Maanmannen hebben meestal een verse vrouw

Het indrukwekkendste onderdeel van de reizen naar de maan, tussen 1969 en 1972, was de terugreis. Een mens op de maan afzetten is zo moeilijk niet....

Dus gaat Smith naar de resterende maanmannen op zoek. Grote onbekenden, van wie zelfs de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie Nasa de adressen niet meer heeft. Waar zijn ze? Wat heeft de maan met deze mannen gedaan? Is er leven na de maan?

Dat leven blijkt tegen te vallen. Wie al voor zijn veertigste naar de maan is geweest, heeft duidelijk te vroeg gepiekt. Neil Armstrong, eerste man op de maan, leeft teruggetrokken op een boerderij in Ohio. Edgar Mitchell, nummer zes, is een mystieke beweging begonnen, het Institute of Noetic Sciences, en geeft lezingen over het verval van de beschaving en de helende werking van niet-lokale informatie op ons bewustzijn. 'Buzz' Aldrin, nummer twee op de maan, heeft een tekenfilmfiguur naar zich vernoemd gekregen, en slaat mensen tegen de vlakte die hem vragen of die hele maanlanding niet nagespeeld was.

Dat ze er zijn geweest, is het enige dat de mannen zeker lijken te weten. Hoe het was, hoe het eruit zag, hoe het voelde, kunnen ze nauwelijks onder woorden brengen, al zijn ze er voortdurend mee bezig. Alan Bean (maanman nummer vier) probeert het te schilderen, en heeft een werk aan de muur hangen met de titel That's How it Felt to Walk on the Moon. Bijna allemaal zijn ze gescheiden, en hebben ze een nieuwe vrouw die half hun eigen leeftijd is. De post-maan depressie als moeder aller midlifecrises.

Smith zoekt de astronauten stuk voor stuk op, in Florida, Houston en Las Vegas, waar een van hen voor een paar dollar handtekeningen uitdeelt op een Star Trek festijn. Smiths reportage-stijl laat veel ruimte voor meer dan de interviews alleen. Over John Young (nummer elf op de maan): 'Hij staart naar de muur, kijkt soms even mijn kant op, als een kameleon op een tak (Jezus, het is net een reptiel!)'.

Toch blijkt uit dergelijke opmerkingen dat dit boek nog een tiende hoofdpersoon heeft: Andrew Smith zelf. Hij ziet de zoektocht naar de maanmannen als een zoektocht naar de jaren zestig, zijn jaren zestig, toen de wereld nog onschuldig was en hoopvol. Maanreizen en Woodstock zijn voor Smith twee kanten van dezelfde medaille: verlangen. En zelf verlangt hij weer naar dat verlangen -dat is nog eens een midlife crisis.

Michael Persson

Meer over