Macha en homo’s in slimme Mozart

Donna Giovanna..

SPANGA De houten bankjes van Opera Spanga zitten niet makkelijk, maar het ongemak dat regisseuse Corina van Eijk in het hoofd zaait, is aanmerkelijk groter. Donna Giovanna heet de jongste creatie van Van Eijk, die al bijna twintig jaar furore maakt met haar jaarlijkse operavoorstellingen in het open veld bij het Friese Spanga (het ‘Verona van Weststellingwerf’).

Ditmaal heeft ze zich de vraag gesteld hoe we tegen Mozarts Don Giovanni zouden aankijken als de hoofdpersoon geen man, maar een vrouw was. Het resultaat is confronterend, soms zelfs oncomfortabel, maar alleen om die reden al in principe geslaagd.

Om het nog wat ingewikkelder te maken, heeft Van Eijk de omkering van de rollen niet volledig doorgevoerd, waarmee ook andere dan heteroseksuele relaties hun intrede doen. De rokkenjagende edelman heet nu Donna Giovanna, zijn knecht Leporella, en de verstoten dame die hem al 200 jaar naloopt, draagt hier een snorretje en luistert naar de naam Don Elviro. Maar van het koppel Zerlina en Masetto is alleen het meisje van geslacht veranderd, zodat het herderspaartje een homostel is geworden. Donna Anna en Don Ottavio zijn zichzelf gebleven.

Anders dan op haar archetypische alter ego rust op Donna Giovanna geen doem. De seksewisseling maakt haar niet tot een femme fatale, maar eerder tot een soort macha, die het grootste deel van de voorstelling in broek of laarzen rondloopt, een superster van het type Madonna, die het heft van haar seksualiteit in eigen handen neemt. Voor vrijgevochten dames van dat type hebben we in onze moderne maatschappij hoofdzakelijk bewondering. Giovanna slaat wel ongemeen hard van zich af, maar daarom hoeft ze nog niet naar de hel.

Dat verdient de Nederlandse mezzo Klara Uleman zeker niet. Ze heeft vocaal, uiterlijk, en als podiumpersoonlijkheid alles in huis om haar Giovanna-vertolking tot een succes te maken en is voor de duvel niet bang, net zo min als Francis van Broekhuizen, die uitblinkt als de komische Leporella.

Vreemd genoeg slaat het onbehagen harder toe bij de nevenrollen. Het homopaartje (Zerlino en Masetto) is heel aandoenlijk, vooral waar Zerlino zich in de aria Batti, batti billenkoek laat toedienen. Elviro, als vrouw een verstoten geliefde, wordt daarentegen een soort stalker, al weet de strelend zingende tenor Charles Alves de la Cruz tot het einde toe sympathie te wekken. Lastiger is het wanneer Zerlino Leporella op een stoel vastbindt en vernedert. Blijkbaar is het acceptabeler dat een vrouw zoiets met een man doet dan andersom. Goed, daar was het Van Eijk dus om begonnen.

Voor de zangers is dit stuk een geschenk. Welke sopraan kan nou beweren dat ze de titelrol van Don Giovanni heeft gezongen? En dirigent en arrangeur David Levi is er in geslaagd Mozarts muziek ondanks de curieuze tessituurwisselingen overeind te houden. Desondanks zijn de prestaties van het gedecimeerde orkestje en van enkele van de zangers aan de vlakke kant.

Het welslagen van deze voorstelling is daarmee vooral te danken aan de slimme regie, waarbij Van Eijk woekert met bescheiden middelen. Het dijkweggetje achter het podium is ingelijfd bij de speelvloer. Daarop staat een steiger met twee verdiepingen, die naar believen kan veranderen in een kerkhof, een toilet met condoomautomaten of een modern penthouse. En zelfs waar Van Eijk de grenzen opzoekt, zijn er voldoende kwinkslagen om de zaak lichtvoetig te houden – al was het maar de vermelding dat de handeling zich nu afspeelt in ‘Spanga’ in plaats van in ‘Spanje’.

Frits van der Waa

Meer over