepaald geen scherpslijper. Ingewikkelder ligt het met D66. Jetten constateert al snel dat hij ‘de eerste twee uur niet bepaald hoopgevend’ vindt, en toont zich ook later soms ontevreden. Daar is nog werk aan de winkel.

Aparte vermelding verdienen de pogingen om Klaver te paaien. Eerst: ‘Ik zou dolgraag eens met de heer Klaver in een kabinet zitten’, wat adequaat door Klaver gepareerd werd met: ‘Dat treft, dat wil mevrouw Ploumen ook.’ Daarna, op het gênante af: ‘Ik vind u de hele dag al heel aardig.’

Misschien het enige moment waarop Rutte zijn werkelijke geestesgesteldheid toont, is als Jetten vraagt of Nederland zijn regeringsleider wil afvaardigen naar de komende biodiversiteitsconferentie in China. Als de agenda het toelaat, zegt Rutte, zal hij daar zeker naar kijken. Met andere woorden: hij verwacht eind oktober nog premier te zijn.

Hij mag dan geen terrein gewonnen hebben, er is vandaag ook niets verloren.

Meer over