Man van de bank

Het zijn net mensen, de mannen die de banken te gronde richtten, aldus Kevin Spacey. In crisisfilm Margin Call is hij er zelf één. 'Bankiers afschuwelijke, hebzuchtige mensen noemen, is luie journalistiek.'

'Het is geen geschiedenisles, deze film. Het gebeurt nu.' Toen Margin Call op 20 oktober in Amerika in première ging, domineerden vragen over de Occupy Wall Street-protesten de televisiereportages vanaf de rode loper. Kevin Spacey, een van de hoofdrolspelers van de ensemblefilm die losjes gebaseerd werd op de val van investeringsbank Lehman Brothers, zei daarover: 'Dit is ofwel fantastische timing, of het heeft geen enkel effect op het succes van de film.'

Hoe dan ook: de timing is beter dan het moment dat de film langs de filmfestivals reisde. In januari was Margin Call voor het eerst te zien tijdens het Sundance Festival; in februari was het een van de kanshebbers op de Gouden Beer in Berlijn. Een zelfverzekerd debuut, was toen de consensus, gespeeld door een topcast. Maar zou het publiek zitten te wachten op een film over bankiers en de Amerikaanse financiële crisis van 2008? Je zou het bijna vergeten: op dat moment leken de schulden van Griekenland nog oplosbaar; geen Occupy-kampeerder had zijn tent nog van zolder gehaald.

Wat toen gedateerd aanvoelde, is nu actueler dan ooit. Aan de ene kant laat Margin Call zien hoe arrogantie, ijdelheid, zelfbescherming en hebzucht regeerden in de kantoren op Wall Street. Aan de andere kant richt regisseur J.C. Chandor zich op een vergeten groep mensen, de bankiers die onder de kwade geniën met hun topsalarissen werken.

Hij laat zien hoe zij werden opgeslokt door een systeem dat zij zelf hebben helpen ontwikkelen. Zonder hun acties overigens een moment te vergoelijken.

Tweevoudig Oscar-winnaar Spacey (The Usual Suspects, American Beauty) kent dat soort types goed. Sinds hij in 2003 artistiek directeur werd van The Old Vic, een van Londens oudste theaters, verkeert hij vaker in bankierskringen dan op filmsets. 'Zo'n 70 procent van mijn tijd moet ik dit soort mensen overtuigen dat ze me een zak geld moeten geven.'

In Margin Call speelt hij een van hen: een oude, vermoeide chef ergens in het midden van de machtsstructuur. Een die via ondergeschikten te horen krijgt over een financiële ramp van apocalyptische proporties die het bedrijf te wachten staat, en die boodschap moet doorgeven aan zijn bazen. Zijn vertolking werd in de Amerikaanse media al herhaaldelijk zijn beste werk sinds American Beauty (1999) genoemd.

Dat Chandor geen reconstructie maakte, maar zich richtte op het persoonlijke drama voor de mensen in de financiële wereld, trok Spacey vooral aan, vertelde hij tijdens een kleine persconferentie in Berlijn. 'Niets is zwart-wit. Sam Rogers is een man die geen zillions verdient. Hij is al 34 jaar in dienst bij het bedrijf en heeft daardoor een zekere loyaliteit. Maar hij had ook al een aantal keer gewaarschuwd dat de bubble zou gaan barsten.'

'Ik heb veel van dat soort mannen ontmoet, in gelijksoortige posities en ik vroeg ze hoe dat was. Hoe het is om iets te doen waarvan je weet dat het fundamenteel fout is, iets dat je bedrijf en je eigen reputatie zou vernietigen. En ze zuchtten diep en zeiden: ik haatte ze, ik was woest op mijn baas, ik kon niet geloven in welke positie ze me gedrukt hadden. Maar tegelijkertijd: ze zouden het toch doen, met of zonder mij. En ik heb een hypotheek, ik heb kinderen, wat kon ik doen?'

'Dat moet toch voor iedereen herkenbaar zijn?', vraagt Spacey aan de verzamelde pers. 'Jullie hebben vast ook eindredacteuren die je dingen vragen die je niet wilt? De vraag is: hoe ga je daarmee om? Het is zo makkelijk om iedereen op een hoop te vegen en te zeggen: bankiers zijn afschuwelijke, hebzuchtige mensen. Dat is luie journalistiek. En dat is waarom ik van acteren houd: het dwingt je de positie van iemand anders in te nemen.'

Het was Spacey die het zieltogende project weer leven in wist te blazen. Financiers en andere acteurs waren makkelijker te benaderen toen hij ja had gezegd. Hij kwam dagen eerder op de set dan nodig was, het script al uitgewerkt op handgeschreven kaartjes - een informele kennismakingsborrel veranderde hij meteen in een werkoverleg. Hij liep stad en land af voor een goede pruik, kwam zo'n 8 kilo aan, bedacht het juiste loopje, las boeken vol 'wobbly gobbly'-jargon en sprak met talloze bankiers van bijvoorbeeld CityBank.

Half werk, daar doet hij niet aan - hoe druk hij het ook heeft met The Old Vic. Als hij tegenwoordig opduikt in een film, heeft hij dat zorgvuldig gepland. Nu bijvoorbeeld, staat hij als Richard III op het toneel, onder de regie van Sam Mendes. Dan is hij dus negen maanden niet beschikbaar. 'Al zou David Lean opstaan uit de dood, dan nog zou ik niet met hem kunnen werken.'

Zijn filmsterrenstatus helpt bij fondsenwerving, weet hij. Daarom zet hij die ook in voor lobbywerk voor de kleinere spelers die ongenadig zijn getroffen door de bezuinigingen. 'Ik realiseer me dat mensen wel met mij uit eten willen, en misschien niet met de directeur van een klein theater.'

Zo grijpt Spacey ook de minipersconferentie aan als middel om zijn boodschap te verkondigen. Hij houdt een vlammend betoog over het nut van belastingvoordelen, rekent voor hoeveel economische voordelen kunst en cultuur wel degelijk hebben. 'Weet je wat de grootste toeristische attractie is van Amerika? Broadway!' Hij bepleit dat er goedkope kaartjes moeten komen voor de jeugd om ervoor te zorgen dat theater net zo zeer deel uit gaat maken van hun leven als film en televisie. Steden zijn opgebouwd uit stenen en cement, zegt hij. 'Cultuur geeft ze hun hart en hun ziel.'

Dat is niet alleen lobbywerk. Het gaat hem aan het hart; de wortels van zijn succes liggen bovendien in het theater. Uitgebreid roemt hij zijn mentor Joseph Papp, de man die het New York Shakespeare Festival en het Public Theater oprichtte, musicals als Dreamgirls produceerde, en acteurs ontdekte als Meryl Streep. Spacey begon zijn loopbaan als diens assistent en keek af hoe hij geld wist binnen te halen, met mensen werkte, benadrukte dat het theater van de mensen moest zijn. Maar Papp hielp Spaceys carrière definitief op weg door hem te ontslaan, nadat hij hem stiekem was gaan bekijken in een toneelstuk dat opgevoerd werd ergens achteraf in een dansstudio.

'Zo'n salaris is natuurlijk comfortabel', zei Papp hem. 'Maar in het theater zag ik een acteur.'

Spacey: 'Vier maanden later zaten hij en zijn vrouw op de eerste rij bij mijn eerste Broadway-voorstelling. En ik ben hem nog altijd dankbaar voor alles wat hij voor me heeft gedaan.'

Margin Call wordt vertoond tijdens de Amsterdam Film Week. De film is vanaf 10 november in de rest van het land te zien.

Inspiratie in eigen huis

De vader van scenarist en regisseur J.C. Chandor (foto links) werkte veertig jaar voor Merrill Lynch en weet daarom de financiële wereld realistisch te schetsen. Toch was dat niet de directe aanleiding om zijn debuutfilm in die arena te situeren. 'Ik had zelf wat vastgoedprobleempjes.'

Nadat een film werd afgeblazen en hij werkloos thuis zat met zijn vrouw en een baby van 2 maanden, besloot hij met een groep vrienden in 2006 een opknappand te kopen in New York. Toen projectontwikkelaars interesse begonnen te tonen, adviseerde een oom van een van hen, 'a very senior banker person', het groepje dringend een aanbod aan te nemen - al zou het betekenen dat ze wat geld zouden verliezen. Ze luisterden en anderhalf jaar later stortte de huizenmarkt in. 'Dat bleef in mijn hoofd zitten. Wat wist hij op dat moment? En hoe is het om een jaar, twee jaar met die kennis rond te lopen?'

Amsterdam Film Week

Margin Call is te zien tijdens de Amsterdam Film Week. Nog een filmfestival? De filmweek denkt een niche te hebben gevonden: het festival richt zich op prijswinnende films. Dat zijn films die op toonaangevende internationale filmfestivals de prijzen wonnen, maar ook 'toegankelijke kwaliteitsfilms' waar de winnaars van het komend filmseizoen tussen kunnen zitten.

Dinsdag opende het festival met Roman Polanski's Carnage. Verder is bijvoorbeeld Cannes-winnaar The Tree of Life nog te zien, en Oscar-winnaar The King's Speech. Ook zijn er previews van The Wistleblower en We Need to Talk About Kevin. De derde en laatste Amerikaanse remake van een serie Theo van Gogh-films, Somewhere Tonight, beleeft zijn Nederlandse première.

Het festival heeft een samenwerking met het prestigieuze Tribeca Film Festival: vijf van de beste films die daar te zien waren, worden vertoond rondom het Leidseplein. Thuisblijvers kunnen deze films tijdelijk zien via UPC-on-demand.

undefined

Meer over