Man van het jaar

Als onvermoeibare en alom aanwezige voorvechter weet MAX-directeur Jan Slagter de imagoslag toch niet te winnen.

Hij heeft er met hart en ziel voor gestreden, maar nu kan de clubprijs hem niet meer ontgaan: Jan Slagter, de onvermoeibare baas van omroep MAX, zal spoedig worden uitgeroepen tot Omroepman (m/v) van het jaar.


Afgelopen weken was hij weer niet van het scherm te slaan. 's Ochtends even Memory'en met blikken sperziebonen in de MAX Geheugentrainer, dan de post afhandelen, 's middags lunchen met Martine Bijl of Anneke Grönloh, vergaderen over het bloemencorso te Zundert en complimenten retweeten. 's Avonds terug naar de studio voor om het even wie: Twee dingen (een eigen radioprogramma), Debat op 2, Pauw & Witteman.


Slagter toonde zich daarin de onvermoeibare voorvechter van de publieke omroep. Althans: de publieke omroep as we know it, want in wezen was hij vooral de voorvechter van de status quo, waarin alles moest blijven zoals het is. Aan zijn zijde vond hij NPO-baas Henk Hagoort en VPRO-man Lennart van der Meulen, maar verder hielden omroepbonzen zich opmerkelijk verscholen achter de kastanjebomen op het Mediapark.


Hoezeer de inzet van Slagter c.s. ook valt te prijzen, geslaagde pr-strategen zijn ze niet. Het sentiment jegens de publieke omroep is fors veranderd. Mede door een jarenlange, tamelijk succesvolle campagne van De Telegraaf, die voortdrijvend op de golven van het fortuynisme hele voorpagina's inruimde voor de salarissen van enkele presentatoren. De oude PO-vriend de PvdA is inmiddels gegijzeld door de VVD: het regeerakkoord werd niet opengebroken.


Kennelijk spreekt de waarde van de huidige publieke omroep niet meer vanzelf voor veel kijkers. Zonde, want een goede publieke omroep is het kapitaal van de samenleving. Maar wat is 'een goede publieke omroep'? Kennelijk niet de huidige. Die hecht aan Lingo, Frans Bauer en voetbal op primetime, en plaatst mooie, zinvolle documentaires tegen middernacht. 'Breed en voor iedereen', heet dat.


Terwijl Slagter en Hagoort het doemscenario schetsten dat nu Jan Smits De zomer voorbij of Het Familiediner verloren dreigen te gaan, vraagt een fors deel van de kijkers zich af hoe erg dat eigenlijk is. Als het al waar is, want over de keuzen die gemaakt moeten worden valt nog lang te discussiëren.


Daarbij kampte de publieke omroep deze weken met een ander, ingebakken, imagoprobleem: de journalistieke attitude. In de ijver om de bezuiniging op de omroep tot belangrijkste kwestie te bombarderen, schoot de omroepjournalistiek in een ongemakkelijke spagaat. Lennart van der Meulen die in het middagprogramma Studio MAX Live onweersproken (nee: zelfs aangemoedigd door presentator Frank du Mosch) zijn zegje mocht doen, dat riekte al snel naar actiejournalistiek.


Vaker was het omgekeerde te zien: uit angst voor het verwijt van actiejournalistiek kregen de Slagters het soms onevenredig zwaar te verduren. Afgelopen woensdagavond had Jan Slagter er al 'zo'n dertig, veertig interviews' op zitten, zei hij in Pauw & Witteman. Daar stuitte hij op een muur van wantrouwen. De politieke strijd had hij al verloren: het hopen was nu nog op uitstel van de laatste bezuiniging van 100 miljoen.


De imagoslag had hij ook al niet weten te winnen. Of Slagter met zijn reclamespotjes en talloze optredens niet meer verzet had opgeroepen dan steun had verworven, vroeg Witteman naar de bekende weg. Pauw verweet hem 'een wijdvertakte omroeporganisatie intact te houden' om bij bezuinigingen maar programma's te offeren.


Klopte natuurlijk niets van, vond Slagter, maar intussen erkende hij wel dat critici soms een punt hadden: hij noemde de salarissen en de vraag 'Moeten we dit of dat wel uitzenden?'. Hij wilde dan ook 'het land in' om de discussie aan te gaan met 'gewone mensen'. Want die zag je nooit op tv, klaagde hij: je zag alleen maar hem.


Dat was de tragiek van de omroepman van het jaar: gewonnen en toch verloren.

Meer over