Maas en mensen zegt 'toi toi' tegen Boi

Beschaafd geroezemoes, gisteren, in het Koninklijk Paleis op de Dam, en langzame tred. Is altijd hetzelfde scenario, als onze vorstin een evenement met haar aanwezigheid opluistert....

Wim Zaal kijkt nauwelijks op of om. Hij volgt het decorum sinds jaar en dag op de voet, als schrijver van de juryrapporten die in naam van de prins jaarlijks worden uitgesproken. Vier Zilveren Anjers worden dit jaar uitgereikt, aan personen die zich vrijwillig en onbetaald hebben ingezet voor cultuur of natuurbehoud. Het zouden er eigenlijk vijf zijn, weet Zaal, maar laureaat Maes, deskundige op het gebied van behang, wandkleden en interieurs, trok zich op het laatste moment terug. Geen principiële keuze, zo wordt mij verzekerd, maar de vrucht van veel bescheidenheid.

Opvallendste laureaat: Franklin Domenico Antoin, beschermheilige van het cultuurgoed te Bonaire, als journalist, amateurhistoricus, milieubeschermer, radiopresentator, pleitbezorger van het Papiamento. Hij wordt begeleid door een uitbundige delegatie. Zijn zoontje stapt steeds uit de rij om met een wegwerpcameraatje foto's te maken. Bij zo'n ontwapenende verschijning stoort een kleine smet op het decorum niet. Na het uitspreken van de 'Gronden van Verlening' wenkt prins Bernhard met geheven wapperende vingers Antoin. Te vroeg, fluistert Zaal - want de laureaat hoort pas op het podium te verschijnen na de voordracht van het juryrapport. Dat gebeurt alsnog, en Zaal is tevreden. Geen versprekingen immers, en de juiste intonatie bij de frivoliteiten die hij zich in zijn toespraken permitteert. 'Met dank en met een hartelijk toi toi, Boi', luidt de slotzin - want Boi, dat is de naam waarmee Franklin Domenico steevast wordt aangesproken.

Ronald de Leeuw, die als vice-voorzitter van het Prins Bernhard Cultuurfonds de zieke Elco Brinkman vervangt, feliciteert in zijn slotwoord koningin Beatrix met haar grootmoederschap en prins Bernhard met zijn aanstaande verjaardag, over een week, als hij 91 wordt.

En dan kan de receptie aanvangen. Zaal krijgt beschaafde dames op zich af, die hem complimenteren. Hij neemt de loftuitingen met een grapje of een wedercompliment - 'Móóie ketting!' - in ontvangst. Typisch Zaal, onverstoorbaar , met een grote passie voor literatuur, maar ook met de ambitie om daar ontheiligend over te spreken. Met gespeelde teleurstelling vertelt hij dat zijn bij Prometheus verschenen bundeling van de slechtste gedichten geen rel heeft opgeleverd. Vorig jaar werd hij onderscheiden met het Erekruis in de Huisorde van Oranje omdat hij al meer dan dertig jaar de toespraken voor prins Bernhard schrijft. Daar zal hij niet hoog over opgeven. Liever geeft hij blijmoedig zijn visie op Ferry Hoogendijk, die hij kent uit de tijd dat hij literatuurredacteur was van Elsevier. 'Er is níks meer van 'm over - behalve zijn ellebogen.'

Genodigde Dries van Agt heeft intussen de onderste punt van zijn fantasiedas in zijn broek gestopt. Billy's Carribean Steelband speelt Jody Bernals Que si que no. En Boi Antoin wordt van alle kanten belaagd, met schouderklopjes, kneepjes in de wang en omhelzingen. 'Ik wist niet dat de Zilveren Anjer zo belangrijk was', glimt hij. 'Misschien gaan er nu nóg meer deuren voor mij open. Op de Antillen is altijd te weinig geld om boeken te publiceren.'

Wim Zaal spreekt hem niet. 'De winnaars? Neuh. Meestal wil de prins nog een glaasje met me drinken.' Het pakt nog imposanter uit; hij onderhoudt zich even later met de koningin. Pas als zij kenbaar maakt dat ze de weduwe van Rien Poortvliet wil spreken is het tijd voor Zaal om te gaan. Op naar vriend Helmut, naar teckel Vadim, naar nieuw werk aan de winkel. 'Zolang Bernhard leeft zal ik de toespraken blijven schrijven.'

Meer over