Madiba’s enorme voetstappen

Nelson Mandela keert voor zijn 90ste verjaardag, vandaag, terug naar Qunu, naar de clan. Eindelijk is de Madiba thuis...

Van onze correspondent Kees Broere

MVEZO/QUNU Aan de oever van de Mbashe-rivier ligt zijn inkaba, zijn navelstreng, begraven. De stroom slingert zich tussen de gemoedelijke heuvels van de Oostkaap. Het is het gebied van het grote Xhosa-volk en zijn vele clans. De grazige weiden rond Mvezo behoren aan de groep die vrijwel iedereen kent: de Madiba, Mandela’s eretitel.

Hier werd, vandaag negentig jaar geleden, Nelson Rohihlala Mandela geboren. Uit zijn jeugd, zo schreef hij, dateert zijn ‘liefde voor de velden, voor open vlakten’. En natuurlijk ook voor het vee; voor de koeien, schapen en geiten die door de heuvels sjokken. Het voelt alsof ook hijzelf er nog altijd is.

Neem de man die, boven op een van de heuvels en met uitzicht op de Mbashe, op een grote gladde steen is gaan zitten. Hij draagt een eenvoudig windjack en een spijkerbroek. Zijn gespreksgenoten zitten voor hem op de grond, op een matje. Soms wrijft hij over zijn sikje. Dan spreekt hij. De wat hese stem is onmiskenbaar. Mandla Mandela (34) is een kleinzoon van Madiba. Vorig jaar werd hij in Mvezo, in het geboortedorp van zijn opa, geïnstalleerd als chief, de man die alleen aan de koning van de Thembu verantwoording schuldig is. Nelsons vader verloor die titel in 1920 door zijn verzet tegen de Britse inmenging in de clan-tradities. De familie werd verdreven naar het nabije Qunu. Maar de Mandela’s zijn terug.

‘Mijn grootvader heeft gezegd dat hij nu in vrede kan sterven’, vertelt Mandla. ‘Het chief-schap is weer waar het hoort, in onze familie.’ De kleinzoon weet dat hij nooit in de ‘enorme voetstappen’ van Madiba zal passen, maar wil niettemin alles geven om Mvezo uit de armoede te halen waar het gebied nog steeds in wegkwijnt.

Naar Mvezo loopt geen verharde weg, de omgeving heeft nauwelijks stroom en te veel mensen drinken nog altijd het ongezonde water uit de Mbashe. Anders is dat inmiddels in Qunu, het dorp waar Nelson Mandela zijn jonge jaren doorbracht. Madiba heeft er een nieuw huis gebouwd, een replica van het gebouw in de Victor-Verstergevangenis, waar hij de laatste periode van zijn 27-jarige straf uit zat. Bij het hek van de woning, waar zaterdag met Mandela een privéfeest wordt gegeven, staat politie. Maar een geit wandelt ongestoord het terrein op.

‘Het is een grote eer om de Vader van de Natie te zijn’, schreef Nelson Mandela. ‘Maar om de vader van een familie te zijn, is een nog grotere vreugde. Maar het is een vreugde die ik veel te weinig heb gekend.’ Nu dan komt hij terug naar Qunu, terug naar de clan. Eindelijk is Madiba thuis.

Zie verder pagina 5, kolom 3

Mandela is van zowat iedereen

Mandela is van zowat iedereen
Vervolg van pagina 1

Mandela is van zowat iedereen
Mandela is van Mvezo, van Qunu – maar inmiddels van zowat iedereen. In de nu zo oude en frêle man weet elk mens, zo lijkt het, zijn sterkere en betere ik te projecteren. Zoals Waldy Simson (45), een Nederlandse kunstenaar. Simson is in een gemeenschapshuis in Qunu bezig met de voorbereiding van een expositie.

Mandela is van zowat iedereen
Hij is uitgenodigd voor het feest. Dan ook hoopt Simson aan Madiba het glas-in-lood kunstwerk te geven dat hij veertien jaar geleden maakte. Het heet ‘Amandla’ (vrijheid). ‘Ik heb het nooit willen verkopen, omdat ik hoopte dat het ooit ‘thuis’ zou komen. Nu is het zo ver. Het is een droom die eindelijk uitkomt.’

Mandela is van zowat iedereen
Nog maar weinig mensen krijgen Mandela van nabij te zien. Hij gaf enkele jaren geleden aan ‘met pensioen te gaan van zijn pensioen’ en geeft geen interviews meer. Zijn geest heet nog helder te zijn, maar het lichaam wil steeds minder. In het gebied waar zijn navelstreng ligt, waar hij als jongen door de heuvels stapte, kijkt hij nu voorzichtig uit op zijn dood.

Mandela is van zowat iedereen
Misschien vindt hij nog tijd om een bezoekje te brengen aan zijn jongere broer Morris. Voor hem heeft Madiba in Qunu een heus stenen huis laten neerzetten. Morris (76) draagt een groene wollen trui met gaten. Op zijn hoofd heeft hij een wintermuts, dezelfde als op de foto aan de muur, waar hij samen met Nelson op staat.

Mandela is van zowat iedereen
Morris is ongeletterd. Als man had hij een baantje bij de spoorwegen, maar als jongen trok hij rond met het vee, juist ook om zo de opleiding van zijn getalenteerde broer mede te bekostigen. ‘Er is maar één bijzondere Madiba’, zegt hij. ‘Dat is Nelson. Verder zijn wij allemaal heel gewone mensen.’

Mandela is van zowat iedereen
Hoe ‘de wereld’ zich Mandela zal herinneren, is een vraag die Morris niet bezighoudt. ‘Ik zal hem missen als de man die me altijd weer hielp als ik niet rondkwam van mijn pensioen. Zoals hij me vroeger ook hielp, als een vriendje mij had geslagen en Nelson dan later thuiskwam en naar de jongen op zoek ging om hem namens mij een pak rammel te verkopen.’

Mandela is van zowat iedereen
Niet voor niets betekent Rohihlala ‘een tak van de boom aftrekken’, door Mandela zelf vertaald als ‘querulant’. En niet voor niets heeft Madiba geschreven zijn strijd nooit louter voor zichzelf te hebben geleverd: ‘Vrij zijn is niet enkel het afschudden van de ketenen, maar op een manier leven die de vrijheid van anderen respecteert en vergroot.’

Mandela is van zowat iedereen
Een van de jongste Mandela’s, achterkleinzoon Lilhe, is op de bank in slaap gevallen. Morris legt het jochie van 2 over zijn schouder en schuifelt hem naar de slaapkamer. Dan stappen we naar buiten, steken een sigaret op, en staren over de vlaktes die de wereld van Mandela hebben gevormd.

Mandela is van zowat iedereen
Niet ver van het stenen huis ligt het familiekerkhof van de clan. Op het veld, waar onder meer de moeder ligt begraven, is nog voor generaties plaats. Op een van de stenen staat in het Xhosa de afscheidsgroet gebeiteld die ooit ook Nelson de Grote zal worden gebracht: Phumla Ngoxolo, Madiba. ‘Rust zacht, Madiba.’

Meer over