Mag het iets meer zijn, meneer de voorzitter?

WELBESCHOUWD had Wim Kok begin deze week in zijn Den Uyl-lezing niet bijster veel te vertellen. Dat was te verwachten en is ook helemaal niet erg, maar wel een feit....

ARNOLD KOPER

Bram de Swaan, die hem bij deze Den Uyl-lezing introduceerde, karakteriseerde de partijleider als een typische voorzittersfiguur. Zo is het. Eerst presideerde hij over het NVV, later over de FNV, vervolgens was de PvdA-fractie aan de beurt en nu zwaait Kok met de voorzittershamer in Trêveszaal.

Er zijn natuurlijk uitzonderingen op de regel. Maar doorgaans zijn voorzitters betrekkelijk behoudende mensen die nadat de verhoudingen zijn uitgekristalliseerd, conclusies trekken waarin alle betrokkenen zich wel kunnen vinden.

Dat is precies wat Kok deed. 'Het afschudden van oude ideologische veren is voor een politieke partij als de onze niet alleen een probleem, maar in bepaalde opzichten ook een bevrijdende ervaring', zei hij bijvoorbeeld. Dat is een uitspraak die aan het begin van de jaren tachtig wellicht nog enig opzien had kunnen baren. In de jaren zestig en zeventig was er immers sprake van een revival van de socialistische ideologie die zijn weerklank vond in het beginselprogramma van de PvdA uit 1977.

Maar sindsdien is het socialisme als alternatief maatschappelijk stelsel al vele malen dood verklaard en begraven. Door Paul Kalma in diens Socialisme op sterk water, waarnaar Kok dan ook in lovende zin verwees. Dat is prettig voor Kalma, tegenwoordig een links criticus van het kabinetsbeleid. Hij wordt door de partijleider kennelijk uiterst serieus genomen. Maar overigens is Koks afscheid van het socialisme toch niet meer dan een samenvatting van het voorafgaande.

De Partij van de Arbeid moet het in het midden zoeken, ging de partijleider verder. Ook dat is een uitspraak met een hoog open-deurgehalte. Zonder verworteling met, ja steun van het brede maatschappelijke midden komt elke grote partij in de marge terecht. En zonder steun van diezelfde middengroepen is ook de brede verzorgingsstaat ten dode opgeschreven.

Niettemin sneed Kok op dit punt een paar problemen aan die nadere uitwerking verdienen. Zo stelde hij vast dat 'het wegvallen van vertrouwde kaders, internationaal (globalisering) en in eigen land - of het nu zijn de politieke partijen, traditionele samenlevingsvormen, de kerk, levenslange baangaranties (...) bij brede lagen van de bevolking tot gevoelens van onzekerheid leidt'.

Van de weeromstuit ontstaat daardoor alom een behoefte aan richting en zingeving, aldus Kok. En daarin heeft hij gelijk. Zoals hij ook gelijk heeft met de vaststelling dat dit zou moeten leiden tot pogingen om de burgers 'weer te betrekken bij de publieke zaak en een nieuwe verantwoordelijkheid te geven bij het beheer en de invulling van het publieke domein'.

Wat dat precies betekent, blijft helaas in het vage. Doelt de partijleider hier op het ook in eigen kring bepaald niet onomstreden referendum? Of bedoelt hij toch vooral dat de politieke partijen en de overheid zich krachtiger moeten manifesteren? Dat laatste is waarschijnlijker. Elders in zijn verhaal betoogt hij immers dat 'de politiek zich in het hart van het publieke debat moet ophouden en over de eigen instituties heen de samenbindende elementen in de samenleving moet (her)definiëren'. Andermaal is de vraag natuurlijk, hoe doe je dat?

Koks antwoord gaat drie richtingen uit. De al jarenlang slepende discussie over de bestuurlijke indeling van Nederland 'met decentralisatie en nieuwe provincies als leidraad', moet 'tot een heldere en voor de burger verduidelijkende conclusie worden gebracht'.

Het normen en waardendebat dient serieus te worden genomen. Omdat we steeds dichter op elkaar komen te leven, en elkaar daarbij steeds vaker in de weg zitten, is er behoefte 'aan herijking van de regels voor het samenleven'.

Ten slotte riep hij zijn partijgenoten op tot een 'onorthodoxe zoektocht' naar de optimale inrichting en omvang van een gemoderniseerde publieke sector. Doelmatigheid en een zorgvuldige afweging tussen rechten en plichten zijn daarbij de doelen. Verzelfstandiging, privatisering en decentralisatie de middelen. Omdat die 'kunnen dwingen tot een marktconforme en efficiënte bedrijfsvoering, ook waar de overheid bepaalde normen, prestaties en doelstellingen voor blijft schrijven'.

Dat is inderdaad de koers van Koks eigen paarse kabinet en daar is vanuit het gezichtspunt van de efficiency misschien niets op tegen. Maar dat de verzelfstandiging van de Spoorwegen, de privatisering van de Ziektewet (en wellicht straks ook van de WAO) een bijdrage leveren aan het betrekken van de burgers bij de publieke zaak, valt moeilijk vol te houden. Het wezen van de privatiserings- en verzelfstandigingsoperaties is nu juist dat bedrijven of verzorgingsarrangementen aan de publieke sector worden onttrokken. Dat leidt per definitie al tot minder invloed van de overheid, laat staan dat de burgers door zulke operaties meer bij 'het beheer en de inrichting van het publieke domein' betrokken zouden raken.

Koks lezing is alom geïnterpreteerd en zeker ook bedoeld als pleidooi voor een activerende en sterke overheid tegenover de minimale staat van de liberalen. Daartegenover moet volgens hem een andere, 'noem het sociaal-democratische visie' worden gesteld van 'een actieve publieke sector die zich al naar gelang van de omstandigheden op vele terreinen mag bewegen'.

Nu is het nog maar de vraag of die algemene formulering niet ook door andere partijen kan worden onderschreven. Het CDA zal er geen enkele moeite mee hebben en Bolkestein waarschijnlijk al evenmin. Alles komt met andere woorden op de uitwerking van die gedachte aan, maar daarin schiet Koks betoog nu juist te kort. Waar hij niet vaag is, put zijn verhaal veeleer uit liberale opvattingen over de collectieve sector en de staat (afslanken, privatiseren, decentraliseren) dan uit het traditionele gedachtengoed van de PvdA.

Deels onbedoeld toont Kok zo twee dingen aan. Het liberale gedachtengoed is buitengewoon dominant. De PvdA slaagt er vooralsnog niet in daar een eigen scherp omlijnde visie tegenover te plaatsen. Dat wil uiteraard niet zeggen dat er in de praktische politiek geen levensgrote verschillen tussen socialisten, pardon sociaal-democraten, en liberalen meer zouden bestaan. Maar waar het om de theorie en de beginselen gaat, heeft de PvdA sinds het afscheid van het socialisme niet veel bieden.

Koks betoog bevat werkelijk geen gedachte waaraan andere partijen aanstoot kunnen nemen. Dat is intellectueel teleurstellend en weinig visionair. Maar misschien komt hij als voorzitter van Nederland juist daardoor des te beter uit de verf.

Meer over