Maak je eigen dubbeldikke, verlengbare sjaal

Het is herfst. Ernst Arbouw wapent zich met een warme sjaal tegen het geweld van de regen- en windvlagen.

null Beeld Ernst Arbouw
Beeld Ernst Arbouw

Het regent en het is november. Nou ja, het is bijna november. Ik haat november. November is nat en koud en troosteloos en duurt dertig dagen te lang. Het liefst zou ik de volledige dertig dagen binnen blijven. Skisokken aan, poes op schoot en op tv een eindeloze reeks herhalingen van de Great British Bake Off. Helaas moet ik af en toe écht naar buiten. Bijvoorbeeld omdat de chocolademelk op is. Voor die gelegenheden besluit ik me te wapenen met een dubbeldikke, verlengbare sjaal.

Als je een strook van een A4'tje knipt, één uiteinde een halve slag draait en vervolgens de uiteinden aan elkaar lijmt, krijg je een zogeheten Möbiusband. Een Möbiusband heeft maar één kant en één rand. Kan niet, zou je zeggen. Kan toch. Zet aan een van de randen (sorry: aan de enige rand) een x op het papier, leg daar je vinger en volg de rand. Je komt vanzelf weer bij de x. Hetzelfde geldt voor de voor- en achterkant. Neem een potlood en trek een streep die het papier in twee helften verdeelt. Je komt vanzelf terug waar je begonnen bent.

Nog leuker wordt het als je probeert het papier langs de potloodstreep in tweeën te knippen. Een geknipte Möbiusring verandert in een twee keer zo lange, gedraaide ring papier.

Voor de deelbare Möbiussjaal neem ik twee stroken fleece van 152 x 22 centimeter en een deelbare rits van anderhalve meter. Een helft van de rits gaat met z'n tanden naar binnen gericht langs de rand van het fleece. Met spelden zet ik de drie lagen (fleece-rits-fleece) aan elkaar en daarna stik ik het vast met de naaimachine. Met het andere deel van de rits en het tweede stuk stof doe ik precies hetzelfde.

Na het buitenstebuiten halen van de twee halve sjaals besluit ik voor de extra nette afwerking nog een naadje langs de rits te stikken. Daarna rits ik de twee helften aan elkaar en voilà: ik heb een sjaal-met-rits gemaakt.

Uiteindelijk verlopen bijna al m'n naaimachineklussen volgens hetzelfde stramien: ik begin vol goede moed en aan het eind van de avond zit ik verbeten eindeloos te priegelen met randjes, zoompjes en stukken stof die eigenlijk niet in andere stukken stof passen. Het netjes in elkaar zetten van de gedraaide uiteinden van de sjaal blijkt lastiger dan ik had gedacht, maar uiteindelijk heb ik het voor elkaar: een sjaal van anderhalve meter die zich in één snelle ritsbeweging laat veranderen in een sjaal van drie meter om me te wapenen tegen 't geweld van wervelende vlagen.

null Beeld Joseph Jessen
Beeld Joseph Jessen
Meer over