Machtsmisbruik regeert in Oost-Europa

Minder dan tien jaar na hun toetreding tot de Europese Unie worden de nieuwe lidstaten in Oost-Europa een voor een getroffen door grove gevallen van machtsmisbruik. Bijna overal worden de democratische spelregels met voeten getreden.

WARSCHAU - De bal ging aan het rollen in Hongarije, waar premier Viktor Orban begin dit jaar zijn parlementaire meerderheid misbruikte om een erg omstreden grondwet in te voeren. Die moet de macht van zijn conservatieve Fidesz-partij consolideren. 'Een half-Aziatisch plebs als het onze kan alleen met macht bij elkaar gehouden worden', verduidelijkte Orban twee weken geleden tijdens een vergadering van Hongaarse werkgevers.

Zijn voorbeeld werkte aanstekelijk op zijn Roemeense collega Victor Ponta. Met een dubieus referendum probeerde die enkele weken geleden president Traian Basescu van de macht te verdrijven. Het leverde niets op, maar het laatste woord is nog niet gezegd. De linkse coalitie in Boekarest is van plan op een andere manier haar slag te slaan. Voor Roemenië zou dat betekenen dat de democratische hervormingen van de voorbije jaren worden teruggeschroefd.

Andere landen in de regio zijn er niet veel beter aan toe. Bulgarije, dat volgens veel waarnemers nooit lid had mogen worden van de Europese Unie, blijft volgens de rapporten van de Europese Commissie in de ban van corruptie en georganiseerde misdaad. Ook Slowakije wordt achtervolgd door een kwalijke reputatie. Een recent afluisterschandaal bevestigde wat de meeste Slowaken allang wisten: bedrijven schrikken er niet voor terug politici om te kopen. Het gerecht had er blijkbaar weinig moeite mee. Een journalist die de zaak aan het licht probeerde te brengen, kreeg een publicatieverbod opgelegd. Niet bepaald democratisch.

Zelfs Tsjechië, dat graag neerkijkt op de rest van Oost-Europa, is in de ban van de schandalen. De laatste maanden zijn daar zoveel hooggeplaatste politici in opspraak gekomen, dat je je moet afvragen of het mogelijk is in dat land een openbare aanbesteding te winnen zonder het betalen van steekpenningen. De meeste Tsjechen geloven van niet.

Alleen Polen, het grootste land van de regio, bleef buiten schot. Met een uitstekend economisch rapport en een geslaagd EK voetbal - alleen verstoord door het aftuigen van Russische voetbalsupporters - leek het een eiland van goed bestuur in een verder door machtsmisbruik geteisterde regio.

Aangestoken

Leek, want nu blijkt dus ook Polen aangestoken door de corruptie. Het begon enkele weken geleden met het uitlekken van een onschuldig gesprek tussen twee leiders van de Boerenpartij - de coalitiepartner van premier Donald Tusk. Daaruit viel af te leiden dat alleen partijgenoten kans maken op een lucratief baantje in een van de door het ministerie van Landbouw gecontroleerde bedrijven of instellingen.

Het bleek slechts om het topje van de ijsberg te gaan. Ook in het centrum-rechtse Burgerplatform van premier Tusk maak je zonder partijkaart geen kans op een topfunctie in een of ander openbaar bedrijf. Vooral de raden van toezicht zijn begeerd. Daarin valt zonder veel moeite een aardig centje bij te verdienen, zelfs als je geen flauw benul hebt van de betrokken materie.

Volgens corruptiebestrijders worden testvragen zo opgesteld dat alleen de eigen mensen kunnen winnen. Voor pottenkijkers hoeft niet gevreesd te worden. Vorig jaar werd door de regeringspartijen een wet aangenomen die de toegang tot openbare informatie aan banden legt.

Dat was normaal geweest als Warschau voor het Amerikaanse systeem had geopteerd, waarbij hoge ambtenaren komen en gaan met de president. Maar in Polen, zoals in de meeste andere EU-lidstaten, wordt een andere logica gehanteerd. Om corruptie tegen te gaan moet de ambtenarij er onafhankelijk zijn van de politieke machthebbers.

Voorlopig is dat wishful thinking. Hoewel premier Tusk beloofde korte metten te maken met de vriendjespolitiek, blijken er vijf jaar na zijn aantreden in openbare bedrijven zo goed als geen onafhankelijke vertegenwoordigers meer te vinden. Zelfs in de raden van toezicht van bibliotheken en ziekenhuizen domineert de vriendjespolitiek.

Een van de meest schokkende gevallen betreft de dienst die in de provincie Mazovië, waaronder Warschau valt, verantwoordelijk is voor de verdeling van Europese steunfondsen. Er werken liefst tien gemeenteraadsleden van de belangrijkste regeringspartij. Slechts vijf van de 47 personeelsleden zijn níet actief in het Burgerplatform: het gaat om familieleden van invloedrijke partijgenoten. Zonder overdrijving kun je zeggen dat in Warschau het Europees geld verdeeld wordt door de partij van Tusk.

Juridisch gesproken valt er weinig te beginnen tegen de vriendjespolitiek, zeggen vooraanstaande corruptiebestrijders. Op papier is alles in orde. Maar de gevolgen zijn er niet minder dramatisch om. De politieke benoemingen wekken de indruk dat er in Polen sinds de val van het communisme niet veel veranderd is. Ook toen kon je alleen met een partijkaart aan een goede baan komen.

undefined

Meer over