Machteloosheid over fraude in de zorg

De regels voor het persoonsgebonden budget zijn ruim...

Van onze medewerkster Jet Bruinsma

AMSTERDAM Als je alleen naar de cijfers kijkt, is het persoonsgebonden budget voor de zorg (pgb, ingevoerd in 1995), een doorslaand succes. Na een aanloopperiode van anderhalf jaar ontvingen in 1997 7.500 mensen tezamen 73 miljoen euro aan pgb, om zelf een hulpverlener naar keuze in te huren. Anno 2009 staat de teller op 100 duizend, meer dan tien keer zoveel.

Het bedrag dat ze te besteden hebben, steeg in diezelfde periode naar 2,3 miljard euro, ruim dertig maal zoveel. Die 2,3 miljard is eentiende van het totale budget van de AWBZ-verzekering, waaruit de zorg voor ouderen en gehandicapten wordt betaald.

Maar het succes heeft een keerzijde, zo wordt duidelijk uit twee recent verschenen rapporten. ‘Het is crimineel als je binnen de pgb-regeling niet fraudeert’, zei een zorgverzekeraar tegen de rechercheurs uit Noord- en Oost-Nederland, die het rapport Persoonsgebonden Zorg Verantwoord schreven. Een gefrustreerde collega deed zijn beklag bij de onderzoekers van Research voor Beleid. Zij onderzochten de bemiddelingsbureaus in opdracht van het College van Zorgverzekeraars (CVZ), de beheerder van de AWBZ-kas. ‘Zolang de cliënt niet klaagt en het op papier klopt, kunnen we niks beginnen.’

De grondtoon van beide rapporten is machteloosheid. De regels voor het pgb zijn met opzet ruim geformuleerd om de cliënt maximale vrijheid te bieden, constateren de rechercheurs. Maar door de ruime omschrijving van de aanspraken, de vage definitie van zorg, de onhelderheid over de tarieven, de beperkte controlemogelijkheden en het ontbreken van kwaliteitscriteria, is fraude feitelijk niet strafrechtelijk te vervolgen, is de conclusie.

De recherche in Noord- en Oost-Nederland heeft voor 1,3 miljoen euro aan fraude opgespoord in 39 (van de 106) verdachte dossiers die werden bestudeerd – bij budgethouders, zaakwaarnemers en bemiddelaars. Voorbeelden: pgb niet aan zorg besteed, meer uren gedeclareerd dan verleend, zaakwaarnemer bleef pgb incasseren na dood van cliënte. Maar het werkelijke aantal fraudegevallen is naar schatting veel groter. Vandaar de waarschuwing dat fraude in de zorg ten laste komt van het zorgstelsel en dus van iedere verzekerde.

Met de toename van het aantal budgethouders steeg ook het aantal bemiddelingsbureaus pijlsnel, blijkt uit het CVZ-rapport. De controle door de zorgverzekeraars, die het budget uitkeren, blijft echter achter. Verzekeraars weten lang niet altijd dat het adres waarmee zij contact hebben, niet van de cliënt is, maar van het bemiddelingsbureau.

Een kwart van de ondervraagde bureaus blijkt de budgethouder meer dan 100 tot 400 euro per uur in rekening te brengen voor diensten, zoals administratie. Ook blijken bepaalde bemiddelingsbureaus ‘verdacht goed’ op de hoogte van de regels ‘omdat ze precies weten hoe ze bepaalde zaken moeten opvoeren om er ongestraft mee weg te komen.’

Inmiddels hebben veel verzekeraars hun controle wat aangescherpt. Maar de simpelste maatregel om de hulpvrager zicht te geven op zijn budget – maak het geld rechtstreeks over op zijn bankrekening – is tot dusver uitgebleven. Alle betrokken partijen en ook de Tweede Kamer zijn daar unaniem vóór, ook staatssecretaris Jet Bussemaker van Volksgezondheid. Maar zij heeft het besluit nog steeds niet genomen.

Enkele grote zorgverzekeraars maken inmiddels geen geld meer over naar budgetbeheerbureaus. Maar die weten wel raad: zo kregen de 800 pgb-houders die hun pgb overmaakten naar de zogeheten derdenrekening van de Stichting Budgetbeheer, gelieerd aan het bemiddelingsbureau De Zorgmakelaar in Beilen, het verzoek om een eigen bankrekening te openen. En vervolgens Budgetbeheer te machtigen om met dat geld allerlei diensten te betalen. Volgens Budgetbeheer hebben honderden cliënten het machtigingsformulier ondertekend.

Meer over