Margarita en Edwin op de divan

Lezers van de Volkskrant zijn niet erg scheutig met klachten over discutabele bronvermeldingen in de krant. Hoewel, kort geleden reageerden lezers verontwaardigd op een artikel over 'mediaprofessor' Henri Beunders....

Psycholoog R. Vernooy vond het portret van 'een niveau waarbij Privé of Weekend nog verbleken'. Volgens Vernooy was 'het psychiatriseren van mensen met een afwijkende mening een in de voormalige Sovjet-Unie gebruikelijke methode om mensen uit te schakelen en monddood te maken'. Hij verwijt auteur Sander van Walsum dat hij begint met 'suggestieve opmerkingen' van een anonieme psycholoog die - volgens Van Walsum 'veelzeggend' - het Handboek Psychopathologie ter lezing aanbeveelt.

Het artikel bevatte slechts twee met name genoemde bronnen: de Zuid-Afrikaanse psycholoog Leen Holdstock, verbonden aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, en de biografie van Dorine Hermans over Pieter van Vollenhoven: Burger aan het Hof. Met name over De Roy van Zuydewijn was kennelijk niemand bereid om met open vizier te praten. Het bleef bij 'een vroegere klasgenoot', een 'oud-lid van het Amsterdamsch Studenten Corps', 'zakelijke relaties', 'een oom'. . .

De Volkskrant besloot een profiel over Margarita en haar man te schrijven na het tv-interview met de prinses en na de opmerking van premier Balkenende dat het doopceel van de Roy van Zuydewijn was gelicht vanwege gewichtige belangen en de veiligheid van de staat'. Dat lijkt mij een gefundeerde beslissing. Maar dan moet zo'n portret, vind ik, ook op harde feiten berusten. Is het dan journalistiek zinvol om ook anonieme psychologen in een rondje zielenknijperij op te voeren? En wat is de relevantie van typeringen als 'Wij schoten met propjes, hij met krammetjes' wanneer het gaat om een volgens de Nederlandse regering potentieel 'staatsgevaarlijke' De Roy van Zuydewijn? Waren niet zwaarwegender feiten nodig geweest, met ook controleerbare bronnen?

Volgens Sander van Walsum 'gaf de voorgeschiedenis van de Margarita-kwestie aanleiding genoeg om psychologen op te voeren'. Daarbij had hij geen suggestieve bedoelingen: 'Het was aan de geraadpleegde psychologen of zij bij de duiding van de hofruzie een rol voor zichzelf weggelegd zagen.' Wat De Roy van Zuydewijn betreft benadrukt de auteur dat hij 'heel terughoudend' gebruik heeft gemaakt van de vele informatie die hij had vergaard. 'Als ik karaktermoord op De Roy van Zuydewijn had willen plegen, was ik daar ruimschoots toe in de gelegenheid geweest.' Zijn zegslieden waren, verzekert hij, 'opmerkelijk eensluidend in hun teneur'. Dat moge zo zijn, maar het heeft jammer genoeg niet geleid tot een portret dat in elk geval mij als ombudsman overtuigt.

Bij het artikel 'Debat wekt razernij Beatrix' van de Haagse redacteur van de Volkskrant Jan Hoedeman demonstreerden lezers eveneens ongeloof. 'Moet de lezer nu werkelijk geloven dat 'hofbronnen' dit zo gerapporteerd hebben aan Hoedeman?' schreef er eentje. Een ander: 'Dat is toch geheel oncontroleerbaar!' Deze lezers hebben geen ongelijk als zij zich dat afvragen. Maar in dit verhaal ging het om een belangrijk nieuwsfeit dat raakt aan de uiterst delicate relatie tussen het staatshoofd en de regering.

Het Stijlboek van de Volkskrant maakt voor dit soort situaties een duidelijke uitzondering op de regel dat anonieme zegslieden vermeden moeten worden. Zo moet de verkregen informatie door minstens twee bronnen en onafhankelijk van elkaar bevestigd worden. En er mag pas tot publicatie worden overgegaan na overleg met de hoofredactie.

Dat is bij het artikel 'Debat wekt razernij Beatrix' inderdaad gebeurd. Hoedeman heeft hoofdredacteur Pieter Broertjes tijdig geïnformeerd over wie zijn 'hofbronnen' waren en dat zij de verslaggever onafhankelijk van elkaar de feiten hadden verteld. Maar hoe kan de lézer dat nu weten? Ik zou zeggen: informeer hem in voorkomende gevallen waarom de Volkskrant haar bronnen helaas niet prijs kán geven.

Meer over