ColumnKeulemans in quarantaine

Maakt de omikronvariant je minder ziek? En moeten we hem dus laten rondgaan?

null Beeld
Maarten Keulemans

Goeie vraag van Margriet Vroomans, presentator bij NPO Radio 4: ‘Stel dat de omikronvariant van het coronavirus milder is, zou je hem dan niet juist willen laten circuleren, om daarmee delta te verdrijven?’ Een ondernemer uit de vakantie-industrie met wie ik soms contact heb, opperde ook al zoiets. ‘Misschien is de omikronvariant wel onze redder’, mijmerde hij.

De notie dat de nieuwe, extra besmettelijke coronavariant uit Zuid-Afrika waarover zoveel te doen is wel eens mínder ziek zou kunnen maken, zong afgelopen weekeinde ineens rond, na opmerkingen van Angelique Coetzee, huisarts en voorzitter van de Zuid-Afrikaanse artsenvereniging. ‘De gevallen die we zien, zijn meestal mild van aard’, zo had Coetzee links en rechts vernomen. Zo zouden de zieken een paar dagen vermoeid zijn, en geen reuk- of smaakverlies hebben. Dat is maar een indruk, erkent Coetzee ook zelf, ‘misschien zien we het over een of twee weken anders’. Maar áls het zo is, is het natuurlijk mooi meegenomen.

Pertinent onlogisch is het niet, zeggen virologen en arts-microbiologen die ik erover spreek. Een virus heeft er immers geen belang bij om zijn gastheer ziek te maken; het wil zich alleen maar voortplanten. En een virus dat zo weinig klachten geeft dat de geïnfecteerde gewoon blijft rondlopen, is daarin misschien succesvoller dan een virus waarvan je rillend thuis je bed in kruipt: het bereikt immers meer mensen. ‘Evolutionair gezien zou dit best logisch zijn’, zegt een van de experts die ik spreek.

Of denk aan OC43, 229E, NL63 en HKU1. Voordat u nu denkt dat de kat over mijn toetsenbord liep: dat zijn namen van andere coronavirussen, die al langer rondgaan onder de mens. Echt gevaarlijk zijn ze voor de meeste mensen niet: je moet ervan hoesten als een zeehond en wordt er hooguit wat rillerig van. Waren die vroeger ziekmakender? En is dat de kant die het huidige coronavirus óók opgaat?

Maar wacht even. De pest met een extra besmettelijke variant is wél dat hij navenant sneller om zich heen grijpt, en dus ook meer mensen bereikt die er kwetsbaar voor zijn. Dat heeft een raar, tegen-intuïtief gevolg.

Interessant rekenvoorbeeld

Op Twitter kwam de Wageningse epidemioloog Marino van Zelst met een interessant rekenvoorbeeld. Een coronavariant met een R-getal van 1,2 (u weet wel, dat is de besmettelijkheid: één persoon besmet gemiddeld 1,2 anderen) en een dodelijkheid van een half procent, zal, als er vandaag tienduizend mensen mee besmet raken, over een maand 39 duizend mensen hebben besmet, becijfert Van Zelst. Van hen zullen er 196 overlijden. Voor de liefhebber: 10.000 x 1,2 tot de macht 7,5 (omdat er in een maand 7,5 besmettingsrondjes passen), x 0,5 procent.

Maar laat die tienduizend mensen nu eens besmet zijn met een variant die half zo dodelijk is, maar ook 20 procent besmettelijker. Het R-getal is dan 1,44; het sterftepercentage 0,25 procent. In een maand tijd steekt zo’n virus 10.000 x 1,44 tot de macht 7,5, ofwel 154 duizend mensen aan. Daarvan overlijden er 385: veel méér dan bij de langzamere variant.

‘Minder ziekmakend’ is dus prettig voor wie geïnfecteerd raakt, maar weegt voor de epidemie niet op tegen de turbomotor die zo’n omikronvirus onder de motorkap heeft: zijn explosievere vermogen om zich te vermenigvuldigen. En wat geldt voor de sterfte, geldt uiteraard ook voor ziekenhuis- of ic-opnames. ‘De conclusie is voor de honderdste keer: exponentiële groei is het probleem’, aldus Van Zelst.

Intussen is het trouwens nog de vraag of omikron echt minder schadelijk is. In Zuid-Afrika is 94 procent van de bevolking jonger dan 65: niet zo gek dat je daar veel milde gevallen ziet. ‘Waar we ons zorgen over moeten maken, is als oudere, ongevaccineerden mensen geïnfecteerd raken met de nieuwe variant’, aldus Coetzee, in een opmerking die minder werd geciteerd.

Winterslaap

Bovendien ziet men in het ziekenhuis iets verontrustends, zei de Zuid-Afrikaanse intensivist Rudo Mathivha op een persconferentie: meer jonge, in de regel ongevaccineerde, patiënten. ‘We zien een opvallende verandering in het demografische profiel van de patiënten met covid-19’, aldus Mathivha. ‘Jonge mensen, van in de twintig of in de dertig, zoeken ons op met matige tot ernstige ziekte.’

Ik weet niet hoe het met u zit, maar ik denk dat ik de komende maanden maar in winterslaap ga.

Meer over