Maase lopend en lachend naar triomf in het veld

'Blijf lachen Kamiel, nog even en je bent er.' Met grote, krachtige passen dendert Kamiel Maase de gladde, modderige helling af die hem richting de finish moet brengen....

Van onze verslaggever Rolf Bos

Maase opnieuw kampioen veldlopen, erg verrassend was het niet. De kampioen van vorig jaar, Marco Gielen, kwam bijna een minuut na hem als tweede over de streep. Maase won met overmacht, zoals Gert-Jan Liefers op de korte cross heerste en Irma Heeren bij de vrouwen de lakens uitdeelde.

Wassenaar kijkt hoe zijn 29-jarige pupil met de armen geheven de finish over loopt en zegt: 'Hij wordt nog steeds beter. Maar weet je, deze titel was hem nog bijna ontgaan. Hij was zijn clubtenue vergeten. '

De Ethiopische Nederlander Aiduna Aitnafa kan erover meepraten: in 1996 werd gediskwalificeerd omdat hij een verkeerd broekje, niet dat van zijn club PSV, had gedragen. Met Maase kwam het in Kerkrade alsnog goed. Een clubgenoot hielp hem uit de brand en leende hem het correcte tenue.

Wassenaar (56) is nu tien jaar trainer van Maase. Hij zag hem voor het eerst toen hij bij Leiden Atletiek als student kwam trainen. Eerst gewoon in de groep, later, na de eerste successen, werd Wassenaar zijn privé-trainer.

Maase is inmiddels uitgegroeid tot de beste langeafstands-atleet van Nederland, met nationale records op de 5000- en 10.000 meter. Ook op de marathon kan hij goed mee: bij de Olympische Spelen in Sydney eindigde hij als dertiende. Kenners vonden dat een verdienstelijk resultaat, dat door NOCNSF's Joop Alberda echter als een 'nulletje' werd afgedaan. Wassenaar, indertijd op eigen kosten naar Sydney gereisd: 'Onlangs hebben atleten, coaches en NOCNSF de Spelen geëvolueerd. Ik ben niet gegaan. Ik had het even gehad met Joop.'

In Sydney liep Maase pas zijn tweede 42.195 meter. De eerste keer dat hij zich aan de klassieke afstand waagde was nota bene een vergissing. Hij liep toen in Rotterdam door, terwijl hij als haas was gestart, en verbaasde vriend en vijand met zijn eindtijd van 2.10.07.

Dit jaar loopt de micro-bioloog geen marathon. Eerst start hij eind maart bij de WK-veldlopen in Dublin (als dat evenement doorgang vindt vanwege de mond- en klauwzeer epidemie), daarna richt hij zich weer op de baan, met als doel de 10.000 meter in Edmonton tijdens de WK.

Volgens Wassenaar heeft Maase op de baan zijn top nog niet bereikt. 'Hij loopt nu 27.34 op de tien. Ik denk dat die tijd met een verbeterde loop-techniek nog wel omlaag kan naar 27.20. Dan tel je internationaal echt mee.' Maase's beste resultaat op die afstand is de achtste plaats bij de wereldkampioenschappen in Sevilla.

Dit jaar geen marathon, misschien dat er volgend jaar weer een op het programma staat. 'Het jaar 2002 wordt een cruciaal jaar. Dan is er een EK, waar hij op de 10.000 meter in de medailles zou moeten lopen. Ook moeten we gaan beslissen of we ons richten op de olympische marathon van Athene.'

Twee grote atleten trainde Wassenaar. De een is Maase, de ander was Han Kulker, meermalen winnaar van Europese medailles en zesde op de 1500 meter bij de Olympische Spelen van 1988. 'Er bestaan parallellen tussen de twee. Grote talenten en allebei heel sociaal. Ze hebben mensen om zich heen nodig, willen van anderen leren.'

Topatleten hebben anno 2001 over weinig nog te klagen. Ze worden door NOCNSF en bond goed ondersteund. Anders is dat voor de trainers, zegt Wassenaar, wiens privé-leven door de atletiek vaak onder druk komt te staan. 'Kamiel geeft mij een vaste vergoeding, daarnaast werk ik als conditie-trainer van AZ '67, Van Hanegem heeft me indertijd nog binnengehaald. Bij elkaar zijn dat drie halve dagen. Niet genoeg om van te leven.'

Wassenaar moet, net als zo veel andere trainers, ook nog andere werkzaamheden verrichten. Hij werkt 28 uur per week als voedingdeskundige, een kwaliteit die hem als trainer trouwens ook ten goede komt. Wassenaar die zelf als atleet al havermout en zeewierpillen, 'alles puur natuur', tot zich nam, levert binnen de Synergie-groep, de bundeling van coaches in Nederland, nu de expertise over voeding aan.

Deze samenwerking, onlangs ook door de atletiekunie tot beleid verheven, werkt volgens Wassenaar naar behoren. 'Al kun je er ook weer geen al te grote wonderen van verwachten. In principe moet je als topatleet toch je eigen, egocentrische plan durven trekken.'

Meer over