M & M

'Monroe was Miller's grootste drama', las ik in een krant...

Je kon de afgelopen dagen trouwens überhaupt geen krant opslaan, of het was net alsof Marilyn dank zij de dode Arthur zelf opnieuw een necrologie had verdiend.

De koppelverkoop moet van meet af aan onweerstaanbaar zijn geweest. Als je in 1975 deel 13 (Meis-Nede) van de zevende druk van de Grote Winkler Prins opsloeg en naar het lemma Monroe bladerde, vond je natuurlijk eerst twee stevige kolommen over James, de president die in 1823 zijn beroemde doctrine lanceerde, en pas daarna achttien nogal nuffige regels over Marilyn. De kernboodschap daarin luidde dat ze met dat prachtige lichaam raar genoeg ook nog acteerlessen had willen nemen, maar: 'haar image als sexidool stond de verwezenlijking van haar artistieke ambities in de weg.' Alsof dat voor de schrijver nog een hele opluchting was geweest. Aan het eind van zijn paragraafje schreef hij: 'Zie afb. bij Arthur Miller'.

Toen dus al.

Hun huwelijk heeft overigens nog geen vijf jaar geduurd, wat niet lang is op een negenentachtigjarig leven, en volgens mij veel te kort voor een 'drama'.

Vóór, na en tijdens Marilyn heeft Miller veel dramatischer, en veel memorabeler dingen meegemaakt, waarvan ik er in de terugblikken twee nogal heb gemist.

Het ene is van na.

Halverwege de jaren tachtig van de vorige eeuw werd hem een inleiding gevraagd voor een bundel opstellen over nieuwe vormen van censuur waarmee in Amerika de vrije pers werd bedreigd. Hij stemde toe, en schreef:

'Eigenlijk ben ik de laatste die de media in bescherming zou moeten nemen. Ik heb in m'n leven dingen over mezelf gelezen die varieerden van grove verzinsels tot kwalificaties als souteneur, letterdief, antisemiet, bolsjewiek en terrorist, en niet alleen in roddelcolumns of bij anonieme boulevardjournalisten, maar ook geschreven door gerespecteerde critici.'

'Tot tweemaal toe heb ik een klacht willen indienen, maar beide keren heb ik er van afgezien - om praktische en principiële redenen. In de praktijk zou een proces de verspreiding van de onwaarheden alleen maar hebben bevorderd. Maar bovenal zou ik met een rechtsgang een principe hebben geschonden dat me meer waard is dan mijn eigen reputatie: de vrijheid om te spreken en te publiceren, al zijn het leugens. Je kunt die vrijheid niet verdedigen en tegelijkertijd aan banden leggen, ook niet als het gaat om mensen wie het principe van de vrijheid waarschijnlijk een zorg zal zijn.'

Het tweede voorbeeld is van tijdens Marilyn. Ze stonden op het punt van trouwen toen Miller in 1956 moest verschijnen voor de House Committee on Unamerican Activitites waar ze wilden nagaan of hij, gezien vroegere communistische sympathieën, recht had op een paspoort. De grote heksenjacht van Joseph McCarthy was weliswaar voorbij, maar het Congres bleef waakzaam, zeker als het om artiesten ging. Vandaar zo'n commissie.

Miller moest vertellen wie de geregelde gasten waren geweest van communistische bijeenkomsten waarvan men blijkbaar wist dat ze in 1947 ook door hem waren bezocht. En toen zijn verzoek om niet tot verklikkerij te worden gedwongen was afgewezen, zei hij:

'Mijn geweten staat me niet toe dat ik hier namen noem van schrijvers, dichters of acteurs die ik er misschien mee in verlegenheid breng. Ik zie trouwens niet in wat dit allemaal te maken heeft met mijn aanvraag van een paspoort.'

Het had hem wegens contempt of court een jaar gevangenisstraf kunnen kosten. Gelukkig voor hem won de rechtstatelijke ratio in de Verenigde Staten het net tegen die tijd weer een beetje van de hysterische angst voor rode terroristen. En trouwen met Marilyn Monroe kon nooit een on-Amerikaanse activiteit heten.

Zoek nu de parallellen met het Nederland van 2005, en betreur met mij dat we geen Miller in huis hebben, laat staan een Monroe.

Meer over