Interview

Maffia-aanklager Nicola Gratteri: ‘De Nederlandse wet is niet streng genoeg voor de criminele realiteit’

Italianen zien het oplaaiende criminele geweld in Nederland met lede ogen aan. Door de focus op losse misdrijven blijven de organisaties erachter buiten schot, waarschuwen twee experts.

Maffialid Giovanni Brusca in 1996 na zijn arrestatie voor de moord op onderzoeksrechter Giovanni Falcone. Beeld Tony Gentile / Reuters
Maffialid Giovanni Brusca in 1996 na zijn arrestatie voor de moord op onderzoeksrechter Giovanni Falcone.Beeld Tony Gentile / Reuters

Al sinds 1989 wordt Nicola Gratteri zwaar beveiligd. Het is ‘een leven in gevangenschap’, verzucht de openbaar aanklager uit Catanzaro, Calabrië, aan de telefoon. In Italië is persoonlijke beveiliging bijna dertig jaar na de aanslagen op onderzoeksrechters Giovanni Falcone en Paolo Borsellino nog altijd de dagelijkse realiteit voor vier- tot vijfhonderd magistraten en journalisten. Het wekt bij Italianen dan ook grote verbazing dat in Nederland een journalist op de dodenlijst van de georganiseerde misdaad zonder beveiliging over straat wandelt.

Het verrast Gratteri daarentegen niet dat het criminele geweld hier de laatste tijd zo hoog oplaait. ‘De Nederlandse wet’, zegt hij stellig, ‘is niet streng genoeg voor de criminele realiteit.’ De internationale dimensie en de financiële belangen zijn immens, waardoor ook Noord-Europa nu kennismaakt met de nietsontziendheid die Italië al veel langer kent.

Megaproces tegen ’Ndrangheta

De 62-jarige Gratteri behoort tot de belangrijkste Italiaanse maffiabestrijders. Hij is aanklager in het megaproces tegen meer dan vierhonderd leden van de Calabrese maffia ’Ndrangheta, dat in januari begon. Het is het grootste antimaffiaproces sinds de tijd van Falcone en Borsellino en zal naar verwachting nog jaren duren. Al decennia waarschuwt hij voor de aanwezigheid in de Rotterdamse haven van de ’Ndrangheta, die de potentiële straffen op drugsbezit hier een lachertje vindt vergeleken met Italië. Hij is auteur van meerdere boeken en bij de Europese Commissie een veelgevraagd expert over georganiseerde misdaad. ‘Maar er gebeurt niets mee.’

De ’Ndrangheta is een van de grootste cocaïne-importeurs van Europa en doet in Rotterdam en Antwerpen graag zaken met lokale groepen, zoals de zogenoemde mocromaffia, die bijvoorbeeld de logistiek van de verdere verspreiding regelt. De verhoudingen tussen de verschillende groepen liggen minder vast dan in Italië, zegt Gratteri. De geweldsuitbarstingen van de laatste jaren interpreteert hij vooral als onderling spierballenvertoon.

Machtsvertoon cosa nostra

In Italië schiet de maffia tegenwoordig niet meer, luidt een bekend cliché. Zeker gezien alle beveiliging die nog nodig wordt geacht, is dat wat overdreven. Maar aanslagen op rechters of journalisten zijn sinds Falcone en Borsellino inderdaad uitgebleven. Maffiosi houden zich liever uit de spotlights, terwijl ze hun met cocaïne verdiende geld witwassen in Noord-Europa.

De moorden op Falcone en Borsellino, die de Siciliaanse maffiatop hard aanpakten, vormden daarin een keerpunt. Het machtsvertoon van de cosa nostra schudde Italië ruw wakker. Eerst blies de clan de snelweg bij Palermo onder Falcone en zijn politie-escorte vandaan met honderden kilo’s springstof. Twee maanden later werd Borsellino gedood door een autobom na een zondagmiddagbezoekje aan zijn moeder. Bij de aanslagen kwamen behalve de aanklagers zelf nog negen mensen om.

De Siciliaanse maffia deinst nergens meer voor terug, begrepen de Italianen toen ze de tv-beelden zagen van de snelweg in puin en de compleet verwoeste parkeerplaats. Ook de overheid vatte de moorden op als een oorlogsverklaring en stuurde het leger met achtduizend man sterk naar het eiland.

Antimaffiawet

Tegelijkertijd scherpte het parlement de bestaande antimaffiawet, die een speciaal gevangenisregime van totale afzondering oplegt aan maffiosi, verder aan. ‘Zo’n wet zou heel Europa moeten hebben’, vindt Gratteri, die zich erover beklaagt dat de strengheid, door tussenkomst van het Europees Hof en na aandringen van mensenrechtenorganisaties, in de loop der jaren is afgezwakt.

Het wetsartikel (‘41-bis’) werd in de jaren zeventig geïntroduceerd, toen gewelddadig terrorisme Italië teisterde tijdens de zogenoemde anni di piombo, de loden jaren. Na de moorden op Falcone en Borsellino werd de bepaling breder toepasbaar gemaakt en liet de overheid meteen vierhonderd maffiabazen uit de gevangenis in Palermo verspreiden over instellingen door het hele land.

Het regime verbiedt elke vorm van contact met medegevangenen, het gebruik van de telefoon en het ontvangen van pakketjes, allemaal om moordopdrachten vanuit de gevangenis te voorkomen. Logisch dus, dat maffiosi zich op Nederlands grondgebied meer permitteren dan in Italië, zegt Gratteri. ‘Jullie gevangenis is erg open.’

Maatschappelijke weerstand

Maar behalve het extra strenge gevangenisregime brachten de gruwelijke aanslagen op Falcone en Borsellino volgens criminoloog Anna Sergi een andere ontwikkeling teweeg, die minstens zo belangrijk was: maatschappelijke weerstand. De stilte rondom de maffiaproblemen werd eindelijk doorbroken, mensen begonnen te praten over wat ze zagen en wisten, meer spijtoptanten stapten naar voren.

Sergi, werkzaam aan de Universiteit van Essex, rondde in mei een vergelijkend onderzoek af naar de rol van Italiaanse maffia in zeven Europese landen, waaronder Nederland. Een antimaffia-omwenteling zoals in het Italië van de vroege jaren negentig ziet ze in ons land voorlopig niet plaatsvinden. ‘Er is geen duidelijk beeld van de gemeenschappelijke vijand, zoals dat er wel was van de Siciliaanse cosa nostra.’

Dat komt volgens Sergi onder meer doordat de Nederlandse autoriteiten zich richten op losse criminele activiteiten, maar amper gewend zijn om te kijken naar het grote plaatje. ‘De aanslag op Peter R. de Vries is in Nederland een poging tot moord, maar niet per se deel van een onderzoek naar een criminele groep.’

Groepsstructuren

Italiaanse autoriteiten zijn door de lange maffia-aanwezigheid juist erg gericht op de groepsstructuren achter criminaliteit. De drempel voor het aantonen van een criminele organisatie ligt er bijvoorbeeld lager dan in Nederland. België, dat met veel van dezelfde problematiek als Nederland kampt, verlegt de prioriteiten ook meer naar groepen, ziet Sergi in haar onderzoek. ‘Het is een politieke keuze. Nederland gaat juist meer de andere kant op.’ Dat zit hem volgens Sergi vooral in de aanpak van de politie, die zich in Nederland meer concentreert op de illegale goederen zelf dan op de organisatie erachter.

De Italiaanse justitie is de Europese uitzondering in maffiabestrijding, niet alleen in hun focus en ruime wettelijke mogelijkheden, maar ook in hun capaciteit. Zo kent Italië maar liefst drie antimaffia-eenheden, allemaal opgericht in de vroege jaren negentig.

Kort voor zijn dood was aanklager Falcone de drijvende kracht achter de speciale onderzoekseenheid die lokale rechtbanken waarschuwt als zij maffiapraktijken vermoedt. Vervolgens kan justitie verdachten preventief in de gaten laten houden of beslag leggen op verdachte bezittingen. Sinds de oprichting in 1992 heeft de eenheid voor 17 miljard euro aan beslagleggingen gedaan, 10 miljard euro geconfisqueerd en meer dan tienduizend mensen laten arresteren wegens betrokkenheid bij de maffia.

Daarnaast is er ook nog een nationale antimaffia- en antiterrorisme-eenheid, waar twintig openbaar aanklagers werken die gespecialiseerd zijn in het bestrijden van georganiseerde misdaad. Zij sturen op hun beurt weer de lokale antimaffia-eenheden aan, die over het land verspreid zijn. Ook kent Italië een grote financiële politiedienst die zich bezighoudt met witwaspraktijken: bij de Guardia di Finanza werken meer dan 63 duizend mensen.

Europese samenwerking

Die uitgebreide structuur is in de loop der jaren gegroeid en kun je niet zomaar ergens anders kopiëren, erkent Gratteri. Toch is hij ervan overtuigd dat Europa samen zal moeten optrekken tegen de georganiseerde misdaad. Een internationale maffia zonder internationale bestrijding leidt namelijk tot niets anders dan een waterbedeffect, weet de openbaar aanklager, die veel Italiaanse maffiosi naar Nederland of Duitsland zag vertrekken, waar ze hun geld witwassen via investeringen in bars, hotels of pizzeria’s.

Zolang de noordelijke landen het maffiaprobleem op eigen bodem niet serieus nemen, zal er niets veranderen, zegt Gratteri somber. Volgens de aanklager ontbreekt het landen als Nederland aan politieke wil om geldstromen strenger te controleren, omdat men potentiële investeerders niet wil afschrikken met ingewikkelde regels en bureaucratie.

Maar los van politiek en regelgeving is de Nederlandse situatie ook door de geografische ligging extra complex, benadrukt Sergi. ‘De lokale groepen zijn er relatief machtig omdat ze toegang hebben tot de Rotterdamse haven, maar ze hebben maar een heel klein land te verdelen, dus de strijd is hevig.’ Bovendien laat haar onderzoek zien dat Rotterdam en Antwerpen het Hollywood van jonge criminelen zijn geworden, hubs van misdadigers waar beschikbaarheid van wapens geen enkel probleem is. Er is geen tekort aan piepjonge jongens die hogerop willen komen, dus een huurmoordenaar is vrij eenvoudig te vinden.

Peter R. de Vries

Voor Gratteri is de aanslag op De Vries, na de moorden op de broer van kroongetuige Nabil B. en advocaat Derk Wiersum, de zoveelste bevestiging van waar hij al lange tijd voor waarschuwt: dat de georganiseerde misdaad ook in landen als Nederland serieuze voet aan de grond heeft gekregen. Naast de lokale groepen en de ’Ndrangheta waarschuwt hij ook voor de aanwezigheid van de Albanese maffia in Nederland, die zich ook op de cocaïnemarkt roert. Voor Gratteri is de verklaring simpel: ‘Hoe verder je naar Noord-Europa gaat, hoe losser de wetgeving en hoe minder controle op witwassen.’

Net als Sergi gelooft Gratteri niet dat de aanslag op Peter R. de Vries, hoe groot de schok nu ook is, een keerpunt zal zijn, zoals de moorden op Falcone en Borsellino dat waren in Italië. Hij wijst op de grote moordpartij bij een pizzeria in Duisburg, waar in 2007 zeven mensen om het leven kwamen bij een afrekening tussen twee maffiaclans. ‘Zelfs daarna is er nog niets veranderd aan het Duitse wetssysteem.’

Meer over