Maak de Afrikaanse elite rijker

Hulp en medelijden helpen Afrika niet. Alleen de particuliere sector zorgt voor welvaart. Afrika heeft dan ook geen vrijgevige maar ondernemende westerlingen nodig, zegt de Oegandese journalist Andrew Mwenda....

Aan aandacht heeft Afrika’s armoede de afgelopen jaren geen gebrek. Al in 2005 bracht toenmalige Britse premier Tony Blair de Afrikaanse misère onder de internationale aandacht met zijn oproep tot kwijtschelding van schulden en verdubbeling van de hulp. De top van de G8 gekoppeld aan Live8-concerten zorgen voor maximale aandacht van de westerse media voor Afrika. Maar al die publiciteit heeft slechts de clichés over het continent versterkt: een oord van hongersnood, oorlog, ziekte en troep.

Maar westers medelijden kan nooit een einde maken aan de armoede in Afrika. Afrika zal op een eigen manier de armoede moeten bestrijden.

De algemene definitie van armoede is een tekort aan eerste levensbehoeften en diensten, die burgers in het Westen wel hebben: drie maaltijden per dag, nette kleding en woning, schoon drinkwater, onderwijs en gezondheidszorg. Vanuit die gedachte betekent de slogan ‘Make Poverty History’ (‘maak armoede tot geschiedenis’) dat Afrikanen toegang moeten krijgen tot net zo'n leven. De burgers in het Westen kunnen genieten van ‘het goede leven’, omdat ze over geld beschikken, dus ook de Afrikanen moeten meer geld in de zak krijgen. Vandaar de oproepen voor schuldkwijtschelding en verdubbeling van de hulp.

Het beeld van het zielige Afrika heeft de berichtgeving over de uitdagingen van het continent in de media, zowel die in het Westen als in Afrika zelf, gekleurd. In een tv-serie met de titel Africa at Risk toonde CNN ons beelden van kinderen met aangekoekt snot aan hun neusjes, door zandvlooien misvormde voetjes en puntige maagjes. BBC World toonde hongerige vrouwen die lege pannen vooruit staken, smekend om voedsel van hulporganisaties. Die beelden wekken medelijden en de kijker wordt er vrijgevig van.

De huidige obsessie met armoedevermindering (poverty reduction) in donorlanden is misleidend want de werkelijke uitdaging waarvoor Afrikanen staan is: hoe scheppen we welvaart? Hoe kunnen we de inkomens van huishoudens verhogen? De verdiensten van burgers nemen toe als ze een goed betaalde baan vinden of een lucratieve handel weten op te zetten. Maar helaas zijn de mogelijkheden voor investeringen en handel beperkt in Afrika en wel grotendeels vanwege beroerd overheidsbeleid en disfunctionerende instellingen.

De formulering ‘armoedevermindering’ klopt al niet als de belangrijkste uitdaging waarvoor Afrika staat. Dat begrip heeft geleid tot de nadruk op uitdeling van voedsel en andere hulp door het Westen. Zo worden de armen behandeld als willoze slachtoffers van de natuur en de geschiedenis. Het hele verhaal is erop gericht westerlingen geld te laten geven en hun regeringen onder druk te zetten meer hulp aan ons te geven en onze schulden kwijt te schelden. Maar geen enkele natie ter wereld is ooit rijk geworden dankzij het medelijden van anderen!

Welvaart scheppen is een actief proces. Als we dat als Afrika’s grootste uitdaging zien wordt de vraag vanzelf: wie zijn dan de burgers in de samenleving die op zoek zijn naar rijkdom en dat scheppen? Het antwoord is simpel: het particuliere bedrijfsleven! Ondernemende mensen vormen altijd een minderheid, maar de wet van het kapitaal is dat het alleen overleeft door zich te vermeerderen en te blijven vermeerderen. Door banen te scheppen, en daardoor inkomen voor velen, en belastingen te heffen waarmee de regering sociale diensten kan betalen zoals schoon water, gezondheidszorg en onderwijs voor de armen. Misschien klinkt het politiek incorrect, maar de manier om Afrika uit het slop te trekken, is investeren in een kleine, ondernemende minderheid. En maak die burgers maar rijker. Op die manier leg je het fundament voor het beëindigen van de misère van de meerderheid in armoede.

Van de werkende bevolking in Oeganda is 85 procent eigen baas, in de Verenigde Staten is dat maar zeven procent. Ik loof geen beloning uit voor wie goed raadt waarom de inwoners van de VS rijker zijn dan die in Oeganda. Ontwikkelingshulp verstrekken aan regeringen kan het welzijn van de armen helpen verbeteren, als het geld inderdaad wordt gebruikt voor gratis gezondheidszorg en onderwijs, maar het zal hun inkomen niet opkrikken. Zelfs in het beste geval zal hulp tijdelijke humanitaire doelen verwezenlijken, maar dan nog zal de schade hoogstwaarschijnlijk groot zijn: de veranderingen die vanzelf in het land gaande zijn worden verstoord. Afrika verandert snel, maar buitenlandse financiële hulp remt die snelheid af. Ook politiek. Neem de golf van democratisering die sinds 1990 over het continent trok. Nu zijn 43 van de 51 staatshoofden in Afrika gekozen tijdens verkiezingen waarbij er andere kandidaten waren die werden gesteund door andere politieke partijen. Hoewel op de meeste verkiezingen nogal wat valt af te dingen, zo free and fair waren de meeste niet, blijft staan dat de leiders zich gedwongen zien zich iets van de kiezers aan te trekken. Ze moeten beloften doen als basisonderwijs voor iedereen, betere gezondheidszorg of nieuwe wegen. Maar regeringen hebben inkomsten nodig om dit te verwezenlijken. Buitenlandse hulp is de gemakkelijkste weg voor ze. Om die reden houden ze meer rekening met de grillen van de buitenlandse donoren dan met de wensen van hun eigen bevolking. Zo ondergraaft hulp de democratie.

Zonder buitenlandse hulp daarentegen zou de basis worden gelegd voor een nieuw soort regering in Afrika, die wel rekening houdt met de wensen van de ondernemende burgers omdat regering van hen belastingen wil innen. Zodra onze regeringen afhankelijk zijn van belastinginkomsten en niet van hulpinkomsten, zullen zij beseffen dat het in hun eigen belang is te luisteren naar de particuliere sector. Dan pas zullen zij inzien dat het baat heeft goed beleid te voeren en goede instellingen op te zetten die de snelle groei van het bedrijfsleven mogelijk maken. Want dat wordt dan de enige manier van welvaart scheppen.

Met de herdefinitie van de uitdaging van Afrika als ‘welvaart scheppen’ zou ook de manier van berichtgeving over het continent anders worden. Een tv-ploeg van CNN zou niet de dorpen afstropen op zoek naar hongerige en ziekelijke boertjes. Nee, ze zouden filmen in een van de vele bloeiende ondernemingen en boerderijen. Ze zouden de veelbelovende jonge ondernemers vragen naar de kansen voor investeerders op het continent, en misschien ook vragen stellen over de keerzijde van de snelle economische expansie. Dan zou de CNN-kijker een geheel andere indruk van Afrika krijgen.

In plaats van hongerige moeders op zoek naar voedsel en zieke kinderen op zoek naar medische hulp, zou de CNN-kijker een mogelijkheid zien om geld te verdienen in Afrika, of hij zou een leuke toeristische vakantiebestemming ontdekken op het scherm. Dan zou hij gaan besluiten of hij geld zou gaan beleggen in het continent (en banen scheppen) of geld uitgeven als toerist (en zo inkomen genereren ter plekke).

Afrika heeft die vrijgevige westerlingen niet nodig, maar de ondernemende westerlingen. Niet die hoogdravende paternalisten, maar westerlingen met oog voor hun eigen belang.

Andrew Mwenda is hoofdredacteur van de onafhankelijk krant The Independent in Oeganda.

Meer over