Manusama's ideaal was onwankelbaar

Tot aan zijn dood geloofde president-zonder-land Manusama dat de zelfstandigheid van de Molukken ooit een feit zou zijn. Echter, onder zijn leiding verschrompelde de in 1950 zo heldhaftig begonnen onafhandelijkheidsstrijd tot niet meer dan een ideaal....

TOT HET laatst was er dat onwankelbare geloof, de overtuiging dat het RMS-ideaal ooit nog zou worden verwezenlijkt. Niet onder zijn presidentschap natuurlijk, zo realistisch was hij onderhand wel geworden. 'Het zal er eens van komen, eens worden we onafhankelijk', zei ir J. Manusama in 1991, nog geen twee jaar voor zijn terugtreden. 'Kijk maar naar de Baltische staten.' Gisternacht overleed hij, 85 jaar oud.

Het was de tragiek van een leider zonder land: de bejaarde president-in-ballingschap kon alleen nog maar dromen van de wedergeboorte van de Republik Maluku Selatan (RMS). 'Of ik het goed of slecht heb gedaan', zo sprak hij bij zijn afscheid, 'laat ik over aan het oordeel van anderen.'

Voor sommige Molukkers zal Johan Alvarez Manusama (1910) misschien herinnerd blijven als de man die de RMS-strijd, ondanks alles , in leven probeerde te houden.

Voor veel anderen, met name de jongeren, zal hij echter vooral de geschiedenis ingaan als het symbool van de Molukse onmacht. De onafhankelijkheidsstrijd die in 1950 nog zo heldhaftig was begonnen door de eerste RMS-president Soumokil, was onder zijn leiding toch verschrompeld tot niet meer dan een ideaal? Een lange droom, zonder enig uitzicht op verwezenlijking daarvan.

De architectenzoon Manusama, geboren op Borneo, groeide op in Batavia (Java). Pas in 1947 - hij was inmiddels leraar wiskunde - zou hij voor het eerst Molukse bodem betreden. De eilanden maakten toen een diepe indruk op hem. Drie jaar later, na de proclamatie van de RMS die hij diende als minister van Defensie, moest hij er weer weg.

De Molukse opstand was toen hardhandig door de Indonesiërs neergeslagen, en de leiders vluchtten naar Ceram. Indonesië begon met een blokkade van de eilanden. Manusama, die door Soumokil voor een diplomatieke missie naar (Nederlands) Nieuw-Guinea werd gestuurd, glipte in een vissersboot door de omsingeling. 'Ik heb tegen mijn vrouw gezegd: onze Lieve Heer heeft nog iets met mij voor. Mijn tijd is nog niet gekomen', zo vertelde hij twee jaar geleden in de Volkskrant over zijn ontsnapping.

In 1953 werd Manusama uiteindelijk in Nederland toegelaten, onder de voorwaarde dat hij zich politiek niet zou roeren. Dertien jaar later, na de executie van de al snel gearresteerde Soumokil door de Indonesiërs, was het voor veel Molukkers in ballingschap niet meer dan logisch dat hij het nieuwe staatshoofd zou worden.

Het leiderschap van de zachtaardige president zou pas medio jaren zeventig echt op de proef worden gesteld. Het was de tijd van de treinkapingen (1975, 1977), de periode waarin duidelijk werd hoe groot de opgekropte woede was van de Molukse jongeren. Kon Manusama tijdens de kaping bij Wijster nog redelijk praten met de kapers, twee jaar later moesten ze niets meer van hem hebben.

Zijn uitspraken dat het niet 'zijn jongens' waren, zetten veel kwaad bloed onder de Molukkers. 'Die actie keurde ik af, terwijl de Molukse gemeenschap de neiging heeft alles goed te praten', verklaarde hij in 1991 in een interview met Het Parool. 'Die tweede kaping bij Bovensmilde in 1977 was in wezen gericht tegen mij. Ze wilden dat ik wegging, ik zou een handlanger van de Nederlandse regering zijn. Het was verdrietig, die jongens hebben zich opgeofferd op de verkeerde manier.'

'Joop' Manusama overleefde die moeilijke tijd èn de jaren tachtig in belangrijke mate, omdat er geen reëel alternatief voor hem was. De RMS was nu eenmaal Manusama. Dat hij nooit echt veel contacten had met de gewone mensen, niet veel in de Molukse wijken verscheen en het Ambonees slecht beheerste, nam men op de koop toe.

'Ze kennen mij wel, ik ken hen niet. Er is altijd afstand geweest tussen het volk en mijn persoon.' Op 12 april 1993, na zevenentwintig jaar de Vrije Republiek der Zuid-Molukken gediend te hebben, droeg hij op emotionele wijze de fakkel over aan de man die hem jarenlang trouw was gebleven, dr F. Tutuhatunewa. Hij was toen 82 jaar, vermoeid en verlost van een haast onmogelijke opdracht.

De president die nooit echt president kon zijn, speelde toen met de gedachte Ambon te bezoeken. Terug naar zijn huis, zeventig meter boven zee. 'Misschien word ik nog wel eens zo gek die poging te wagen.' Maar ook die droom heeft hij nooit kunnen verwezenlijken.

Stieven Ramdharie

Meer over