Marcus 4:25

Rome, Dit najaar gaan wij herdenken dat, twintig jaar geleden, het staatssocialisme ten onder ging: de Berlijnse Muur omver, de Unie van Socialistische Sovjet Republieken aan diggelen....

Het heeft iets onweerstaanbaar komisch, dat wij dat gaan doen in een jaar waarin de belangrijkste kapitalistische staten de ene bank na de andere nationaliseren. Zelfstandige banken gelden traditioneel als waarmerk van het kapitalisme, het nationaliseren van grote bedrijven als opvallendste ambitie van het staatssocialisme.

In Nederland worden op dit moment openbare nutsbedrijven verkocht, terwijl tezelfdertijd banken worden genationaliseerd. Economisch liberalisme en staatssocialisme zijn er in een amusante competitie verwikkeld: het staartje van de oude privatiseringsmode raakt de snuit van de thans hippe nationaliseringstrend.

Banken nationaliseren en de roekeloosheid van enkelen democratisch distribueren over allen, het zal toch niet gebeuren omdat de Staat der Nederlanden alvast een voorschot wil nemen op de herdenkingen van komende herfst? Het Staatsbedrijf der ABN Amro en de Collectieve Calamiteiten van ING als verlate monumenten voor Vladimir Iljitsj Lenin?

Het verwaarloosde begrip ‘kolchoze’ dringt zich op.

Ja, ik ken de lusteloze redenering: de staat koopt banken om die, als het met een jaar of wat weer beter gaat met de economie, weer te verkopen. Met winst: onze minister van Financiën, Wouter Bos, weet het zeker.

Ik ben dol op diens zekerheden. Een paar weken geleden wist hij nog zeker dat de robuuste Nederlandse economie bestand was tegen zo’n financiële crisis.

Aan die zekerheid maakten de kabbalisten van het Centraal Planbureau verleden week ruwelijk een eind. We boeren achteruit, en hard ook. Jammer dat de minister dat niet eerder had ingezien, maar ‘nieuwe feiten’, snapt u?

En het idee is, dat nieuwe feiten zich voor die bankroete banken niet zullen voordoen. Denkt Wouter Bos. Gokt Wouter Bos. Hoopt Wouter Bos. Bidt Wouter Bos.

Geen keus, is de redenering: als je die gammele banken niet helpt, valt het financiële verkeer stil. En als zij omvallen, zijn de rekeninghouders de sigaar.

Wereldwijd vele honderden miljarden staatssteun verder ligt het financiële verkeer echter nog altijd stil en houdt iedereen zijn hart nog steeds vast. Hoeveel banken moeten er genationaliseerd worden en hoeveel vergiftigde pakketten financiële investeringen overgenomen voordat dat verkeer weer op gang komt?

Maar, inderdaad, de rekeninghouders zijn vooralsnog met de schrik vrij. Alleen hun kinderen niet – en hun kleinkinderen evenmin. Want die draaien op voor die miljarden als de jofele winstverwachting voor die banken straks toch een illusie blijkt te zijn geweest. Heeft iemand al eens uitgerekend wat die hele grappenmakerij per belastingplichtig hoofd gaat kosten? Er is een tijd geweest dat ouders hun kinderen erfenissen met batig saldo nalieten. Er kan een tijd komen waarin die louter uit rekeningen bestaan.

Hoe zou het trouwens met de bankiers zijn, die nog niet in de steun zitten – de ‘koelakken’ onder hen zal ik maar zeggen? Krijgen die niet het idee dat ze genaaid worden of ten minste slachtoffer zijn van wel buitengewoon oneerlijke concurrentie? Waar is de Mededingingsautoriteit gebleven, die tot voor zeer kort telkens zo fel kon uitleggen dat de vrije markt in gevaar was?

De principes van gisteren leggen het subiet af tegen de paniek van vandaag.

Herinnert iemand zich nog met hoeveel bombarie en gemarineerd in maatschappelijke verontwaardiging vier jaar terug de ‘Balkenendenorm’ werd geïntroduceerd? Het inkomen van wie een publieke instelling ging leiden werd gerelateerd aan het inkomen van de minister-president: de hoogte daarvan was de limiet. Daar is zelfs een wet voor gemaakt, de Wet Openbaarmaking uit Publieke middelen gefinancierde Topinkomens (WOPT).

Niet zodra koopt de staat echter een bank, of die norm blijkt een wassen neus en die wet even niet van toepassing: Gerrit Zalm, de interim-directeur van het nieuwe staatsbedrijf, krijgt zes keer zoveel voor zijn inspanningen; over bonussen wordt nog gesproken.

Je zou haast vermoeden dat het de inbreng van de ChristenUnie in het crisisbeleid is, gehoorzaam aan het Evangelie van Marcus 4: 25 (‘Want zoo wie heeft, dien zal gegeven worden; en wie niet heeft, van dien zal genomen worden, ook wat hij heeft.’) De opvallendste verdienste op het cv van betrokkene is trouwens dat hij er in slaagde om, als minister van Financiën, in tijden van exorbitante economische groei de overheidsfinanciën op orde te houden. Hij wist toen, bij spookachtig toenemende fiscale inkomsten, zelfs iets te sparen. Het nieuws over zijn weinig galante inkomenseisen kwam naar buiten daags voordat de regering de werknemers verzocht de komende jaren even pas op de plaats te maken met de hunne.

Het heeft iets hilarisch.

Nog zoiets, de Europese financieel-economische top in Berlijn, dit weekeinde. Daar spraken de regeringsleiders af, dat zij ervoor zullen waken protectionistische maatregelen te nemen – na weken van koortsachtig ingrijpen in het eigen bankwezen, de automobiel-industrie en de vliegtuigbouw. Dat zijn geen economische afspraken, maar politieke: ze zullen aanstonds blijken te gelden tot de dag van de Europese Verkiezingen, eerste week juni. Zij werden gemaakt om de slechte zin van de Europeanen over Europa niet nog beroerder te maken. Na 7 juni gaan wij zien hoe hard zij zijn.

Ik gok: net zo hard als de Nederlandse gehechtheid aan het stabiliteitspact, de afspraak dat de EU-lidstaten hun begrotingstekort nooit hoger zouden laten oplopen dan tot 3 procent. Wij waren bij de architecten van dat pact en stugge voorstanders van handhaving. Maar de komende paar jaar komt dat ons even niet uit.

Het schijnt bij deze crisis in de kern om een gebrek aan vertrouwen te gaan.

Meer over