GeneratiegesprekMadeleijn en Joyce van den Nieuwenhuizen

Madeleijn van den Nieuwenhuizen verzamelt verhalen over handelingsonbekwame vrouwen, moeder Joyce werd ooit ontslagen omdat ze zwanger was

Madeleijn van den Nieuwenhuizen en haar moeder. Beeld Sanne De Wilde
Madeleijn van den Nieuwenhuizen en haar moeder.Beeld Sanne De Wilde

Rechtshistoricus en mediacriticus Madeleijn van den Nieuwenhuizen (29) verzamelt verhalen over de tijd dat getrouwde vrouwen volgens de wet ­‘handelingsonbekwaam’ waren. Moeder Joyce van den Nieuwenhuizen (70) werd ooit ontslagen omdat vrouwen maar gedoe waren.

Madeleijn van den Nieuwenhuizen (29) is nog maar net met haar moeder Joyce (70) in gesprek of er komen al nieuwe feiten boven water. Joyce werd in 1977 in Oldenzaal ontslagen bij de fysiotherapiepraktijk waar ze werkte, omdat ze zwanger was van haar eerste kind. ‘Hé, dat heb je nooit verteld’, zegt Madeleijn verbaasd.

Haar moeder: ‘Ik vond het niet eens zo raar dat ik werd ontslagen. Ik was zwanger en wilde daarna vier dagen werken in plaats van vijf. Ik dacht: eigen schuld.’

‘Jezus!’, zegt Madeleijn. ‘Maar hoe kom je hier nu zo ineens bij?’

Joyce: ‘Doordat jij met deze dingen bezig bent. Toen dacht ik: verdorie, ik heb dit ook meegemaakt.’

Ze doelt op wat misschien wel het grootste oral-historyproject in Nederland wordt: de oproep van Madeleijn om ouderen te interviewen over de tijd dat getrouwde vrouwen volgens de wet ‘handelingsonbekwaam’ waren. Het betekende dat de gehuwde vrouw juridisch gezien niet veel kon zonder toestemming van haar man: geen bankrekening openen, geen contract tekenen.

Het is niet eens zo extreem lang geleden. In 1956 werd de wet afgeschaft, net als het reglement dat bepaalde dat vrouwen in overheidsdienst ontslag kregen zodra ze trouwden. Maar daarmee was de letter veranderd, niet de geest. Zo bleef het in allerlei beroepsgroepen nog jarenlang normaal dat vrouwen hun werk door huwelijk of zwangerschap kwijtraakten, zie het verhaal van Joyce.

Madeleijn van den Nieuwenhuizen is op Instagram bekend van het account Zeikschrift (82 duizend volgers), waarop ze sinds 2016 de media kritisch volgt en framing van onder anderen vrouwen, mannen, lhbti, zwart en wit ontmantelt. Ze roert zich ook in de traditionele media. Zo veegde ze in 2018 in NRC Handelsblad de vloer aan met Youp van ’t Hek, die een aanranding afdeed als een studentenincidentje: ‘We zouden bijna denken dat hij een conservatieve onempathische misogynist is.’

Twee jaar geleden trad ze voor het eerst naar buiten met een grote feministische actie: ze begon handtekeningen te verzamelen om in Den Haag een standbeeld op te richten voor Corry Tendeloo, het PvdA-Kamerlid dat streed voor afschaffing van bovengenoemde, discriminerende bepalingen. De teller staat op bijna 19 duizend, maar vanwege corona ligt de actie stil.

Met haar tweede, nog grotere project wil ze de ervaringen van vrouwen én mannen uit de periode van de handelingsonbekwaamheid boekstaven en onderzoeken hoe ze hebben doorgewerkt. Via de site handelingsonbekwaam.nl hebben zich 1.300 deelnemers gemeld die haar helpen twee groepen te interviewen: 80-plussers die deze situatie zelf meemaakten en 60- tot 79-jarigen die door deze groep zijn opgevoed. Volgend jaar september moet het leiden tot een boek en dan wil ze ook verder met het standbeeld voor Corry Tendeloo.

We zitten in haar tijdelijke onderkomen in Amsterdam, een minihuisje in een hofje in de Amsterdamse Jordaan met een bedstee en overal rondslingerende boeken – boven op een stapel ligt Herinneringen van Aletta Jacobs. Ze is hier neergestreken nadat er vorig jaar maart door corona een streep was gegaan door haar terugkeer naar New York, waar ze aan de City University promoveert in de rechtsgeschiedenis. Ze was een week in Nederland voor een lezing op Internationale Vrouwendag en precies toen gingen de Amerikaanse grenzen dicht voor Europeanen.

‘Gelúkkig moest je hier een lezing geven’, reageert haar moeder meteen.

Madeleijn: ‘Ja, jij zag die witte coronatenten in Central Park opgezet worden, hè?’

Joyce: ‘Ik had het verschrikkelijk gevonden als jij daar in die periode had gezeten en je niet meer naar Nederland had gekund.’

Laten we het hebben over het oral-historyproject. Madeleijn, je hebt intussen aardig wat mensen geïnterviewd en interviews van anderen gelezen, zie je al wat patronen?

Madeleijn: ‘Wat opvalt, is dat meerdere 80-plusvrouwen zeggen dat ze een fijn en gemoedelijk leven hebben gehad, en in hetzelfde gesprek tot de conclusie komen dat ze vaak moesten inschikken en dat mannen meer keuzen hadden. Er is toch wel veel woede.’

Joyce: ‘Er is veel teleurstelling onder die generatie, dat merkte ik ook als fysiotherapeut. Mijn man en ik hebben 25 jaar een eigen praktijk gehad in Oldenzaal en dan stelde ik altijd vragen. De pijnen komen ergens vandaan en vaak zit daar een levensverhaal achter. Aan oudere vrouwen vroeg ik: wat had je willen worden als je had kunnen doorleren? Want die mogelijkheid was er meestal niet. Dat was de teleurstelling: wat jammer dat ik niet heb kunnen doen wat ik wilde.’

Madeleijn: ‘Ik sprak een vrouw in Den Haag van eind 80 die erg boos was. Ze zei: ‘Wij vrouwen zijn vergiftigd.’ Ze voelde zich beperkt en ingesnoerd, terwijl ze de computer had willen uitvinden.’

Joyce: ‘Het leven was niet zo leuk voor vrouwen hoor, ze zaten in een stramien van trouwen en kinderen krijgen.’

Madeleijn: ‘Zelfs als meisjes een opleiding mochten volgen, in welgestelde families bijvoorbeeld, werden ze meestal alsnog klaargestoomd voor het huwelijk. De Eline Vere-achtige boeken komen niet uit het niets.’

Je bedoelt dat vrouwen vroeger depressief werden doordat ze zich niet konden ontplooien zoals ze wilden?

Madeleijn: ‘Ja. Ik lees nu veel om te begrijpen hoe de context voor vrouwen in andere landen was en ik zie dat sommigen in vorige eeuwen een valium- of morfineverslaving ontwikkelden. Het liedje Mother’s Little Helper van The Rolling Stones gaat over pilletjes, tranquillizers, die huisvrouwen in Amerikaanse buitenwijken slikten om rustig te worden. Vrouwen voelden veel spanning en hadden unheimische gevoelens.’

In de jaren zestig, zeventig was het in de mode dat vrouwen ’s ochtends aan de sherry gingen. Heb jij ze gekend, Joyce?

‘Ja!’

Madeleijn, alweer verbaasd: ‘Heb jij die gekend?’

‘Ja, maar niet dat ik met hen meedeed.’

‘Waarom sherry?’

‘Het dronk lekker weg en je werd er ontspannen van.’

Zie je nog meer patronen in de interviews?

Madeleijn: ‘Getroebleerde moeder-kindrelaties. Nogal wat kinderen waren eigenlijk ongewenst, omdat de moeder te jong was of er niet klaar voor was, of omdat de pastoor op de deur stond te kloppen: waar blijft het volgende kind? Daar zit veel bitterheid.’

Waar merk je dat aan?

‘Die vrouw in Den Haag vertelde dat een gynaecoloog haar anticonceptie had voorgeschreven en toch werd ze binnen no time zwanger. Ze vertrouwde het niet, maar kreeg geen inzage in haar dossier. Toen ze een rechtszaak wilde aanspannen, zei haar man: ‘Dat gaan we niet doen, jij bent handelingsonbekwaam en ik ga mijn handtekening niet zetten.’ De vrouw zei: ‘Toen was ik dus maar mooi zwanger.’ Het kindje was nu een dochter van 65 en die zat naast haar. Ik vroeg haar: ‘Wist u dit?’ Ja, ze wist het. ‘Ik heb me best wel ongewenst gevoeld’, zei ze, waarop haar moeder antwoordde: ‘Ik heb altijd geprobeerd het niet te laten merken.’’

Wat triest.

Madeleijn: ‘Ik moet hier wel een kanttekening bij maken, want ik heb ook mannen gesproken en die werden evengoed in een mal geduwd.’

Joyce: ‘Absoluut, ook mannen moesten zich schikken. Als je opgroeide in een groot gezin had je niets te kiezen, je vader koos voor je. Eén of twee kinderen mochten doorleren, de rest moest timmerman worden of op de boerderij werken.’

Madeleijn: ‘Een man vertelde dat zijn zusje vlak na de oorlog de wiskundige kant op had gewild, maar ze moest van haar ouders naar hbs-a, dat was de talenkant en dus meer iets voor meisjes. Hijzelf had juist graag naar hbs-a gewild, want hij wilde schrijven en de journalistiek in, maar hij moest naar hbs-b, de exacte richting. Zijn ouders wilden dat hij bankier werd, hij zou kostwinner van een gezin worden en dan moest er geld komen. Hij heeft een succesvol leven gehad en veel geld verdiend, maar na zijn pensioen heeft hij elke dag van zijn leven geschreven: dagboeken, artikelen.’

Proef je ook veel teleurstelling bij mannen over hun leven?

‘Het is vaak dubbel. Mannen kunnen bitter zijn om wat ze niet mochten én dankbaar omdat ze veel geld hebben verdiend. Vrouwen kunnen teleurgesteld zijn om wat ze niet mochten én hebben genoten van de huishouding en het zorgen voor de kinderen. Er zijn allerlei varianten.’

null Beeld Sanne De Wilde
Beeld Sanne De Wilde

Je kwam op het idee voor dit project door je oma, die als secretaresse in overheidsdienst werd ontslagen toen ze met je opa trouwde.

‘Dat was de aanleiding. Ik was over feminisme aan het lezen en toen zat ik te bellen met mijn ouders en zei: hé, hoe zat het ook alweer met oma?’

Leed ze onder dat ontslag?

Joyce: ‘Nee, want haar man, mijn schoonvader, was natuurfotograaf en zij ging met hem mee als zijn assistent, ze moest de lampen hoog houden en weet ik wat. Ze had daarmee wel een gelijkwaardig gevoel.’

Madeleijn: ‘Je bedoelt dat ze zich gewaardeerd wist.’

Joyce: ‘Ja, ze was wel een ondernemend mens. Ze had veel kunnen bereiken, denk ik.’

In een column van Madeleijn in Vogue las ik dat deze oma zegeltjes van Albert Heijn spaarde zodat ze van dat geld met haar dochter een gebakje bij de Hema kon eten. Haar man vond dat onzin en wilde haar daar geen geld voor geven, maar wel voor kanten ondergoed en rode nagellak. En ze moest bonnetjes van al haar aankopen laten zien. Dat klinkt niet heel gelijkwaardig.

Madeleijn: ‘Het aparte is: als je dit zo opsomt, zie je een onderdrukte vrouw voor je. Maar mijn oma was behoorlijk dominant.’

Joyce schiet in de lach. ‘Absoluut.’

Madeleijn: ‘Dat beeld zie ik nu ook terug in sommige interviews. Mannen konden volgens de wet dan wel beslissen over de financiële uitgaven in de huishouding, maar kregen thuis vaak weinig ruimte. Het huishouden was het domein van de vrouw. Ik sprak een vrouw van wie de man aan het eind van elke week zijn portemonnee met het verdiende geld boven die van haar leegschudde. Hij kreeg alleen wat zakgeld.’

Joyce: ‘De schat. Ja, veel mannen kregen vroeger zakgeld.’

Dit wordt ook wel gezegd over moslimvrouwen die in westerse ogen onderdrukt zijn: buitenshuis lijden ze onder restricties, thuis zijn ze de baas.

Madeleijn: ‘Het is meestal niet zo simpel dat je óf de onderdrukte óf de onderdrukker bent. Dingen kunnen naast elkaar bestaan. Ik heb mannen en vrouwen gesproken die een gelukkig huwelijk hadden, met veel gelijkwaardigheid en wederzijds respect. Waar zaten de verhoudingen wel degelijk scheef? Op het punt van de machtsposities, want daarop kwamen bijna alleen mannen terecht.’

Is er een verband tussen al deze verhalen en het hoge percentage Nederlandse vrouwen dat nog altijd in deeltijd werkt, namelijk 75 procent?

‘Dat lijkt me zo klaar als een klontje. Betaalde arbeid voor vrouwen is in Nederland eeuwenlang ontmoedigd. Carl Romme, minister van Sociale Zaken in de jaren dertig, heeft herhaaldelijk geprobeerd álle gehuwde vrouwen van de arbeidsmarkt te verbannen. Er heerste een economische crisis, en omdat vrouwen vaak maar de helft verdienden van mannen in dezelfde banen, werden ze gezien als banenpikkers. Ik heb nog geen sluitend antwoord op de vraag wat precies de relatie is met het deeltijdwerk van nu, dat wil ik onderzoeken.’

null Beeld Sanne De Wilde
Beeld Sanne De Wilde

Er wordt vaak gesproken over ‘deeltijdprinsesjes’, waarbij het overigens ook gaat over vrouwen die vier dagen werken, toch nog 25- van die 75 procent.

‘Wat me stoort, is dat discussies over dit onderwerp worden gevoerd in een historisch vacuüm, waardoor de Nederlandse vrouw een lui wezen lijkt. Dat is wrang, want vrouwen moesten zich er lang bij neerleggen dat ze niet buitenshuis móchten werken. Deeltijdwerken voelt nu als een vrije keuze, maar het is moeilijk te ontleden of dat zo is. In hoeverre heeft het verleden doorgewerkt?’

Joyce luistert met interesse naar haar dochter en knikt af en toe. Ze vindt het fantastisch wat Madeleijn doet, dat zegt ze meerdere keren, maar zelf heeft ze nooit de neiging gehad zich met het feminisme te bemoeien. ‘Mijn moeder is een van de weinigen die volop in de hippietijd in Amsterdam hebben geleefd, zonder ermee te maken hebben gehad’, roept Madeleijn uit.

Joyce grinnikt. Het is waar. Ze werd geboren in Amstelveen en deed eind jaren zestig, begin jaren zeventig haar opleiding fysiotherapie in Amsterdam, juist toen het daar zinderde van verandering. Aan feministische acties deed ze nooit mee. ‘Volgens mij had je hooguit een tuinbroek aan, of niet?’, zegt Madeleijn lachend.

‘Ja, die heb ik gehad. Ik weet de kleur nog: aquamarijn’, antwoordt Joyce.

‘Maar je was niet politiek geëngageerd.’

‘Nee, ik ben altijd gematigd geweest. Ik vond dat veel feministen een beetje doorschoten met hun vrouwencafés en communes. Ik dacht: jongens, ik ben hier wat te nuchter voor.’

‘Heb je ooit gedacht: even zelf onderzoeken hoe het daar is?’

‘Ik las erover.’

‘Wat kun je erover zeggen als je er nooit bent geweest?’

‘Ik had daar mijn eigen gedachten over.’

‘Maar heb je nooit de behoefte gevoeld om je te laten horen?’

‘Nee.’

‘Wanneer komt er verandering op gang? Op het moment dat mensen zich laten horen. Dat zag je met de Dolle Mina’s, dat zie je nu met Black Lives Matter.’

‘Ik stond altijd een beetje op een afstand te kijken.’

‘Dat is niet per se erg hoor, ik ben gewoon nieuwsgierig, want je steunt de zaak van het feminisme wel.’

‘Zeker, maar ik voelde me nooit onderdrukt. Misschien was dat het wel.’

Jij kon je ontplooien zoals je zelf wilde?

Joyce: ‘Ik behoor tot de eerste generatie vrouwen in Nederland die een opleiding ging doen en een eigen inkomen ambieerde. Mijn moeder had een baan willen hebben, maar dat kon niet omdat mijn vader als boordwerktuigkundige vaak weken weg was. Zij bleef thuis voor de kinderen en zei tegen mij: ‘Je moet een beroep kiezen waarmee je jezelf kunt onderhouden.’ Dat werkte wel door.’

Je hoefde aan je man ook geen bonnetjes te laten zien en dat soort gekkigheid?

Stellig: ‘Helemaal niet.’

In haar Vogue-column schreef Madeleijn dat jij haar soms met een brok in je keel een zelfstandige vrouw noemt. Jij was zelf ook zelfstandig, waarom dan een brok in je keel?

Joyce: ‘Omdat ik dan zo trots ben op wat ze allemaal doet. Het is trots. Ik had dat vanmorgen ook.’

Madeleijn: ‘Toen we samen op de foto gingen voor bij dit verhaal. Jij schoot vol.’

Het gebeurt opnieuw en het blijft even stil. ‘Ik moet jou zo vaak missen’, zegt haar moeder dan. ‘Je gaat gewoon je gang. Dat vind ik mooi, maar we zien elkaar vaak niet. En nu door corona hebben we elkaar anderhalf jaar niet aangeraakt en ik moest jou van de fotograaf even vasthouden. Ik dacht: ach, lieve schat.’

Is dit de keerzijde van alle zelfstandigheid?

Joyce: ‘Ja, dit is de keerzijde. Maar ik ben geen moeder die haar dochter zal tegenhouden. Ik hoor vrouwen in mijn omgeving vaak zeggen: liever niet een dochter zo ver weg. Dat heb ik niet, ik denk: de gaven die jij hebt, ontwikkel ze, fantastisch. Maar de momenten waarop ik moeder en dochter ben met jou, zijn er niet zo vaak meer.’

Madeleijn: ‘Het is soms ook gek voor je dat je me wel op de radio hoort.’

Joyce: ‘Ja, en dat ik dan allerlei appjes krijg: ‘Joyce, je weet toch wel dat je dochter...’’ Berustend lachje: ‘Ja, ik weet het.’

Wat vind jij van wat je moeder zegt, Madeleijn?

‘We zijn verschillende wegen ingeslagen en dat kan alleen doordat mijn ouders me hebben aangemoedigd. Ze zeiden altijd: probeer maar. Tegelijk hebben ze me vrijgelaten en de keerzijde daarvan is inderdaad dat ze me deels kwijt zijn. Daar zit een element van zelfopoffering in, van onbaatzuchtigheid, en daar ben ik ze ongelooflijk dankbaar voor.’

null Beeld Sanne De Wilde
Beeld Sanne De Wilde

Het zag er aanvankelijk niet naar uit dat je zou komen waar je nu bent. Je was de grootste spijbelaar in de geschiedenis van je middelbare school in Oldenzaal, heb ik begrepen.

Madeleijn: ‘Ik verveelde me.’

Joyce: ‘Je werd niet voldoende gestimuleerd.’

Madeleijn: ‘Op school zaten wat jongens uit Rossum, een gehucht vlak bij Oldenzaal, die lachten als je een vraag stelde omdat ze vonden dat je dan een nerd was. De school benauwde me. Ik wilde weg.’

Joyce: ‘Je had ook zoiets: Twente, wat is nou Twente? Daar gebeurt het niet.’

Later ben je Europese geschiedenis aan Sciences Po in Parijs gaan studeren, je haalde een master Amerikanistiek op Columbia University in New York. Je richtte Zeikschrift op en stortte je op het feminisme. Hoe ben je van het spijbelen in deze dadendrang beland?

‘Mijn eerste jaar in Parijs is daarin belangrijk geweest. Op mijn 18de ben ik ernaartoe gegaan met geld dat ik in Oldenzaal had verdiend met oppassen. Ik voelde dat ik alleen moest zijn en nadenken. Ik wist al dat ik wilde studeren, want ik begon me te realiseren dat ik een achterstand had – als je veel spijbelt, doe je niet veel kennis op. Ik wist alleen niet welke kant ik op moest. Van tevoren had ik een streng lijstje gemaakt van dingen die ik in Parijs moest doen van mezelf: Frans leren, een heleboel klassiekers lezen...’

Dostojevski?

‘Ja, Misdaad en straf en van andere schrijvers Anna Karenina, Liefde in tijden van cholera. Voordat ik naar Parijs ging, liep ik op een tweedehandsmarkt in Amsterdam die boeken te zoeken en trof ik twee vrouwen. Ik liet ze mijn lijstje zien en toen zeiden ze: waar is Simone de Beauvoir? Ze hebben me geholpen alle boeken te vinden en gaven me toen Le deuxième sexe van De Beauvoir: ‘Die krijg je van ons.’ Dat ben ik in Parijs gaan lezen.’

Maakte De Beauvoir je feministische gevoelens wakker?

‘Het is moeilijk te zeggen waar die zijn begonnen, maar zij heeft zeker een bijdrage geleverd. Door haar boeken voelde ik een soort opluchting dat ik een vocabulaire kreeg aangereikt voor dingen die ik alleen nog maar in mijn onderbuik had gevoeld.’ Tegen haar moeder: ‘Als we met de hele familie bij elkaar waren, zei jij standaard: ‘Ik heb vlees voor de mannen en vis voor de dames.’’

Joyce begint te schateren.

Madeleijn: ‘Daarvan zei ik herhaaldelijk: mam, waarom frame je het zo?’

Joyce: ‘Ik houd er wel van om af en toe iets geks te zeggen. Ik zou het prima vinden als mannen de vis aten en de vrouwen het vlees. Het heeft ook iets met humor te maken.’

Mis je de humor bij de jongere generatie?

Joyce: ‘Humor hebben we in het gezin erg hoog in het vaandel.’

Madeleijn: ‘Ja, maar kom, je maakte meer vlees als er meer mannen waren en vis voor het aantal dames dat aanwezig was.’

Joyce: ‘Maar lieve schat, ik weet toch wat jouw broers lekker vinden? Dat weet ik toch?’

Madeleijn: ‘Maar snap je ook wat ik bedoel?’

Joyce: ‘Snap jij wat ik bedoel?’

Madeleijn: ‘Het is maar een klein voorbeeld, verder geen ramp en ik lig niet wakker van een grapje, maar dit is wel de manier waarop we ideeën in stand houden over hoe mannen en vrouwen zich horen te gedragen. Daar ben je het toch wel mee eens?’

Joyce: ‘Oké, het is wel een eyeopener.’

Critici zullen zeggen dat je woke bent, Madeleijn.

‘Ik vind dat niet zo’n boeiend woord. Ik zie mijn houding meer als niet tegen onrechtvaardigheid kunnen. Voor mijn generatie is het soms verwarrend dat we niet naar het wetboek kunnen wijzen: dáár zit de discriminatie. In die zin ben ik weleens jaloers op feministen voor mij, omdat die concrete dingen konden aanwijzen die anders moesten. Ik ben ze dankbaar, maar dat betekent niet dat we er zijn.

‘De statistieken zeggen genoeg: er zijn in Nederland meer ceo’s die Peter heten dan ceo’s die vrouw zijn. Slechts 26 procent van de deskundigen in actualiteitenprogramma’s is vrouwelijk, de Tweede Kamer is niet fiftyfifty verdeeld, twee keer zo veel vrouwen zijn financieel afhankelijk van hun partner als mannen en zo kan ik doorgaan.’

In een lezing van dit jaar schrijf je dat je broer, die gelooft dat de aarde plat is en zwaartekracht niet bestaat, jou aan het denken zette over wat het betekent om kritisch na te denken. Zijn jouw Zeikschrift-bijdragen daardoor in de loop van jaren steeds milder geworden?

‘Dat is gebeurd door te studeren, door met verschillende mensen te praten – en mijn broer is een van hen. Hij heeft me een les in bescheidenheid gegeven. Als ik argumenten verzamelde waarom de aarde wél rond was en zwaartekracht wél bestond, veegde hij die zo van tafel. Hij liet me inzien dat ik leunde op andermans deskundigheid. Ik vertrouw op de maanlandingsfoto’s van de Nasa, mijn broer gelooft dat ze doorgestoken kaart zijn en dat mensen nooit naar de maan zijn geweest. Het is een crisis van vertrouwen.’

Jij zegt: maak mensen niet uit voor gekkies of wappies, ga in gesprek.

‘Het is inderdaad beter om te zien waar je elkaar wél kunt vinden. Ik ben het met mijn broer eens dat we niet alles voor zoete koek moeten slikken, maar er zijn natuurlijk wel grenzen. Het betekent niet dat we gezellig moeten theedrinken met antisemieten of het normaal moeten vinden dat mensen in hun pedofielenjacht een begraafplaats in Bodegraven overhoop halen.’

Haar vader Arend komt binnen, hij heeft al die tijd in Amsterdam rondgelopen. Haar ouders zullen zo weer naar Oldenzaal terugkeren. Madeleijn moet aan het werk, ze klapt alvast haar laptop open voor de onlinelezing die ze zo moet houden voor een publiek van achthonderd mensen. ‘Achthonderd?’, roept het gezelschap in het huisje uit.

Later zal Joyce aan de telefoon zeggen hoe goed ze de ‘frisse blik’ van haar dochter vindt ‘op alle verhalen van vrouwen die het zelf niet zo bijzonder vonden wat ze meemaakten’. Haar ontslag in 1977 is er een goed voorbeeld van. Ze weet weer precies wat er gebeurde. Zij was zwanger en wilde vier dagen werken, maar tegelijk met haar werden alle andere vrouwen er bij de fysiotherapiepraktijk uitgegooid. Die waren niet zwanger en wilden niet minder werken, de baas had gewoon genoeg van ze. ‘Het idee was: vrouwen, daar is altijd wat mee.’

Ze wil maar zeggen: goed dat Madeleijn dit soort herinneringen loswoelt. ‘Zo komt er verandering.’

Meer over