Macht van het getal wint van de geschiedenis

Belgrado Democratie of in de geschiedenis opgebouwde rechten? Welk criterium moet voorrang hebben wanneer twee volkeren aanspraak maken op hetzelfde gebied?

Door Jan Hunin

Het is een vraag die zich steeds weer opdringt wanneer afscheidingsbewegingen zich laten gelden. Daarom roept Kosovo direct de vergelijking op met andere probleemgebieden: Noord-Ierland, Baskenland, Catalonië, Noord-Cyprus, Zuid-Ossetië, Abchazië en, waarom niet: België.

Zolang de historische aanspraken op een bepaald gebied overeenkomen met de wens van de meerderheid van de bevolking aldaar, blijft het probleem meestal beperkt. Dus toen Slowakije zich in 1993 losmaakte van Tsjechië leverde dat geen scherp conflict op. De relaties tussen Slowaken en Tsjechen zijn vandaag voorbeeldig.

Maar meestal liggen de zaken minder eenvoudig. Wanneer het ene volk de geschiedenis als argument gebruikt en het andere zich op de democratie beroept, ontstaat een vaak onoplosbaar probleem. Het beste voorbeeld is Brussel. Terwijl de Vlamingen historische aanspraken laten gelden op een stad die ooit geheel Vlaams was, voeren de Franstaligen democratische argumenten aan: bijna 90 procent van de Brusselaars spreekt Frans. De gevolgen laten zich raden: ‘Brussel’ ondermijnt al jaren de Belgische politiek.

In Kosovo is het niet anders.

Als de geschiedenis bepalend moest zijn, had Kosovo ongetwijfeld Servisch moeten blijven. Zoals in Brussel de Vlamingen de meerderheid hadden, zo had Kosovo in het verleden een Servische meerderheid. Amper een halve eeuw geleden was het Albanese overwicht veel minder uitgesproken dan nu.

Bovendien is Kosovo voor de Serviërs meer dan zomaar een provincie. Het is de plek waar in de Middeleeuwen de Servische staat is ontstaan. De tegen de Turken verloren slag van Kosovo uit 1389 blijft tot op de dag van vandaag het belangrijkste symbool van het Servische patriottisme. Het verklaart waarom de meeste Serviërs hun hart verloren aan Kosovo.

Helaas voor hen werd in Kosovo het laatste woord niet gesproken door de geschiedenis, maar door de democratie. Van de Kosovaren is 90 procent van Albanese afkomst. Zij willen niets meer met Servië te maken hebben.

Dat in dit geval de historische argumenten niet opwegen tegen de macht van het getal, hebben de Serviërs aan zichzelf te danken. Sinds Belgrado in 1989 de autonomie van Kosovo terugschroefde, werden de Albanezen er als tweederangsburgers behandeld. In 1998 ging het van kwaad tot erger toen president Milosevic het Servische leger naar Kosovo stuurde om af te rekenen met het verzet. De terreurcampagne dreef honderdduizenden Kosovaren op de vlucht. Het is die poging tot etnische zuivering die de westerse publieke opinie definitief de kant van de Albanese Kosovaren deed kiezen; die de NAVO er toe dreef Servië in 1999 de oorlog te verklaren; die het Servische leger dwong zich uit Kosovo terug te trekken; die van Kosovo een protectoraat van de VN maakte; en die uiteindelijk de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo onvermijdelijk maakte.

En daar zal het verdriet van de Serviërs over het historische onrecht dat ze zich aangedaan voelen niets aan veranderen.

Meer over