Madrid herdenkt slachtoffers aanslagen 11 maart

Een jaar na de terreuraanslagen in Madrid hebben miljoenen Spanjaarden vrijdag de slachtoffers herdacht. In heel het land werd om het middaguur vijf minuten stilte in acht genomen en gingen vlaggen halfstok. Veel overlevenden en nabestaanden van de slachtoffers lieten bij de officiële plechtigheden verstek gaan....

ANP

In Madrid werden om 7.37 uur, het tijdstip waarop vorig jaar 11 maart de eerste bommen afgingen in een Madrileens station, de klokken van 650 kerken geluid. In totaal ontploften die dag tien bommen, verstopt in sporttassen, kort na elkaar in vier verschillende treinen. De ergste terreurdaad uit de Spaanse geschiedenis kostte 191 mensen het leven en zeker 1900 mensen raakten gewond.

In het station Atocha nam een menigte van minstens duizend mensen de vijf minuten stilte in acht, om daarna te applaudisseren. Bij het station van El Pozo, waar een jaar geleden 67 van de 191 doden vielen, legden mensen bloemen bij een provisorisch gedenkteken. Ook werden er kaarsen aangestoken.

De centrale rouwdienst werd in het Retiro-park in het centrum van Madrid gehouden. Tientallen hoogwaardigheidsbekleders, onder wie koning Juan Carlos, premier Zapatero, de Marokkaanse koning Mohammed VI en VN-secretaris-generaal Kofi Annan, woonden de sobere plechtigheid bij. Nederland was vertegenwoordigd door oud-minister van Buitenlandse Zaken en minister van Staat Hans van Mierlo.

Na het moment van stilte opende de Spaanse koning het zogenoemde 'Bos van de afwezigen'. Daarin staan 192 cypressen en olijfbomen ter nagedachtenis aan de 191 treinpassagiers die op 11 maart 2004 omkwamen en een politieman die een maand later omkwam tijdens de bestorming van een flat waarin de verdachten zaten. Bij deze actie pleegden zes vermoedelijke daders zelfmoord.

Tijdens een persconferentie voor de ceremonie verzekerde Annan de Spanjaarden van de betrokkenheid van heel de wereld. „De wereld rouwt met hen mee”. Hij waarschuwde dat er nog veel moet gebeuren om het terrorisme te overwinnen.

Veel overlevenden en nabestaanden van de slachtoffers waren niet vertegenwoordigd bij de officiële plechtigheden. De organisatie van de slachtoffers, Asociacion 11-M, is verontwaardigd over de politieke rel die na de aanslagen ontstond.

De aanslag op de treinen was het werk van radicale moslims, voornamelijk afkomstig uit Marokko, die banden hadden met het terreurnetwerk al-Qaeda. De terreurdaad vond drie dagen voor de verkiezingen plaats. De regeringspartij Partido Popular van premier Aznar, die gemakkelijk op een nieuwe overwinning leek af te stevenen, wees eerst met de beschuldigende vinger richting de Baskische afscheidingsbeweging ETA. Aznar verloor alsnog de verkiezingen toen duidelijk werd dat al-Qaeda achter de aanslagen zat.

De opvolger van Aznar, de socialist Zapatero, beschuldigde zijn voorganger er later van alle documenten die met de aanslagen te maken hadden opzettelijk te hebben vernietigd. Voor een parlementaire onderzoekscommissie verklaarde Zapatero later dat de beschuldiging tegen de ETA een grote leugen was. Aznar ontkende dit stellig.

Het onderzoek van de commissie werd in december afgesloten, met als resultaat vooral frustraties en verbittering bij de nabestaanden van de slachtoffers over het geruzie tussen de politieke partijen.

De politie heeft bijna tachtig mensen gearresteerd in verband met de aanslagen van 11 maart 2004. Van hen zitten nog 22 vast in afwachting van hun rechtszaak. Ondanks dat moslimextremisten achter de aanslagen zaten, heeft dat niet tot anti-islamitische acties in Spanje geleid. De belangrijkste Spaanse moslimorganisatie bedankte het Spaanse volk vrijdag voor de 'voorbeeldige' manier waarop het onderscheid weet te maken tussen gelovige moslims en terroristen. De aanslag 'veroorzaakte een diepe pijn bij alle moslims', aldus een woordvoerder.

Ook elders in Europa zijn vrijdag herdenkingen gehouden, onder meer bij de Spaanse ambassade in Den Haag en het Europees Parlement in Straatsburg.

Meer over