Macht stort Groenen in wezenscrisis

Het grootste succes van de Duitse Groenen heeft hen in het diepste dal gestort. Voor het eerst sinds de oprichting in 1980 zit de protestpartij in de regering....

De brutale wereldverbeteraars van weleer weten na vier maanden regeringsarbeid en een verkiezingsnederlaag niets meer zeker: kan een protestpartij eigenlijk wel meeregeren? Moet voorman Joschka Fischer wel minister van Buitenlandse Zaken zijn? Spreken de groene stokpaardjes de jeugd nog wel aan? Moet de partij af van heilige principes als het vrouwenquotum?

De hardste klap was de uitslag van de deelstaatverkiezingen in Hessen in februari, het zoveelste slechte resultaat. Uitgerekend in 'Joschkaland', waar partijleider Fischer al jaren geleden zijn eerste regeerervaring opdeed, werd de partij weggevaagd. Vooral jonge kiezers bleken massaal te zijn overgelopen naar CDU en SDP.

Bondskanselier Schröder greep het resultaat aan om de junior-coalitiepartner eens flink in de hoek te zetten: er moest maar eens minder nadruk komen op de groene thema's. Het kon niet zo zijn dat 'de staart met de hond kwispelt'. 'Wie dat niet horen wil, moet het maar voelen.'

Joschka Fischer, de 'superrealo' aan wie de hele partij hangt, was in geen velden of wegen te bekennen. Hij zou de Groenen met zijn charisma smoel kunnen geven in de coalitie. Maar hij is nu minister van Buitenlandse Zaken van een van de belangrijkste industrielanden in de wereld, draagt driedelig grijs en 'zit altijd maar in Damascus of New York', zoals de Groenen klagen.

Fischer heeft te kampen met het Van Mierlo-syndroom. Hij heeft het druk met Kosovo en de Agenda-2000. Het nieuws over de nederlaag in Hessen kreeg hij over zijn mobiele telefoon te horen tijdens een rondreis door Afrika.

De functie is prestigieus. Maar, zoals Fischer zelf constateert, 'er is geen Groene buitenlandse politiek, alleen een Duitse'. De Groenen hebben jarenlang geageerd tegen buitenlandse inzet van de Bundeswehr; onder Fischer worden de Leopard-tanks opgetuigd voor verscheping naar Kosovo.

Met twee grote groene thema's is het niet minder slecht afgelopen: de groene minister van Milieu, Trittin, liep zich stuk op de atoomindustrie. Het dubbele staatsburgerschap voor immigranten is van de baan na een succesvolle handtekeningencampagne van de rechtse oppositie.

Maar de zelftwijfel van de Groenen gaat veel verder. 'Onze thema's hebben geen sex-appeal meer, we treffen het levensgevoel van de jongeren niet', zei een lokale Groenenbestuurder.

De protestgeneratie, hier naar het jaar van de grote studentenrevolte de '68-ers genoemd, vreest op het hoogtepunt van de macht dat haar tijd voorbij is. 'Als wij over de jeugd spreken, knikken de '68-ers omdat ze denken dat zij worden bedoeld', zei Groenen-voorzitster Röstel spottend.

Onder de echte jeugd is het milieu helemaal uit de mode, constateert het prominent Groenenlid Ludger Volmer in zijn twintig thesen voor het congres in Erfurt. Wie 'jonge mensen het plezier in autorijden vergalt', verliest hun stemmen.

Het antwoord van Joschka Fischer is dat de Groenen eindelijk eens een normale partij moeten worden. De ooit zo heilige organisatieprincipes moeten daartoe op de schop. Een regeringspartij kan het zich niet veroorloven om in iedere leidende functie twee mensen te benoemen en de helft van de functies principieel door vrouwen te laten vervullen.

Gelukkig zijn de Groenen nog wel zozeer zichzelf gebleven, dat over deze kwestie een ouderwetse strijd is uitgebroken tussen 'realos' en 'fundis'.

Meer over