'Maak plaats, seniel fossiel'

Science-fiction, die poging om aan de tegenwoordige tijd te ontsnappen door een blik in de toekomst te werpen, is een genre dat zichzelfs ondanks nooit bijzonder lang houdbaar is....

ARJAN PETERS

In De tijd van de gesel van Robert Vernooy (1961) is het naar schatting 2025, de jaren dus dat de bloemenkinderen van onze jaren zestig en zeventig hun bejaardenwoningen van antieke parafernalia voorzien - macramé-hoepels voor het raam en een prehistorische stereo-installatie, waarop langspeelplaten van de Bee Gees en Donna Summer worden gedraaid.

Die woningen bevinden zich in het Hollandse servicecomplex De Korf. De bewoners zijn er niet overgeleverd aan zorg, maar kunnen daar indien gewenst een beroep op doen. Zo'n vorm van individueel leven staat op het punt te worden opgedoekt omdat die te kostbaar is. Zijn vorige roman De tedere tirannie (1992) had het verstikkende begrip van recreatieleiders voor alles wat jongeren uitvreten en de niet minder wurgende verplichting om gezellig en gezond te leven tot onderwerp. Evenmin als in dat boek houdt Vernooy het nu bij een persiflage. Wel is die noodzakelijk om het apocalyptische visioen dat hij uitbeeldt niet tot een drammerige boodschap te verengen.

Dit precaire evenwicht tussen verhaal en aanklacht is in het eerste deel van de roman onder controle gehouden. Seth Windzaaier (35), een inspecteur van de Dienst voor de Volksgezondheid, krijgt de kans zijn bestaan te verlevendigen als hem wordt gevraagd onderzoek te doen naar een curieuze serie zelfmoorden onder bejaarden in De Korf. Aan zijn hand komt de lezer er achter hoe het leven van de senioren van overmorgen van bovenaf wordt bekort en gecontroleerd, als we niet uitkijken. Koning Willem Alexander acht service-complexen een overbodige luxe, de AOW is afgeschaft, en de euthanasie-middeltjes zijn vrij verkrijgbaar.

Een tafereeltje als dat van een opa die door het complex dribbelt, uitgemonsterd met paardenstaart en een T-shirt met de vaal geworden tekst STONED AGAIN, wordt minder grappig als Windzaaier de dossiers van depressieve en dementerende bewoners leest. Steeds sterker worden zijn de vermoedens dat de oudjes van De Korf zonder het te weten proefkonijnen zijn in een gruwelijk plan, waar de geflipte professor in de medische ethiek Ernst Wennefer achter zit. Hij zou ze infecteren met een virus dat ze suf en suïcidaal maakt. Zo verlost hij de mensheid, ten eigen bate, van een improductief en geldverslindend overschot. De anonieme scheldpamfletten die over het land zijn verspreid - 'Hé oudje! Maak plaats, seniel fossiel' - zouden ook op zijn instigatie kunnen zijn vervaardigd.

In een tijd die individualisme en verbeelding verwerpt of verbiedt, is ook de dood geen taboe meer. Op dat punt komt Vernooy's opzettelijk aangedikte roman overeen met de fijnzinnige en actuele laatste roman van Willem Jan Otten, Ons mankeert niets. Het vuige darwinisme en de messiaanse neigingen van Ernst Wennefer zijn de donkerste consequentie van een soort nuttigheidsdenken dat doodsangst als een te menselijke verdwazing brandmerkt.

Voordat Windzaaiers verdenkingen zijn bevestigd of ontzenuwd, gooit Vernooy het roer met kracht om. Die beslissing heeft voorkomen dat zijn roman tot pamflet verwordt. Het tweede deel van De tijd van de gesel speelt in Egypte, waar Ernst Wennefer het laboratorium heeft staan en hij met talloze medewerkers zijn wereldomspannende project uitdoktert.

Windzaaiers wedervaren neemt hallucinatoire trekken aan, in de drie weken dat hij met betaald verlof is en naar Caïro is gevlogen. Je gaat je zelfs afvragen of hij daar in werkelijkheid (nu goed: die van de volgende eeuw) ís, of dat hij zich slechts inbeeldt daar te zijn door een simulatie-spel te spelen op 'het Net', zoals het aanstonds voor allerlei doeleinden gebruikte Internet kortweg heet. Een spel binnen het spel van een science-fiction roman kan er nog wel bij, moet Vernooy gedacht hebben. Dit tweede deel doet denken aan een film voor stoere jongens, over mensen die achter duistere panelen universumpje spelen en virtuele capriolen uithalen.

Windzaaier krijgt wat hij wil: een heroïsche rol als ontmaskeraar van een wereldboef. Dat lukt hem zo gemakkelijk en door gulle medewerking van het toeval, dat ik levensgrote twijfels heb over 'de waarheid' van de belevenissen.

Uiteindelijk leek me de hier uitgevochten strijd die van twee krachten binnen één en dezelfde borst. Windzaaier staat voor de onvrede met zekere maatschappelijke ontwikkelingen (en voor het romantische protest dat daarvan het gevolg is), Wennefer is de vleesgeworden regelzucht die het individu en zijn zelfbeschikking smoort.

Een samenvatting van dit boek, u merkt het, begint gauw gevaarlijk veel op de preek te lijken die Vernooy met succes omzeilt. Hij houdt de dreiging geinig, maar dan zo dat je je lach hoort besterven. De mooie Iris doet Seth het voorstel haar 's avonds laat op het Net erotisch te ontmoeten, maar daarvoor is hij huiverig, 'sinds ik een keer via een dating service verliefd was geworden op iemand die al een paar jaar dood was, zoals bleek toen ik in het echt een afspraak met haar wilde maken. Transcripten, zo noemde men de gedigitaliseerde geesten van gestorvenen die op het Net rondwaarden, en dat werden er steeds meer.'

Op zeker moment spreekt Seth over zijn cynische vader, die vroeger schreef, maar - teleurgesteld in zijn lezers - enkel nog vertaalt. Zou de auteur-vertaler Robert Vernooy zichzelf zo anno 2025 zien? Slechte lezers treffen en een zoon krijgen die je Seth noemt, zo treurig hoeft zijn voorland toch niet te zijn.

Robert Vernooy: De tijd van de gesel. Contact, ¿ 34,90.

Meer over