Marina, een meid in een inrichting (2,5 jaar later)

Bijna vijf jaar zit Marina (17) al in een jeugdinrichting. Toen we haar voor het eerst ontmoetten, was ze erg boos....

Op 22 maart 2004 en op 24 oktober 2005 ging deze rubriek over Marina. Zij was 12 jaar toen ze op straat een willekeurig meisje in elkaar sloeg. Het was niet de eerste keer dat ze zoiets deed. Dus besloot de kinderrechter haar de zwaarste sanctie op te leggen, die bij jongeren tot 18 jaar mogelijk is: plaatsing in een inrichting voor jeugdigen, de zogeheten PIJ-maatregel, een soort jeugd-tbs.

Een jaar.

Twee jaar.

Drie jaar.

Vier jaar.

Bijna vijf jaar later is het nu. En Marina zit nog altijd in een jeugdinrichting; nu die in Almere, maar ze heeft er vele vanbinnen gezien.

Toen we Marina voor het eerst bij de kinderrechter tegenkwamen, was ze net 15 geworden, ze was heel boos.

De rechter: ‘Je bent boos.’

Marina: ‘NEE, ik ben helemaal niet BOOS. Ik kom toch wel een keer vrij.’

‘Hoe gaat het?’

‘Heel slecht. Mijn verlof is afgepakt. En ik zit weer gesloten.’

‘Wat doe je de hele dag?’

‘Vervelen, niks doen.’

‘Hobby’s?’

‘Kan niet, omdat ik geen vrijheid heb. Het enige wat je kunt doen, is tv-kijken, muziek luisteren en tafeltennissen.’

‘En dat vind je niet leuk?’

‘Dat is niet leuk. Ik zit al sinds mijn 12de. Het wordt tijd dat ik naar huis ga.’

Marina droomde, van Amerika, van rapper worden, van de wereld die ze ging veroveren. Want als je 15 bent, durf je nog groots te dromen, zelfs al zit je al drie jaar op een kamertje in een jeugdinrichting. De rechters besloten dat Marina nog twee jaar moest worden behandeld, zoals dat in juridisch jargon heet. De PIJ-maatregel werd verlengd.

Anderhalf jaar later, najaar 2005, zat Marina (inmiddels 16) weer tegenover drie kinderrechters. Weer ging het over haar PIJ-maatregel. En weer was Marina boos.

De kleine opstandige meid met het vrolijk springende rastahaar bleek in achttien maanden tijd te zijn veranderd in een schuwe, introverte, bozig brommende en heel dikke jonge vrouw.

Komt door de antipsychotica, vergoelijkte de dame van de inrichting, die Marina begeleidde. Ze hoort stemmen, aldus diezelfde dame. Die maken haar bang. Wat wil je, een meid van 16 die merkt dat in haar hoofd opeens ook nog anderen wonen.

‘Kanker toch op, jullie leugenaars’, schreeuwde Marina tegen de rechters en tegen de officier van justitie. Want alles wat haar was beloofd, was een belofte gebleven. De rechters zouden met spoed een plek in een kleinschalige inrichting proberen te regelen. Want Marina, zo was wel duidelijk geworden, was alleen geholpen met veel persoonlijke aandacht.

Maar het ministerie van Justitie besliste anders. Marina moest op een wachtlijst. En een wachtlijst is een wachtlijst, ook als je 16 bent en al jaren van de ene naar de andere inrichting wordt gesleept.

Zo kwam Marina terecht in een kolos-instelling van 13 duizend vierkante meter beton, drie verdiepingen hoog, met 12 units en 140 andere jongeren. Een jungle, waarin Marina alleen kon overleven door terug te vallen op haar oerinstincten. Dus ging ze weer vechten. En schelden. ‘We hebben 3,5 jaar weggegooid’, concludeerde de officier van justitie in 2005. ‘Voor een meisje van 16 is dat ontzagwekkend lang.’

De moeder van Marina kon maar tot één conclusie komen. ‘Het is genoeg geweest.’ Al die jaren in een inrichting hadden haar kleine meid veranderd in een voor haar onherkenbare kleine meid. Met een zachte stem: ‘De problemen waren niet zo groot toen ze nog bij mij woonde.’

Maar de rechters konden Marina niet laten gaan. Ze zeiden het niet hardop, maar zolang Marina niet verandert, is ze ‘een gevaar voor de samenleving’. En dus werd de PIJ-maatregel opnieuw verlengd. Nu met een jaar.

Dat jaar is nu voorbij. En dus zit Marina weer tegenover drie kinderrechters. Ze lacht een mooie, grote lach. Ze kijkt naar haar moeder. Je voelt de band. Er is trots. Een PIJ-zitting is normaliter besloten. Maar Marina wil graag dat we erbij zijn. Want Marina leeft weer. Ze droomt weer, over Amerika. En ze rapt weer. Luister maar:

‘Mama, ik heb spijt van alle strijd / En de problemen die ik je heb gegeven. / Maar je moet mijn situatie begrijpen / Leven in de gevangenis, zo lang, is voor niemand goed. / Begrijp je me?’

Meer over