ColumnSander Schimmelpenninck

Mark Rutte is een leider die zijn volk niet durft op te voeden, omdat hij weet dat hij datzelfde volk verwaarloost

null Beeld -
Beeld -
Sander Schimmelpenninck

Ze zei het echt, die hele gewone mevrouw uit Harskamp. De gevluchte Afghanen zouden ‘NSB’ers’ en ‘landverraders’ zijn. ‘Ze zijn niet eens zindelijk’, voegde haar man toe. Verslaggever Albert Heller van De Gelderlander ging vol ongeloof op zoek naar redelijkheid in de racistische meute, maar vond niets. Hij vroeg een ouder echtpaar tot twee keer toe of ze écht denken dat elke Afghaan een fout mens is, zo schrijft hij wanhopig. Het oudere echtpaar knikte tweemaal instemmend. ‘Allemaal oprotten.’

De mannen van Jiskefet bleken met hun Gelderse Volksleger-sketch maar weer eens een vooruitziende blik te hebben; op een steenworp van de Muur van Mussert heeft de provincie nu ook de Haat van Harskamp. En het waren er niet een páár, het waren er honderden. Het leek alsof niemand in Harskamp de oproerkraaiers wilde corrigeren. Geen voetbaltrainers, geen dominees, geen ouders. De ouders die er wél waren leken de jongeren te overtreffen in agressie.

Wilt u dit verhaal liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

In de verontwaardiging die volgt op xenofobische uitspattingen zijn er twee standaardreacties. De vergoeilijkers merken steevast op dat we hier te maken hebben met een megafoonminderheid en dat we toch vooral moeten kijken naar de meerderheid, die knuffels en kleding aan het inzamelen zou zijn. De geschokten constateren normvervaging en zien in het schaamteloze racisme de hand van twintig jaar extreemrechts in de Kamer. Beiden lijken me waar. De meerderheid van Nederland is fatsoenlijk, maar de minderheid die dat niet is, groeit, niet alleen in decibellen.

De manier waarop Mark Rutte over de rellen sprak was ontluisterend; hij veroordeelde niet wát de demonstranten riepen, maar hekelde slechts de plek waarop het protest plaatsvond. Weerzinwekkend racisme als logistiek probleem; of de Harskampers hun spandoeken met ‘Auschwitz open voor zwarten’ voortaan alleen op de daartoe aangewezen plek willen tonen. ‘Denk er nog eens over na’, suggereerde onze minister-president die zelf in 2016 rellende Turkse Nederlanders verzocht ‘op te pleuren’.

Nu kan ik me wéér verliezen in een tirade over de door de VVD gefaciliteerde normvervaging, maar misschien is het interessanter om eens hardop te filosoferen over de vraag waarom Rutte zo halfslachtig reageert. Is het electoraal opportunisme? Ziet hij racisten als zijn achterban? Of is er wat anders aan de hand?

Ik vermoed dat Rutte beseft dat zijn krediet bij de gewone man na de toeslagenaffaire op is. Dat hij niet meer geloofwaardig grenzen kan stellen bij mensen die al jaren rechts stemmen, omdat ze denken dat rechts voor orde en veiligheid zorgt. Mark Rutte is een leider die zijn volk niet durft op te voeden, omdat hij weet dat hij datzelfde volk verwaarloost. Als een vader die zijn kinderen verwent, uit schuldgevoel over zijn eigen falen als vader.

Wie grenzen wil stellen, moet geloofwaardig en consequent zijn. En dus kan Mark Rutte geen grenzen stellen. Want waarom worden grote groepen asielzoekers alleen in piepkleine dorpen als Oranje en Harskamp gehuisvest, en niet op de plekken waar onze politici wonen? Waarom jaagt onze politie op de mocromaffia, maar kunnen keurige advocaten en Tweede Kamerleden straffeloos hun cocaïne opsnuiven? Waarom komt Sywert weg met zelfverrijking, maar verdrinken mensen aan de onderkant in een moeras van aanmaningen en boetes? En waarom accepteren we dat werken minder loont dan rentenieren?

Nederland is een land van klassenjustitie, zonder dat het justitieel apparaat iets te verwijten valt. Wanneer Mark Rutte dáár in zijn volgende termijn als premier eens wat aan doet, hoeft hij zich voortaan niet meer te bezwaard te voelen om kwaadaardig racisme ondubbelzinnig te veroordelen, zoals het een minister-president betaamt.

Meer over